Fiscale tips oktober 2015


Fiscale tips oktober 2015


In dit nummer onder andere:

- Normaal gebruikelijk loon voor parttime maar bekwame dga

- Belastingheffing over vergoedingen van dochter

- Nederlandse dividendheffing onder de loep

- Verruiming schenking voor eigen woning

- Enger gebruikelijkheidscriterium

- Roulatieplicht accountants volgens EU-verordening

 

 

De ondernemer en de dga

Tweede Kamer neemt Fiscale verzamelwet 2015 aan

Op 22 september 2015 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2015. Dit wetsvoorstel bevat voornamelijk technische en redactionele wijzigingen. Toch zijn er ook inhoudelijke maatregelen. Zo bevat de Fiscale verzamelwet 2015 het voorstel tot afschaffing van een nihilwaardering in de loonbelasting. Het gaat daarbij om het rentevoordeel van een personeelslening. Ook vinden aanpassingen plaats van de houdsterverliesregeling en van de innovatiebox. Verder heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken of de inhouding van dividendbelasting achterwege kan blijven in het geval van activiteiten bij overheidslichamen, die zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

 

 

Normaal gebruikelijk loon voor parttime maar bekwame dga

Parttime werken kan voor een dga een reden om zijn gebruikelijk loon op een lager bedrag te laten stellen dan het minimumbedrag dat de Belastingdienst hanteert (€ 44.000 in 2015). Zijn de werkzaamheden van de dga echter van groot belang van het bedrijf, dan kan de fiscus toch het gebruikelijk loon stellen op het normbedrag. Zo verrichtte een arbeidsongeschikt verklaarde dga van een uitzendbureau gemiddeld maar 4,5 uur per week aan werkzaamheden voor zijn bv. Deze werkzaamheden waren echter zeer belangrijk. De dga had de specifieke deskundigheid om de uitzendkrachten te koppelen aan de opdrachtgevers. Bij zijn echtgenote, die ook werkte voor de bv, ontbrak deze deskundigheid. Volgens het hof vervulde de dga binnen de onderneming feitelijk een leidinggevende rol. Dat de dga parttime werkte, was onvoldoende reden om een lager bedrag dan het normbedrag te hanteren.
Vennootschapsbelasting

 

Belastingheffing over vergoedingen van dochter

Vergoedingen en betalingen, evenals vervangingen van zulke bedragen, die een moedermaatschappij ontvangt uit een deelneming, zullen volgens een op Prinsjesdag voorgestelde maatregel in bepaalde situaties niet meer vallen onder de deelnemingsvrijstelling. Dit is het geval als de deelneming deze vergoedingen en betalingen kan aftrekken. Als zulke vergoedingen en betalingen zijn inbegrepen in de prijs van de verworven deelneming, zijn ze ook belast bij de moedermaatschappij als de dochter ze kon aftrekken. De vergoedingen en betalingen waarvoor op grond van deze nieuwe regeling geen deelnemingsvrijstelling toepasbaar is, vallen evenmin onder de regels van de compartimentering bij een sfeerovergang. Neem contact met ons op als u meer informatie wilt horen over deze ontwikkelingen.

 

Let op!

Een enigszins vergelijkbare regeling zal gelden voor vergoedingen en betalingen van laagbelaste beleggingsdeelnemingen. Hiervoor geldt in beginsel het regime van de deelnemingsverrekening. Maar voor zover vergoedingen en betalingen aftrekbaar zijn voor die beleggingsdeelneming, blijft de deelnemingsverrekening achterwege.

 

 

Nederlandse dividendheffing onder de loep

Onlangs heeft Hof van Justitie van de EU geoordeeld dat een wettelijke regeling van een lidstaat die alleen voor ingezeten belastingplichtigen voorziet in een mechanisme van aftrek of teruggaaf van ingehouden dividendbelasting in strijd kan zijn met het Europees recht. Van strijdigheid is sprake als de inhouding van dividendbelasting een definitieve belasting vormt voor buitenlands belastingplichtigen en de definitieve druk voor hen zwaarder is dan voor binnenlands belastingplichtigen. De Nederlandse dividendbelasting zou strijdig kunnen zijn omdat voor ingezetenen de dividendbelasting een voorheffing is op de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting. Binnenlandse belastingplichtigen kunnen daardoor in tegenstelling tot buitenlandse belastingplichtigen de dividendbelasting verrekenen. Deze belemmering van het kapitaalverkeer is echter te rechtvaardigen door de gevolgen van een belastingverdrag, mits het verschil in fiscale behandeling verdwijnt. De Hoge Raad zal moeten onderzoeken of de Nederlandse dividendbelasting voldoet aan de gestelde voorwaarden.

 

 

Vrijstelling geneeskundig onderzoek

Op Prinsjesdag is in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2016 een objectieve vrijstelling van vennootschapsbelasting opgenomen voor activiteiten die een organisatie verricht als een academisch ziekenhuis, dat mede het wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek dient. Maar ook onderwijs en onderzoek, dat hoofdzakelijk op bepaalde wijzen wordt gefinancierd, wordt objectief vrijgesteld. Daarbij gaat het om een financiering met publieke middelen, wettelijk collegegeld, instellingscollegegeld, lesgelden, buitenlandse bijdragen die vergelijkbaar zijn met deze college- of lesgelden of met bijdragen van algemeen nut beogende instellingen waarvoor geen contractuele tegenprestatie wordt gevraagd. Deze wijziging is voorgesteld in verband met de uitbreiding van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven.

 

BTW

Btw-correctie bedrijfsauto ondanks eigen bijdrage

Tot 1 juli 2011 had het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) ook betrekking op de auto van de zaak. Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijkt dat de correctie volgens het BUA ook aan de orde was als een werknemer een meer dan symbolische vergoeding betaalde aan zijn werkgever voor het privégebruik van de auto van de zaak. De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat de werkgever bij de berekening van de btw-correctie volgens het BUA geen rekening hoeft te houden met de eigen bijdrage die de werknemer heeft betaald. De Hoge Raad merkte in deze zaak ook op dat toepassing van het BUA niet altijd leidt tot een aftrekbeperking. De aftrek is bijvoorbeeld niet beperkt als de werknemer zijn werkgever een bijdrage voor het privégebruik van de auto betaalde die minstens gelijk was aan de kosten die aan de werkgever in rekening zijn gebracht voor dat privégebruik. De werkgever moet dan wel btw op aangifte voldoen voor het ter beschikking stellen van de auto’s. Deze btw moet de werkgever berekenen over de vergoeding die hij vraagt voor deze terbeschikkingstelling. Deze gang van zaken is volgens de Hoge Raad niet in strijd met de Btw-richtlijn 2006. Hoewel de wet- en regelgeving inmiddels is gewijzigd, kan dit arrest nog van belang zijn voor lopende zaken. Neem daarom contact met ons op om te controleren of u in het verleden de btw-correctie hebt berekend op het juiste bedrag.

Let op!

In beginsel heeft de Belastingdienst vijf jaar de tijd om te weinig afgedragen btw na te heffen.

 

Minder geneesmiddelen onder 6% btw

Op Prinsjesdag heeft het kabinet laten weten een nieuwe voorwaarde te gaan stellen aan geneesmiddelen die vallen onder het lage btw-tarief van 6%. Voor toepassing van het verlaagde tarief zal de eis gelden dat voor het desbetreffende geneesmiddel een handelsvergunning is afgegeven in het kader van de Geneesmiddelenwet. Stelt de Geneesmiddelenwet dat een handelsvergunning niet verplicht is voor een bepaalde categorie geneesmiddelen? Ook dan mag de ondernemer het verlaagde tarief toepassen op de levering van deze geneesmiddelen.

 

Familievermogensrecht

Verruiming vrijstelling schenking voor eigen woning

De schenkbelasting kent een eenmalig verhoogde vrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen tussen achttien en veertig jaar waarbij de schenking verband houdt met de eigen woning. Het Belastingplan 2016 verruimt deze vrijstelling. Vanaf 1 januari 2017 mag men aan iedereen tussen achttien en veertig jaar eenmalig een onbelaste schenking doen van maximaal € 100.000. De voorwaarde dat de ontvanger een kind is, komt te vervallen. Tussen de schenker en de ontvanger hoeft zelfs helemaal geen familierelatie te bestaan. Wel zal de ontvanger de schenking moeten gebruiken voor zijn eigen woning als hij de hoge vrijstelling wil toepassen.

 

Tip!

In 2016 zal nog steeds een eenmalige verhoogde vrijstelling gelden voor schenkingen van ouders aan kinderen tussen achttien en veertig jaar voor de eigen woning. Wel stijgt deze vrijstelling in 2016 waarschijnlijk van € 52.752 naar € 53.016.

 

 

Kinderalimentatieverplichting verlaat box 3

Verplichtingen behoren niet tot de grondslag van box 3 als zij kunnen leiden tot een uitgave die (gedeeltelijk) aftrekbaar is als persoonsgebonden aftrekpost. Omdat de kinderalimentatie aanvankelijk forfaitair aftrekbaar was, viel de bijbehorende verplichting buiten box 3. Maar op 1 januari 2015 vond de invoering van de Wet hervorming kindregelingen (WHK) plaats. In dit verband kwam de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen te vervallen. Dit heeft als neveneffect dat een kinderalimentatieverplichting niet langer valt onder de uitsluiting in box 3. Hierdoor wordt onder de huidige wetgeving het recht op kinderalimentatie niet, maar de verplichting wel in aanmerking genomen. Het kabinet gaat deze onevenwichtigheid herstellen. Verplichtingen aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn die rechtstreeks voortvloeien uit het familierecht, worden vanaf 2017 niet meer in aanmerking genomen in box 3.

 

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Belastingplan 2016 integreert RDA en S&O

In het Belastingplan 2016 wordt voorgesteld om een aftrek in de inkomstenbelasting, de RDA, te integreren in de S&O-afdrachtvermindering in de loonheffingen. Na deze integratie zal de S&O-afdrachtvermindering bestaan uit één grondslag voor alle S&O-kosten. Er vindt bovendien een aanpassing plaats in de verschillende voordeelpercentages, het starterspercentage en de grens tussen de eerste en tweede schijf. Het huidige plafond zal komen te vervallen, waardoor geen maximum meer is voor de in aanmerking te nemen afdrachtvermindering op de verschuldigde loonbelasting en premie volksverzekeringen. Ter versobering van de geïntegreerde regeling zullen twee soorten werkzaamheden niet meer kwalificeren voor de afdrachtvermindering. De eerste soort is het uitvoeren van een systematisch opgezette analyse van de technische haalbaarheid (ATH) voor het zelf verrichten van het S&O. De tweede soort werkzaamheden is het uitvoeren van een technisch onderzoek (TO) naar een substantiële wijziging van een productiemethode of naar een modellering van processen.

 

Tip!

Nog openstaande S&O-uitgaven zijn in de nieuwe regeling op te voeren bij de S&O-aanvraag. Dit moet dan in dezelfde periode gebeuren als op de huidige RDA-beschikking staat, en jaarlijks een evenredig deel.

 

 

Enger gebruikelijkheidscriterium

Het kabinet heeft op Prinsjesdag bekend gemaakt het gebruikelijkheidscriterium in de werkkostenregeling te verscherpen. Nu lijkt het erop dat de werkgever een vergoeding of verstrekking kan aanwijzen als eindheffingsbestanddeel als de omvang van die aanwijzing gebruikelijk is. De wetgever wil dit verduidelijken door te eisen dat het als eindheffingsloon aanwijzen van bepaalde vergoedingen en verstrekkingen gebruikelijk moet zijn. Met andere woorden: het moet gebruikelijk zijn dat de werkgever de verschuldigde heffingen over de vergoeding of verstrekking via eindheffing voor zijn rekening neemt.

 

Let op!

Het is onder meer niet gebruikelijk dat een werkgever het maandloon, vakantiegeld of een hoge bonus van een werknemer aanwijst als eindheffingsbestanddeel.

 

 

Omvorming bestaande premiekortingen specifieke werknemers

Op Prinsjesdag is ook het voorstel Wet tegemoetkomingen loondomein bekend gemaakt. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, komt er voor werkgevers een nieuw systeem met tegemoetkomingen in de vorm van loonkostenvoordelen bij het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden en arbeidsgehandicapte werknemers (LKV’s). Deze regeling zou in werking moeten treden op 1 januari 2018. Verder regelt dit voorstel de invoering van een loonkostenvoordeel voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een relatief laag loon (LIV’s) per 1 januari 2017. Het moet dan gaan om substantiële banen van minstens 1248 uur op jaarbasis.

 

 

 

Auto

Einde aan mrb ineens betalen

Vanaf 1 juli 2016 zal men niet meer kunnen opteren om de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor een heel jaar in één keer te betalen. De huidige mogelijkheid tot jaarbetaling is een uitzondering op het standaardproces. Normaal gesproken betaalt men immers de mrb over een tijdvak van drie maanden. Vanaf 1 juli 2016 zal het wel mogelijk zijn om per tijdvak van drie maanden vooruit te betalen. Ook is en blijft het mogelijk om de mrb te betalen in maandelijkse termijnen.

 

Let op!

Jaarbetalingen die tot en met 30 juni 2016 zijn gedaan, blijven geldig voor de resterende duur van de betaalde periode.

 

 

Nieuwe afschrijvingstabel BPM mocht zonder overgangsrecht

Een bv was een proefprocedure begonnen waarin zij stelde dat de wetgever niet op 1 juli 2012 de afschrijvingstabel voor de BPM had mogen wijzigen zonder overgangsrecht te treffen. Door dit toch te doen, was de bv geconfronteerd met onverwachte nadelige gevolgen. De bv meende daarom dat wetgever in strijd met het Europees verdrag voor de mensenrechten (EVRM) had gehandeld. Maar Rechtbank Gelderland wees erop dat het Unierecht niet verplicht tot een BPM-teruggaaf bij export. Het verminderen van de teruggaaf leidt dus alleen tot het verminderen van een onverplicht voordeel. Bovendien bleek uit eerdere rechtspraak dat de oude afschrijvingsregeling in strijd was met het Unierecht, zodat de wijziging zo snel mogelijk moest plaatsvinden. De wijziging was bovendien te voorzien sinds 2 maart 2012, zodat het rechtszekerheidsbeginsel niet was geschonden. Ook het beroep van de bv op het gelijkheidsbeginsel faalde. De wetgever had namelijk wel overgangsrecht getroffen voor de btw, maar hier was volgens de rechtbank geen sprake van gelijke gevallen.

 

Toekomstvoorzieningen

Afschaffing minimumwaarderingsregel bij afkoop lijfrente

Bij afkoop van een lijfrente moet de belastingplichtige in beginsel inkomstenbelasting betalen over de waarde in het economische verkeer van de opgebouwde aanspraak. Vindt de afkoop plaats in de opbouwfase, dan past de Belastingdienst onder de huidige wetgeving de zogeheten minimumwaarderingsregel toe. Deze regel houdt in dat de belaste waarde minstens gelijk is aan het totaal van de eerder voor de aanspraak betaalde premies en andere bedragen. In de praktijk bleken nogal wat belastingplichtigen door ongunstige economische omstandigheden genoodzaakt te zijn om hun lijfrenteovereenkomsten af te kopen. Vaak was in deze gevallen de waarde van de lijfrente aanzienlijk lager dan het bedrag van de in aftrek gebrachte premies. In die situaties kon de verschuldigde belasting het door de verzekering uitgekeerde bedrag overstijgen. Daarom zal de fiscus per 1 januari 2016 in de inkomstenbelasting niet langer werken met de minimumwaarderingsregel.

 

Tip!

In gevallen waar de termijn voor ambtshalve vermindering nog niet is verlopen, kan vooruitlopend op de aanpassing van de wet, een tegemoetkoming worden verleend voor afkopen die zijn gedaan vóór 1 januari 2016.

 

Eigen woning

Vereenvoudiging informatieplicht hypotheek

Het komt voor in de praktijk dat een eigen woning is gefinancierd met een lening die niet is verkregen van een bank of een andere aangewezen administratieplichtige. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een lening bij de eigen bv of bij een familielid. Om de rente over deze schuld te mogen aftrekken, moet men voldoen aan een informatieplicht. Nu voldoet de eigenaar van de woning aan zijn informatieplicht door een apart modelformulier op te stellen en te verzenden. Hij moet dit zowel doen bij het aangaan van de schuld als in het geval dat een wijziging plaatsvindt. Deze methode blijkt nogal bewerkelijk te zijn voor de eigenaren. Het kabinet wil daarom deze informatieplicht versoepelen. Vanaf het belastingjaar 2016 zal men geen apart formulier meer hoeven in te vullen. In plaats daarvan zal de fiscus via de aangifte inkomstenbelasting vragen naar de eigenwoningschuld. Het aangifteproces wordt verder versimpeld door de eerder opgegeven gegevens voor in te vullen in de aangifte van het jaar erop.

 

 

Gevolg niet voldoen aflossingseis wordt verzacht

Sinds 1 januari 2013 moeten belastingplichtigen annuïtair aflossen op hun eigenwoningschuld als zij de bijbehorende rente willen aftrekken. In bepaalde gevallen, zoals betalingsachterstanden of onbedoelde fouten, is een (tijdelijke) afwijking toegestaan. Wordt die aflossingsachterstand niet op tijd ingehaald, dan gaat de schuld echter over naar box 3 en kwalificeert definitief niet meer als eigenwoningschuld. Die aflossingseis wordt verzacht en wel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013. Als de bestaande of nieuwe schuld weer voldoet aan de eisen, is hij weer aan te merken als eigenwoningschuld en wordt het recht op hypotheekrenteaftrek hervat.

 

 

Tegengestelde belangen bij bezwaar tegen WOZ-waarde

In steeds meer regelingen dient de WOZ-waarde als uitgangspunt. Hierdoor krijgen ook anderen belang bij de WOZ-waarde, dan degene die de beschikking ontvangt. Een voorbeeld daarvan is de aanpassing van het woningwaarderingsstelsel (WWS). In dit stelsel wordt de maximale huurprijs mede bepaald door de WOZ-waarde van de woning. Huurders hebben daardoor een belang bij een lagere WOZ-waarde. Maar de verhuurders zijn juist gebaat bij een hogere WOZ-waarde. Op Prinsjesdag heeft het kabinet bekend gemaakt dat het de Wet WOZ zo wil wijzigen, dat bij een bezwaar rekening wordt gehouden met belangen van huurder en verhuurder.
Administratieve verplichtingen

 

Roulatieplicht accountants volgens EU-verordening

Uit een analyse van advocatenkantoor NautaDutilh is gebleken dat de Nederlandse wetgeving in strijd is met de Europese verordening. De Europese verordening geeft bedrijven namelijk veel langer de tijd om van accountant te wisselen dan de Nederlandse wet. Naar aanleiding van dit alles zijn Kamervragen gesteld. Als reactie heeft de minister van Financiën de Wijzigingswet financiële markten 2016 zo aangepast dat de roulatietermijn wordt verlengd van acht naar tien jaar. De afkoelingsperiode wordt verlengd van twee naar vier jaar in overeenstemming met de maximumduur van de eerste controleopdracht in de Europese Verordening. Tegelijkertijd vindt een inkorting plaats van de termijn voor de roulatie van de externe accountant. Deze termijn is zeven jaar, maar zal vijf jaar worden.

 

 

Multinationals krijgen documentatieverplichting

Tot de voorgestelde maatregelen die zijn bekendgemaakt op Prinsjesdag behoren ook nieuwe gestandaardiseerde documentatieverplichtingen voor multinationals. Deze verplichtingen hebben betrekking op de verrekenprijzen die multinationals hanteren binnen hun concern. Bij de nieuwe documentatieverplichtingen valt te denken aan een landenrapport (‘country-by-country report’), een groepsdossier (‘master file’) en een lokaal dossier (‘local file’). De verplichting tot het opstellen van zulke rapporten geldt in beginsel voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016. Neem contact met ons op voor nader advies.

 

Let op!

Bedrijven blijven in beginsel vallen onder al bestaande documentatieverplichtingen als hun omzet een bepaald bedrag niet te boven gaat. De hoogte van dit bedrag verschilt per documentatieverplichting. Zo is een landenrapport pas verplicht als de multinationale groep een omzet behaalt van € 750 miljoen of meer.

 


Gerelateerde artikelen