Fiscale tips 5 februari 2016

Fiscale tips augustus 2016

Fiscale tips 5 februari 2016


In dit nummer onder andere:

De ondernemer en de dga

Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties goedgekeurd

De Eerste Kamer is op 2 februari 2016 akkoord gegaan met de Wet DBA. De Verklaring arbeidsrelatie (VAR) verdwijnt daarmee per 1 mei, met een overgangsfase van een vol jaar. De overgangsfase zou eerder slechts tot 1 januari 2017 duren. In de verlengde overgangsperiode ligt de nadruk van het toezicht op het stimuleren van het juist gebruik van overeenkomsten en niet op sanctionering. De handhaving van de Wet DBA zal volgens de staatssecretaris van Financiën vooral gericht zijn op het toetsen of de overeenkomst tussen opdrachtgever en -nemer in overeenstemming is met de feitelijke situatie op de werkvloer. De staatssecretaris zei verder nog toe om het interne beoordelingskader voor toetsing (de handreiking beoordeling arbeidsrelaties) openbaar te maken. Bovendien worden alle generieke en sectorale overeenkomsten gepubliceerd. Bij specifieke, geanonimiseerde overeenkomsten is publicatie niet verplicht, zei hij, maar wel sterk aan te raden. Het laten goedkeuren van overeenkomsten is evenmin verplicht, maar eveneens aan te raden.

   Let op!

Opdrachtnemers kunnen te maken krijgen met meerdere overeenkomsten als zij activiteiten verrichten voor meerdere opdrachtgevers die willen werken met eigen, goedgekeurde, overeenkomsten. Dit geldt ook als zij voor al die opdrachtgevers dezelfde soort werkzaamheden verrichten en voorheen met één VAR konden volstaan.

Afroommethode pas toegestaan na falen vergelijkingsmethode

De Belastingdienst wil voor het vaststellen van het te belasten loon van de dga van een bv nogal eens de afroommethode toepassen. Maar deze methode is lang niet altijd toegestaan. Zo oordeelde Hof Amsterdam onlangs dat de inspecteur eerst moet proberen de vergelijkingsmethode toe te passen. In deze zaak hield dit in dat de inspecteur had moeten nagaan  wat het loon was van een werknemer zonder aanmerkelijk belang die zich voor de rest in vergelijkbare omstandigheden bevond als de dga. De Belastingdienst moet eerst dit loon vergelijken met het loon dat de dga zichzelf heeft laten toekennen, aldus het hof. Pas als geen vergelijkbare werknemer valt te vinden, zou de afroommethode in beeld komen.

   Let op!

De zaak voor Hof Amsterdam zag op het gebruikelijk loon voor 2012. Tegenwoordig kan de Belastingdienst het loon van de meest vergelijkbare werknemer als basis nemen. Dit is een stuk eenvoudiger te realiseren.

Duurzame zelfbewoning ook mogelijk bij verkoopplannen

Als een ondernemer zijn bedrijfspand gebruikt voor duurzame zelfbewoning, heeft dit een drukkend effect op de te belasten waarde als dit pand overgaat naar het privévermogen. Volgens Hof Amsterdam kan een pand dat in de verkoop staat toch voor zelfbewoning dienen. In de zaak voor het hof was het pand ondanks de verkoopplannen feitelijk gebruikt voor zelfbewoning. De zelfbewoning had daardoor een duurzaam karakter en een waardedrukkend effect.

Vennootschapsbelasting

Versoepeling aandeelhouderseisen fbi

Als een lichaam de status van fiscale beleggingsinstelling (fbi) wil verkrijgen, moet het voldoen aan enkele aandeelhouderseisen. Bepaalde categorieën van aandeelhouders, bijvoorbeeld particulieren, mogen namelijk maar een beperkt deel van de aandelen in het lichaam houden. De staatssecretaris van Financiën heeft de aandeelhouderseisen op enkele punten versoepeld. Zo keurt hij goed dat het belang en stemrecht van een juridisch eigenaar buiten aanmerking blijven en worden toegerekend aan de economische belanghebbende(n). Dit is echter alleen toegestaan als de juridische eigenaar geen enkel economisch belang heeft bij de aandelen. Ook keurt de staatssecretaris het gebruik van aandelenklassen in beginsel goed, tenzij dit (mede) is gericht op het ontgaan van de dividendbelasting.

   Let op!De aandeelhouderseisen zijn ook afhankelijk van een eventuele beursnotering van de aandelen in het lichaam. Een niet-beursgenoteerde fbi mag bijvoorbeeld geen aanmerkelijkbelanghouders hebben.
Na ontvoeging EIA over investering moeder mogelijk

In beginsel zijn transacties tussen gelieerde partijen uitgesloten van investeringsaftrek. Maar Hof Den Haag heeft geoordeeld dat men toch de energie-investeringsaftrek (EIA) kan toepassen als de transactie lijkt op een sale-and-leaseback tussen derden. In de zaak voor het hof had een moedermaatschappij een installatie aangeschaft en doorverkocht aan een dochtermaatschappij. Deze dochtermaatschappij was kort daarvoor ontvoegd uit een fiscale eenheid. De doorverkoop had op zakelijke gronden plaatsgevonden. Bovendien had de moedermaatschappij geen EIA geclaimd, zodat geen sprake was van een dubbele aftrek. Al met al voldoende reden voor het hof om te constateren dat deze transactie goed viel te vergelijken met een sale-and-leaseback tussen derden.

   Let op!Check de website van RVO.nl om te zien of u in aanmerking komt voor de energie-investeringsaftrek.
Transactie niet-gelieerde partijen altijd zakelijk

De Hoge Raad heeft in zijn arrest duidelijk gemaakt dat niet-gelieerde partijen elkaar geen onzakelijke lening kunnen verstrekken. De eerdere rechtspraak over onzakelijke leningen is namelijk alleen van toepassing als sprake is van een aandeelhoudersrelatie of andere bijzondere persoonlijke betrekkingen tussen de schuldeiser en de schuldenaar. De uitkomt van het arrest van de Hoge Raad is overigens niet altijd voordelig voor de belastingplichtige. De vrijval van een zakelijke schuld is namelijk in beginsel belast. De fiscus moet een vrijval van een onzakelijke schuld in beginsel aanmerken als een onbelaste kapitaalstorting.

BTW

Wet DBA levert problemen op voor de btw

Vanuit btw-perspectief lijken de nieuwe DBA-modelovereenkomsten van de Belastingdienst tot problemen te kunnen leiden. Om een dienstbetrekking te voorkomen, streeft men naar een opdrachtverstrekking. Een opdrachtverstrekking is normaal gesproken belast met btw, tenzij een vrijstelling van toepassing is. Als er geen vrijstelling van toepassing is, wordt het een ander verhaal. Te denken valt bijvoorbeeld aan een gastdocent die wordt ingezet voor het verzorgen van wettelijk geregeld onderwijs. Voor die gastdocent kan wel een vrijstelling gelden, maar dan moet in beginsel  juist de school de lead hebben. Dan wringen de eisen voor de btw en de Wet DBA, heeft btw-specialiste Carola van Vilsteren onlangs opgemerkt in het programma Tax Talks.

Aansprakelijkheid fiscale eenheid voor btw rechtsgeldig

Hof Amsterdam heeft geoordeeld dat de aansprakelijkstelling voor openstaande btw-schulden van andere lichamen binnen de fiscale eenheid (FE) voor de omzetbelasting conform het EU-recht is. Deze aansprakelijkstelling botst niet met de communautaire beginselen van evenredigheid en rechtszekerheid. De BTW-richtlijn regelt namelijk niets over de aansprakelijkstelling van ondernemers die een FE vormen voor de omzetbelasting. Verder is de aansprakelijkstelling volgens het hof noodzakelijk voor de inning van belastingschulden. De fiscus kan geen belastingschulden innen bij de FE. De FE bestaat immers alleen fiscaal. De rechtszekerheid komt evenmin in het gedrang, want de fiscus stelt de FE voor de btw vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Wel vernietigde het hof een boetebedrag uit het bedrag van de aansprakelijkstelling, omdat het ontstaan van deze boete niet was te wijten aan de bv.

Familievermogensrecht

Maatschapsakte bepaalt waarde maatschapsaandeel

Stel dat twee echtgenoten in gemeenschap zijn gehuwd en samen een maatschap aangaan. Bij het overlijden van een van hen moet dan de waarde van het maatschapsaandeel worden berekend om de waarde de nalatenschap te bepalen. De waarde van de nalatenschap omvat namelijk de helft van de waarde van de ontbonden gemeenschap. Dus ook de waarde van het maatschapsaandeel van de erflater in het vermogen van de onderneming. De maatschapsovereenkomst kan stellen dat de waarde van het maatschapsaandeel van erflater moet worden berekend op de door de langstlevende partner te betalen overnamesom in geval van voorzetting van het bedrijf. In zo’n geval moet men de waarde van het maatschapsaandeel van de echtgenote stellen op de liquidatiewaarde van de maatschap als deze is ontbonden door het overlijden van de erflater. Op de echtgenote rust na het overlijden van erflater immers niet meer de verplichting haar onderneming door een ander te laten overnemen tegen de overnamewaarde.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

WKR eindheffing

2015 was het eerste jaar dat de toepassing van de werkkostenregeling verplicht was. Uiterlijk 29 februari 2016 moet de loonaangifte over januari 2016 worden ingediend en betaald. Dat is dus ook de uiterste datum voor het bepalen van de eindafrekening voor de werkkostenregeling voor 2015. Dat is het moment om een aantal zaken te controleren. Als eerste natuurlijk of de vrije ruimte wel goed is benut. Als de vrije ruimte meer dan volledig is benut, moet eindheffing van 80% in de aangifte worden verwerkt.  Maar ook is het verstandig om te bekijken of alle loonbestanddelen zijn aangewezen, die in de vrije ruimte zijn ondergebracht. 

   Let op!Controleer direct of de aangewezen loonbestanddelen voldoen aan het verscherpte gebruikelijkheidscriterium
Veranderingen premiekortingen

In 2015 kon u geen gebruikmaken van de premiekortingen als u een tegemoetkoming kreeg via de Participatiewet. In 2016 is dat niet langer zo. Voor alle werknemers uit de doelgroep ‘banenafspraak’ kunt u in 2016 een premiekorting van € 2.000 toepassen. Dit ongeacht of zij al een tegemoetkoming krijgen via de Participatiewet. In bepaalde situaties hebben zij zelfs recht op de hogere premiekorting voor arbeidsgehandicapte werknemer, oudere werknemer en jongere werknemer. De toegang tot die laatstgenoemde regelingen is wel beperkt. Zo kan de premiekorting voor jongere werknemer niet meer worden toegepast voor werknemers die na 1 januari 2016 in dienst zijn genomen.

   Let op!De premiekortingen oudere werknemers en arbeidsgehandicapte werknemers kunnen ook niet meer worden toegepast voor werknemers die u binnen een half jaar opnieuw in dienst neemt en voor hun ontslag nog niet aan de voorwaarden voldeden.
Strikte toepassing driemaandeneis  voor 30%-regeling

De 30%-regeling is een aantrekkelijk voor buitenlandse werknemers met een schaarse en specifieke deskundigheid. De regeling is niet alleen toepasbaar bij aanwerving vanuit het buitenland maar ook bij verandering van baan binnen de maximale toepassingsperiode. Daartoe moeten werkgever en werknemer samen een verzoek indienen. De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat de driemaandeneis die de wet hierbij stelt een harde eis is. Bij verandering van baan moet de werknemer binnen drie maanden een nieuw arbeidscontract getekend hebben om van de regeling gebruik te kunnen blijven maken. De 30%-regeling laat gezien de wetsgeschiedenis geen ruimte om bij overschrijding van de driemaandstermijn op andere wijze aannemelijk te maken dat de werknemer over specifieke deskundigheid beschikt die schaars is op de arbeidsmarkt.

Auto

Werkgever kan eigendom auto delen met werknemer

Een bedrijfsauto kan gezamenlijk bezit zijn van een dga en zijn bv. Als de dga ook over de auto kan beschikken voor privédoeleinden, kan de bv stellen dat zij alleen haar deel ter beschikking stelt aan de dga. Hof Den Haag heeft geoordeeld dat dit standpunt juist is. In deze zaak was de dga voor 25% eigenaar van de bedrijfsauto en de bv voor de resterende 75%.  De bijtelling bedroeg daarom 75% van 25% van de cataloguswaarde van de auto. Het is echter in beginsel niet mogelijk om de afschrijvingskosten van de werknemer af te trekken als eigen bijdrage voor privégebruik als deze kosten voortvloeien uit zijn aandeel in de eigendom.

Maar één bestuurder? Beschikking over bedrijfsauto!

Als een werknemer in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van een bv vrijelijk over de personenauto van de zaak kan beschikken en deze auto daadwerkelijk gebruikt, is sprake van terbeschikkingstelling door de werkgever. De werkgever moet dan in beginsel de autokostenbijtelling toepassen. Dit is anders als de werknemer de auto alleen mag gebruiken voor het uitvoeren van bepaalde opdrachten van zijn werkgever of om in het belang van die werkgever personen of goederen te vervoeren. De Hoge Raad heeft dit onlangs bevestigd in een zaak waarin een man als enig bestuurder de sleutel had van het kluisje met daarin de sleutels van de bedrijfsauto. Omdat hij de auto ook echt gebruikte, moest de autokostenbijtelling plaatsvinden.

Toekomstvoorzieningen

RB stelt alternatief overgangsrecht pensioen eigen beheer voor

Het Register van Belastingadviseurs (RB) heeft laten weten dat het geen heil ziet in de voorgestelde afkoopregeling voor het pensioen in eigen beheer zoals voorgesteld door de minister van Financiën. De staatssecretaris heeft in zijn brief de mogelijkheden verkend om pensioen in eigen beheer geheel uit te faseren. Maar uit het rapport van de Werkgroep Ondernemerspensioen van de Universiteit Tilburg bleek dat bij dga’s wel degelijk behoefte bestaat aan de mogelijkheid tot opbouw van pensioen in eigen beheer. Het RB stelt een alternatief overgangsrecht voor: fiscaal geruisloos afzien van pensioen in eigen beheer. Dit alternatief heeft als voordeel dat de directe belastinglast voor bedrijven lager is en dat meer ruimte is voor maatwerk.

Eigen woning

WOZ-waarde woning is waarde tijdens koop

De Hoge Raad hakte 29 januari een belangrijke knoop door voor de bepaling van de WOZ-waarde van de eigen woning en andere onroerende zaken. De koopprijs van een woning moet worden gelijkgesteld aan de waarde van de woning op het tijdstip van de koop. Dit is vooral relevant als tussen koop en levering een langere periode zit en eventueel de peildatum passeert.  Uit overweging van uitvoerbaarheid mag men in beginsel toch wel uitgaan van het tijdstip van levering als aan twee voorwaarden is voldaan. De eerste is dat bij de koop een zakelijke prijs is overeengekomen. De tweede voorwaarde luidt dat niet meer dan drie maanden zijn verstreken tussen de koopovereenkomst en de levering. Bij bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. In dat geval ligt de bewijslast bij de partij die bijzondere omstandigheden stelt.

Verdragsvrijstelling buitenlandse onroerende zaken is netto

Nederland verleent in veel belastingverdragen een vrijstelling voor buitenlandse onroerende zaken. Deze vrijstelling wordt in beginsel verlaagd als sprake is van schulden ter financiering van die onroerende zaken. In een zaak voor Hof Amsterdam is duidelijk geworden dat het hier om een netto vrijstelling gaat. Dit betekent dat de vrij te stellen waarde wordt verlaagd als sprake is van schulden die zijn aangegaan ter financiering van de woning. In sommige Protocollen, bijvoorbeeld die in het verdrag met Italië, staat dat men bij het bepalen van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting rekening moet houden met hypothecaire schulden. Niet-hypothecaire schulden zouden dus in eerste instantie buiten aanmerking moeten blijven. Deze bepaling heeft echter uitsluitend betrekking op de oude vermogensbelasting. Ook niet-hypothecaire schulden verlagen dus vermindering ter voorkoming van dubbele belasting.


Gerelateerde artikelen