Prinsjesdagspecial - belastingplan 2019


Prinsjesdagspecial - belastingplan 2019


In deze Prinsjesdagspecial staan de belangrijkste voorstellen uit het Belastingplan 2019 en aanvullende wetsvoorstellen voor u op rij. De special is verdeeld in de volgende onderwerpen:

  •  maatregelen ondernemingen;
  •  maatregelen werkgever;
  •  maatregelen internationale situaties;
  •  maatregelen eigen woning;
  •  maatregelen btw & accijnzen;
  •  maatregelen auto & mobiliteit;
  •  maatregelen (vermogende) particulieren;
  •  overige maatregelen.

De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2019 in werking treden, tenzij anders vermeld.

 

 

MAATREGELEN ONDERNEMINGEN

Verlaging Vpb

Het tarief in de vennootschapsbelasting gaat omlaag. Het wordt in drie jaarlijkse stappen verlaagd: Vanaf 2019 wordt de eerste schijf in de vennootschapsbelasting (belastbare winst tot € 200.000) belast tegen 19% en de tweede schijf (vanaf € 200.000) tegen 24,3%. Per 2020 zullen de tarieven 17,5%, respectievelijk 23,9% zijn. In 2021 zijn de tarieven 16%, respectievelijk 22,25%. Deze tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting komt vooral ten goede aan het MKB. Het grootbedrijf profiteert vooral van de afschaffing van de dividendbelasting.

   Tip:

Probeer om kosten naar voren te halen door het vormen van een voorziening en opbrengsten uit te stellen door het vormen van een herinvesteringsreserve.

Nieuwe renteaftrekbeperking

Het kabinet wil een nieuwe, algemene renteaftrekbeperking invoeren. Grofweg gezegd komt deze maatregel erop neer dat het saldo van de betaalde en ontvangen rente aftrekbaar is tot maximaal 30% van de gecorrigeerde winst. De gecorrigeerde winst is de winst vóór interest, belasting, afschrijving en andere waardedalingen. Bovendien zal de renteaftrekbeperking een drempel kennen van € 1 miljoen. Het niet-aftrekbare deel is in principe wel door te schuiven.

   Tip:

De wetgever voorziet dat vennootschappen zich gaan opdelen zodat iedere afzonderlijke vennootschap zelf de drempel van € 1 miljoen kan gebruiken. Het wetsvoorstel bevat echter nog geen concrete bepalingen om zo’n opdeling te bestrijden. Maar wat niet is, kan nog komen.

Wijzigingen als gevolg van ATAD 1

Als rente als gevolg van de generieke renteaftrekbeperking niet in aftrek komt, kan deze rente onbeperkt worden voortgewenteld naar de toekomst. Om oneigenlijk gebruik te voorkomen wordt in de Vpb een antimisbruikbepaling opgenomen. Ook zijn bepalingen opgenomen om de samenloop tussen voortgewentelde rente op grond van de generieke renteaftrekbeperking en het fiscale eenheidsregime te regelen. Verder worden de bepalingen over splitsingen, fusies, bestuurlijke herindelingen of herschikkingen aangevuld voor situaties waarin aanspraken bestaan op voortgewentelde rente op grond van de generieke renteaftrekbeperking.

 

Verhoging box 2-tarief

In samenhang met de verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting wordt voorgesteld om het huidige belastingtarief van 25% voor inkomsten uit aanmerkelijk belang (i.e. belang van 5% of meer) te corrigeren naar 26,9% per 2021. Om het midden- en kleinbedrijf tegemoet te komen is de oorspronkelijke correctie uit het regeerakkoord van 28,5% dus verlaagd. De tariefopbouw in box 2 wordt dan als volgt:

 

 

Tarief  

2019

25% 

2020

26,25% 

2021

26,9% 

 

Let op! 

Er komt geen overgangsregeling voor winsten die vóór 2020 zijn behaald, maar pas in 2020 of een later jaar worden uitgekeerd aan de dga. 

 

Compensatie bijstandslening (ex-)ondernemers

Een ondernemer in financiële problemen kan bij de gemeente een beroep doen op algemene bijstand om in het levensonderhoud te voorzien. De gemeente verstrekt dit als een renteloze lening, welke op dat moment niet tot het fiscale inkomen van de ondernemer behoort. Na een jaar beslist de gemeente op basis van het jaarinkomen van de ondernemer of de lening geheel of gedeeltelijk moet worden terugbetaald. Bleef terugbetaling achterwege, dan werd het bedrag opgeteld bij het inkomen van de ondernemer. Dit leidde tot een hoger toetsingsinkomen voor een aantal inkomensafhankelijke toeslagen, met terugvorderingsproblemen tot gevolg. Met ingang van 1 januari 2017 worden deze kwijtgescholden leningen niet meer tot het inkomen van de ondernemer gerekend. Wie echter in de jaren 2014, 2015, 2016 nadeel heeft ondervonden in de toeslagensfeer door deze kwijtschelding, kan aanspraak maken op een compensatieregeling. Toeslagrecht wordt opnieuw berekend op basis van het toetsingsinkomen zonder bijstandslening. Eerder teruggevorderde toeslagen vervallen dan. Die terugvordering zal (inclusief rentevergoeding) door de Belastingdienst worden terugbetaald.

 

Let op! 

Om aanspraak te maken op de compensatieregeling moet een schriftelijk verzoek worden gedaan aan de Belastingdienst/Toeslagen voorzien van de benodigde bewijsstukken. 

 

Voorwaartse verliesverrekening Vpb beperkt

De huidige termijn voor voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting is negen jaar. Deze termijn wordt teruggebracht naar zes jaar. Deze termijn zal voor het eerst gelden voor verliezen geleden in 2019. Voor een verlies geleden in 2018 geldt nog een verrekeningstermijn van negen jaar. Is sprake van een gebroken boekjaar? Dan geldt dat de beperking van de verliescompensatie geldt vanaf het boekjaar dat begint in 2019.

   Tip:

Probeer verliezen naar voren te halen en zoveel mogelijk in 2018 te laten vallen. Dan is de termijn om deze verliezen nog te kunnen verrekenen negen jaar.

 

Nog maar zes jaar om ab-verlies te verrekenen

Momenteel zijn verliezen uit aanmerkelijk belang (ab) te verrekenen met de winst uit het voorafgaande jaar (achterwaartse verliesverrekening) en de winsten uit de negen jaren na het verliesjaar (voorwaartse verliesverrekening). De voorwaartse verliesverrekening wordt verkort naar zes jaar. De ab-houder krijgt dus minder tijd om zijn verlies te verrekenen.

   Tip:

Iemand die geen aanmerkelijk belang meer heeft maar wel een ab-verlies heeft openstaan, kan dit verlies onder voorwaarden omzetten in een belastingkorting voor box 1.

 

Investeringsaftrekken worden voortgezet

De energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige milieu- investeringen (Vamil) worden met vijf jaar verlengd tot 1 januari 2024. Het aftrekpercentage van de EIA zal worden verlaagd naar 45%. De Energielijst gaat onder de verantwoordelijkheid van de minister van Economische Zaken en Klimaat vallen.

 

Gevolgen tariefsaanpassing Vpb

Vanwege de wijzigingen in de tarieven in de Wet op de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting worden de tarieven in de regeling voor geruisloze terugkeer aangepast.

Voldoet een immaterieel activum achteraf bezien niet aan de regels voor toepassing van de innovatiebox? Dan verandert de wijze waarop de vennootschapsbelasting wordt berekend ook door de voorgestelde verlaging van de vennootschapsbelasting.

 

Vergoeding voor bijzonder kapitaal

Tier 1-kapitaal, ofwel kernkapitaal, bestaat uit het aandelenkapitaal en de ingehouden winst van een onderneming. Aanvullend tier 1-kapitaal zijn zogenoemde hybride kapitaalinstrumenten met zowel kenmerken van eigen als vreemd vermogen. Dit kapitaal bestaat uit instrumenten die een onbepaalde looptijd hebben en geen aflossingsprikkel bevatten. Momenteel is de vergoeding, bijvoorbeeld rente, aan banken en verzekeraars voor het verstrekken van dergelijk kapitaal nog aftrekbaar. Het kabinet wil daar nu een einde aan maken. Hiermee streeft het kabinet naar een gelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen en beoogt zo de financiering met vreemd vermogen (waaronder hybride vermogen) te beperken om aldus zorg te dragen voor een gezonde financiële sector.

 

Verbod investeren vastgoed fbi’s

Voor fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s) geldt een vennootschapsbelastingtarief van 0%. Vanaf 1 januari 2020 mogen fiscale beleggingsinstellingen niet meer direct beleggen in vastgoed. Deze maatregel hangt samen met de afschaffing van de dividendbelasting. Vooralsnog wordt op de winstuitdeling aan buitenlandse beleggers dividendbelasting ingehouden. Wanneer echter de dividendbelasting wordt afschaft, zou Nederland zijn heffingsrecht verliezen over resultaten uit in Nederland gelegen vastgoed. De vastgoedmaatregel verbiedt fbi’s daarom direct te beleggen in Nederlands vastgoed.

 

Let op! 

Herstructurering kan afhankelijk van de situatie leiden tot belastbare feiten voor de overdrachtsbelasting, waarbij bestaande vrijstellingen in voorkomende gevallen niet altijd uitkomst beiden. 

 

Beperking afschrijving vastgoed

Onder de huidige wetgeving kunnen B.V.’s in principe onroerende zaken tot maximaal 50% van de WOZ-waarde fiscaal afschrijven als zij deze zaken gebruiken voor hun ondernemingen. Beleggingspanden zijn af te schrijven totdat de boekwaarde gelijk is aan 100% van de WOZ-waarde. Het kabinet wil dit onderscheid in de Vpb opheffen door de afschrijvingsgrens van alle gebouwen te stellen op 100% van de WOZ-waarde. De maatregel zorgt ervoor dat het verschil tussen de boekwaarde en de toekomstige verkoopwaarde kleiner is, met als gevolg dat de belastbare winst bij verkoop van het gebouw lager is.

 

Let op! 

Afschrijving tot op 100% van de WOZ-waarde laat onverlet dat bij lagere marktwaarde van het bedrijfspand, afboeking naar deze lagere bedrijfswaarde is toegestaan. 

 

Korter uitstel exitheffing voor B.V.

B.V.’s en andere vennootschapsbelastingplichtige lichamen krijgen minder uitstel voor het betalen van de zogeheten exitheffing. Deze exitheffing is onder meer aan de orde als een vennootschapsbelastingplichtig lichaam zijn fiscale vestigingsplaats overbrengt naar het buitenland. Nu biedt de fiscus de mogelijkheid om de heffing over de in Nederland opgekomen, maar nog niet gerealiseerde meerwaarden van overgebrachte vermogensbestanddelen in tien jaarlijkse gelijke termijnen te betalen. Deze termijn wordt verkort naar vijf jaar. Voor zover meerwaarden voor die tijd worden gerealiseerd, eindigt het betalingsuitstel.

 

Let op! 

De verkorting van het betalingsuitstel geldt alleen voor belastingschulden waarvoor de fiscus op of na 1 januari 2019 uitstel van betaling heeft verleend. 

 

 

MAATREGELEN WERKGEVER

Verkorten maximale looptijd 30%-regeling

De 30%-regeling biedt werkgevers de mogelijkheid om aan werknemers die tijdelijk buiten het land van herkomst werken onder voorwaarden een forfaitaire onbelaste vergoeding te geven in plaats van een vergoeding van de werkelijke extra(territoriale) kosten van die werknemers. De looptijd van de 30%-regeling voor werknemers uit het buitenland wordt vanaf 1 januari 2019 verkort van acht naar vijf jaar, waarbij geen overgangsrecht is opgenomen. De verkorting geldt dus voor zowel nieuwe als bestaande gevallen, zodat de 30%-regeling na uiterlijk 5 jaar niet langer kan worden toegepast.

 

Let op! 

Wél komt er beperkt overgangsrecht dat ziet op het onbelast vergoeden van schoolgelden voor internationale scholen. Deze mogen, voor het schooljaar 2018/2019, ook na de verkorting van de looptijd van de 30%-regeling onbelast vergoed worden, mits vergoeding plaatsvindt binnen de oorspronkelijke looptijd. 

 

Heffingskorting buitenlandse werknemer

Onder de huidige wetgeving zijn de via de loonheffing verleende heffingskortingen voor een groep buitenlands belastingplichtigen hoger dan de heffingskortingen waarop zij in de inkomstenbelasting recht op hebben. Het teveel verrekende bedrag moeten zij dan via de inkomstenbelasting terugbetalen.

Daarom wordt voorgesteld om bij buitenlands belastingplichtigen:

  • die wonen in de EU/EER/Zwitserland/BES-eilanden;
  • of woonachtig zijn buiten de EU/EER/Zwitserland/BES-eilanden en een onderneming drijven met behulp van een vaste inrichting in Nederland en op hen een belastingverdrag van toepassing is die discriminatie van vaste inrichtingen verbiedt,

alleen rekening te houden met het belastingdeel van de arbeidskorting en van de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

 

Verhogen maxima vrijwilligersregeling

Organisaties hoeven voor personen die bij hen als vrijwilliger werkzaam zijn geen belasting en premies in te houden over de vergoedingen en verstrekkingen die de vrijwilliger ontvangt als deze in totaal maximaal € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar bedragen. Deze plafonds worden per 1 januari 2019 verhoogd tot € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar.

 

Let op! 

De in de vrijwilligersregeling gehanteerde bedragen worden geacht ten hoogste de kosten te dekken die een vrijwilliger maakt om zijn vrijwilligerswerk te verrichten. 

 

 

MAATREGELEN INTERNATIONAAL

Afschaffing dividendbelasting

Het kabinet stelt voor om met ingang van 1 januari 2020 de dividendbelasting af te schaffen. Tegelijkertijd wordt een bronbelasting ingevoerd op dividenduitkeringen aan gelieerde vennootschappen. Vanaf 2021 gaat dit ook gelden voor intrestbetalingen of royaltybetalingen tussen gelieerde vennootschappen. Het tarief van de bronbelasting zal gelijk zijn aan dat van de hoogste schijf in de vennootschapsbelasting, 23,9% in 2020 en 22,25% in 2021. De bronbelasting wordt alleen geheven als de ontvangende vennootschap in een laag belast land is gevestigd of er sprake is van misbruik. Het Ministerie van Financiën zal jaarlijks een uitputtende lijst publiceren welke landen als laag belast kwalificeren.

 

Let op! 

De voorgestelde antimisbruikbepalingen gelden niet alleen bij directe betalingen tussen vennootschappen, maar ook bij (gekunstelde) constructies met tussengeschoven vennootschappen en in situaties met hybride entiteiten. 

 

Controlled foreign companies

Het kabinet wil een maatregel invoeren om misbruik met zogeheten ‘controlled foreign companies’ (CFC’s) te bestrijden. Er kan sprake zijn van een CFC als een vennootschapsbelastingplichtig lichaam een (in)direct belang van meer dan 50% in een ander lichaam of een vaste inrichting heeft. Eventueel kan het lichaam dit belang samen met een gelieerde partij houden. Het andere lichaam of de vaste inrichting kwalificeert pas als een CFC als het is gevestigd in een staat die de winst van lichamen niet belast of tegen een tarief van minder dan 7% of is opgenomen op een lijst van niet-meewerkende rechtsgebieden. De antimisbruikmaatregel houdt grofweg gezegd in dat renten, dividenden en royalty’s van de CFC’s als besmette voordelen worden aangemerkt. Als de CFC deze besmette voordelen niet (tijdig) uitkeert, rekent de Belastingdienst ze na aftrek van de bijbehorende kosten tot de winst van de Nederlandse houdstervennootschap.

   Tip:

Deze antimisbruikbepaling geldt niet in situaties waarin de CFC een wezenlijke economische activiteit uitoefent. Ontvangt de CFC doorgaans hoofdzakelijk niet-besmette voordelen of drijft zij een financiële onderneming en ontvangt zij de besmette voordelen doorgaans hoofdzakelijk van derden? Dan is de antimisbruikmaatregel evenmin van toepassing.

 

 

MAATREGELEN EIGEN WONING

Eigenwoningforfait

Voor sommige eigenwoningbezitters zal het eigenwoningforfait naar verwachting dalen. Deze verwachtingen zijn weergegeven in het onderstaande schema:

Bij een eigenwoningwaarde van   

maar niet meer dan 

bedraagt het eigenwoningforfait op jaarbasis  

 

2018

2019

   -

€ 12.500

0%

0%

   € 12.500

€ 25.000

0,25%

0,25%

   € 25.000

€ 50.000

0,40%

0,35%

   € 50.000

€ 75.000

0,55%

0,50%

   € 75.000

€ 1.060.000*

0,70%

0,65%

   € 1.060.000*

-

€ 7.420* vermeerderd met 2,35% van de eigenwoningwaarde voor zover deze uitgaat boven € 1.060.000*

€ 7.420* vermeerderd met 2,35% van de eigenwoningwaarde voor zover deze uitgaat boven € 1.060.000*

* Stand 2018, wordt jaarlijks gecorrigeerd met de tabelcorrectiefactor

 

 

MAATREGELEN BTW&ACCIJNS

Verhogen verlaagde btw-tarief

Het verlaagde btw-tarief wordt per 1 januari 2019 verhoogd van 6% naar 9%. De verhoging hangt samen met de voorstellen die zien op de structurele verlaging van belastingen op inkomen. Ten aanzien van de tariefswijziging is geen overgangsrecht opgenomen.

   Tip:

Deze verhoging kan reden zijn om vooruitbetalingen te doen. Voor het vaststellen van het btw-tarief, kan worden aangesloten bij het reguliere moment van verschuldigdheid.

 

Verruimen Nederlandse sportvrijstelling

Diensten van sportorganisaties aan hun leden zijn in principe vrijgesteld van btw. In lijn met Europese rechtspraak wordt de Nederlandse btw-vrijstelling voor sport en aan sport gerelateerde activiteiten per 1 januari 2019 uitgebreid, zodat ook diensten door sportorganisaties aan derden zijn vrijgesteld. De verruiming van de sportvrijstelling raakt gemeenten en sportverenigingen/-stichtingen doordat na invoering van de maatregel de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties voortaan als een btw-vrijgestelde activiteit kwalificeert, waarmee het recht op aftrek van voorbelasting vervalt.

 

Let op! 

Voor sportaccommodaties die per 1 januari 2019 nog niet zijn opgeleverd, geldt mogelijk overgangsrecht. In andere gevallen kan mogelijk aanspraak worden gemaakt op een subsidieregeling voor sportverenigingen en een specifieke uitkering voor gemeenten per 1 januari 2019. 

 

Digitale diensten over de grens

Ondernemers die grensoverschrijdende digitale diensten verkopen aan consumenten binnen de EU zijn btw verschuldigd in de lidstaat en naar het tarief van de lidstaat waar de consument is gevestigd. De ondernemer kan kiezen om gebruik te maken van het mini éénloketsysteem (MOSS). De ondernemer kan de verschuldigde buitenlandse btw afdragen aan zijn eigen belastingdienst die deze vervolgens verrekent met de belastingdienst van de lidstaat van de consument. Voor ondernemers is het moeilijk om bij verkoop van diensten via internet vast te stellen waar de consument woont en dus voor welke lidstaat de ondernemer de btw moet afdragen. Afdracht via het MOSS betekent naast administratieve lasten ook een extra aangifte naast de binnenlandse btw-aangifte. Om kleine ondernemers tegemoet te komen, is voor de verkoop van grensoverschrijdende digitale diensten voortaan de btw verschuldigd in de lidstaat van de ondernemer en naar het daar geldend tarief. Voorwaarde is wel dat de totale grensoverschrijdende omzet van de ondernemer met deze diensten jaarlijks onder de € 10.000 blijft. Ook worden de factureringsregels vereenvoudigd voor ondernemers die digitale diensten verrichten voor consumenten in andere lidstaten. Voortaan gelden alleen de factureringsregels van de lidstaat waar de ondernemer voor toepassing het MOSS is geïdentificeerd.

 

Een omzetgerelateerde vrijstelling

Vanaf 1 januari 2020 wordt de kleineondernemersregeling (KOR) vervangen door een nieuwe facultatieve omzetgerelateerde vrijstelling met een omzetgrens van € 20.000. Het gaat dan om de hele omzet die een in Nederland gevestigde ondernemer behaalt met goederenleveringen en diensten die belastbaar zijn in Nederland, ongeacht het van toepassing zijnde tarief en ongeacht of de heffing is verlegd naar zijn afnemer. Een ondernemer die onder de omzetgrens blijft en ervoor kiest om de nieuwe KOR toe te passen, brengt geen btw in rekening aan zijn afnemers en kan de btw die andere ondernemers aan hem in rekening brengen niet in aftrek brengen. Anders dan de huidige KOR, geldt de nieuwe regeling ook voor rechtspersonen.

 

 

MAATREGELEN AUTO & MOBILITEIT

Fiets van de zaak

Vanaf 1 januari 2020 komt er een forfaitaire regeling voor de fiets van de zaak. Er wordt een bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets voorgesteld. Waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende soorten fietsen. De bijtelling geldt als de fiets voor (een deel van) het woon-werkverkeer ter beschikking staat. Voor met de fiets van de zaak afgelegde (al dan niet zakelijke) kilometers bestaat geen recht op een belastingvrije vergoeding. Voor de ondernemer en de resultaatgenieter komen er vergelijkbare regelingen.

 

Einde teruggaafregeling BPM

Ter stimulering van de aanschaf van milieuvriendelijke auto’s wordt voorgesteld de teruggaafregeling BPM voor taxi’s en openbaar vervoer (OV) met ingang van 1 januari 2020 af te schaffen. Volgens de regeling wordt de teruggaaf van BPM op aanvraag verleend voor personenauto’s die geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt voor OV of taxivervoer in de zin van de Wet personenvervoer 2000. De MRB-vrijstelling voor taxi’s en openbaar vervoer wordt niet afgeschaft. Door het afschaffen van de teruggaafregeling komen het goedkeurend beleid van de Belastingdienst voor bepaalde vrijwilligersvervoersprojecten en de teruggaafregeling BPM voor deze projecten te vervallen.

 

Vervuilers gaan meer betalen

Milieudifferentiatie in de Wet BZM wordt geactualiseerd waardoor de meer vervuilende zware vrachtauto’s uit binnen- en buitenland meer belasting gaan betalen. Voor de schoonste vrachtauto’s blijft het huidige tarief van toepassing. Over deze maatregel is overeenstemming bereikt met de zogenoemde Eurovignet-landen. De wijziging betekent een verdere differentiatie naar klasse EURO en een verhoging van tarieven voor minder schone vrachtauto’s. De nieuwe tarieven treden met ingang van 1 juli 2019 in werking mits de ratificatieprocedure voor 31 mei 2019 is afgerond. Het EURO V wordt dan vanaf 1 januari 2020 verhoogd. Lukt dat niet, dan treden alle nieuwe tarieven 1 januari 2020 in werking.

 

Wet uitwerking Autobrief II opgeschoven

De toeslag voor dieselauto’s met een fijnstofuitstoot van meer dan 5 milligram per kilometer die per 1 januari 2019 zou worden ingevoerd, wordt uitgesteld. De noodzakelijke automatisering bij de Belastingdienst zal naar verwachting pas per 1 januari 2020 gereed zijn.

 

Automatische kentekenherkenning

Er komt er een wettelijke basis voor automatische nummerplaatherkenning (ANPR) met behulp van camera’s. De Belastingdienst mag kentekens automatisch lezen, waarbij de locatie, de datum en het tijdstip worden vastgelegd. De vastgelegde gegevens worden gebruikt voor de heffing en controle van de motorrijtuigenbelasting (MRB). Zoals voor de controle op toepassing van de handelaarsregeling en de overgangsregeling voor oldtimers. De gegevens moeten worden vernietigd als deze geen ‘treffer’ opleveren voor de MRB. Het lijkt er dus op dat ANPR niet kan worden ingezet bij controle van het privégebruik van een auto van de zaak.

 

Let op! 

Er zijn uiteraard wel andere middelen voor de inspecteur om bijvoorbeeld een rittenregistratie te controleren. Zoals met behulp van werkroosters, agenda’s of urenregistraties. 

 

 

MAATREGELEN (VERMOGENDE) PARTICULIEREN

Invoering tweeschijvenstelsel

Voor de heffing van inkomstenbelasting (box 1) wordt vanaf 2019 geleidelijk een tweeschijvenstelsel geïntroduceerd. Dit zal vanaf 2021 zijn gerealiseerd. Deze sociale vlaktaks moet de belastingheffing van verschillende typen huishoudens evenwichtiger maken. Er zal een gezamenlijk basistarief (37,05% in 2021) gelden voor inkomen tot en met € 68.507 en een toptarief voor inkomen boven € 68.507. Deze grens waar het toptarief begint, wordt overigens tot 2025 bevroren. Het nieuwe toptarief komt uit op 49,50% (2021), bijna 2,5%-punt lager dan het huidige toptarief.

 

Nieuwe tarieven inkomstenbelasting

Voor belastingplichtigen die zijn geboren op 1 januari 1946 of later gelden per 1 januari 2019 de volgende box 1-tarieven:

Bij een eigenwoningwaarde van   

 

 

 

   

Bel.ink.
meer dan (€)

maar niet
meer dan (€)

Tarief 2019 (%)

1e schijf

-

20.384

36,65

2e schijf

20.384

34.300

38,10

3e schijf

34.300

68.507

38,10

4e schijf

68.507

-

51,75

Deze percentages zijn dus inclusief premies volksverzekeringen.

 

Hogere algemene heffingskorting

Voor 2018 bedraagt de algemene heffingskorting maximaal € 2.265. Gedurende de jaren 2019, 2020 en 2021 verhoogt het kabinet via het Belastingplan 2019 de maximale algemene heffingskorting met in totaal € 358.

 

Let op! 

De algemene heffingskorting daalt naarmate het inkomen in box 1 meer bedraagt dan de eindgrens van de eerste schijf. Uiteindelijk kan de algemene heffingskorting op nihil eindigen. 

 

Gewijzigde heffingskortingen

Hierin zijn alleen de wijzigingen in heffingskortingen opgenomen zoals voorgesteld in het Belastingplan 2019. Voor AOW-gerechtigden gelden in beginsel lagere maxima.

Heffingskortingen 

2018 (€) 

2019 (€) 

Algemene heffingskorting maximaal (< AOW-leeftijd)

2.265

2.477

Arbeidskorting max.

3.249

3.399

Inkomensafhankelijke combinatiekorting max.

2.801

2.835

Jonggehandicaptenkorting

728

737

Ouderenkorting

1.418

1.596

Alleenstaande ouderenkorting

423

429

 

Erfgenaam en aansprakelijkheid

Erfgenamen kunnen nu tot maximaal het bedrag van hun erfenis aansprakelijk gesteld worden voor naheffings- en navorderingsaanslagen en aansprakelijkheidsschulden die pas zijn opgekomen na het overlijden van de erflater. De Belastingdienst mist daardoor soms verhaalsmogelijkheden omdat mensen hun vermogen vlak voor hun overlijden wegschenken. De erfgenaam heeft dan geen of slechts een kleine erfenis ontvangen. De aansprakelijkheid wordt daarom uitgebreid met het bedrag van schenkingen die kort (tot 180 dagen) voor het overlijden van de erflater zijn ontvangen.

   Tip:

De uitbreiding van de aansprakelijkheid geldt niet voor schenkingen die zijn vrijgesteld van schenkbelasting.

 

Let op! 

Deze wijziging gaat al vanaf 18 september 2018 (15.15 uur) gelden. 

 

Versobering van aftrekposten

Vanaf 1 januari 2020 vindt een verlaging plaats van het effectieve toptarief waartegen de ondernemersaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de terbeschikkingstellingsvrijstelling en de persoonsgebonden aftrek aftrekbaar zijn. Voor de aftrekbare negatieve inkomsten uit eigen woning geldt al zo’n soort versobering, die nu wordt versneld. In 2020 zijn de genoemde aftrekposten aftrekbaar tegen 46% in plaats van 50,5%. Het versoberingsproces zal geleidelijk aan plaatsvinden. In 2023 zal de versobering zich hebben voortgezet naar een aftrek tegen 37,05% (tarief tweede schijf).

 

Conserverende aanslag beperkt

Wanneer in een belastingverdrag aan een ander land (woonstaat) het volledige heffingsrecht over pensioen-/lijfrente-inkomsten is toegekend, mag Nederland geen conserverende aanslag opleggen over in bepaalde periodes opgebouwde rechten. Dit is door de Hoge Raad beslist en wordt nu in de wet vastgelegd. Het komt erop neer dat bij emigratie naar dergelijke landen lijfrentepremies van de periode vóór 1 januari 1992 of van de periode 1 januari 2001 tot en met 15 juli 2009 buiten aanmerking blijven. Hetzelfde geldt voor pensioenaanspraken en bijdragen van de periode tot en met 15 juli 2009.

   Tip:

Ga bij emigratie na of de woonstaat het volledige heffingsrecht heeft over lijfrente- of pensioeninkomsten. Zo ja, maak dan bezwaar tegen de opgelegde conserverende aanslag.

 

Fiscale aansprakelijkheid begunstigden

Zeer vermogende particulieren ontdoen zich soms van hun vermogen vlak voordat de Belastingdienst zijn verhaalsmogelijkheden veilig kan stellen. Bijvoorbeeld door vermogen te schenken aan familieleden of door een rechtspersoon te liquideren. Daarom komt er een nieuwe fiscale aansprakelijkstelling voor begunstigden. Een begunstigde is iemand die bijvoorbeeld een schenking of een liquidatie-uitkering van een rechtspersoon ontvangt. Er moet aan drie voorwaarden voldaan zijn:

  • De begunstiging is onverplicht verricht;
  • De Belastingdienst is benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheden;
  • De belastingschuldige én de begunstigde wisten of behoorden te weten dat de Belastingdienst benadeeld werd.

Er kan worden verondersteld dat de betrokkenen wisten dat de Belastingdienst benadeeld werd. De begunstigde moet dan zelf het tegendeel bewijzen.

 

Let op! 

Deze wijziging gaat al vanaf 18 september 2018 (15.15 uur) gelden. 

 

Wijziging combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) zal anders berekend worden, waardoor de maximale IACK al bij een lager inkomen bereikt zal worden.

Men berekent nu de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) door een vast bedrag te verhogen met een opbouwpercentage over het deel van het arbeidsinkomen dat een drempel overschrijdt. Het Belastingplan 2019 bevat een voorstel om het vaste bedrag te schrappen. De opbouw van de IACK vindt volgens het Belastingplan 2019 dan plaats vanaf nihil. Wie maar net boven de drempel uitkomt, zal dus maar weinig aan IACK kunnen benutten. Wel wordt het opbouwpercentage verhoogd van 6,159 naar 11,45.

 

Heffingskortingen zieken zonder werk

Uitkeringsgerechtigden met een WW-uitkering die ziek worden en een uitkering Ziektewet (ZW) ontvangen hebben recht op arbeidskorting en eventueel inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). In de regel treedt hierdoor een substantiële inkomensstijging op. Omgekeerd ervaren mensen die een ZW-uitkering genieten en geen werk hebben juist een substantiële netto-inkomensdaling als zij zich beter melden. Om dit te voorkomen wordt per 1 januari 2020 de ZW-uitkering niet langer als arbeidsinkomen in aanmerking genomen voor groepen zonder dienstbetrekking.

 

Let op! 

De maatregel geldt niet voor vrijwillig verzekerden voor de ZW. 

 

Aanslag ontbonden vennootschap

Er komt een alternatieve wijze van bekendmaken van belastingaanslagen aan (vermoedelijk) niet langer bestaande rechtspersonen. Dit om het omzeilen van belastingheffing tegen te gaan. Het aanslagbiljet wordt uitgereikt aan het Openbaar Ministerie bij de laatst bevoegde rechtbank of aan Rechtbank Den Haag. De aanslaggegevens worden gepubliceerd in de Staatscourant en een kopie van het aanslagbiljet wordt verzonden naar de laatst bekende bestuurders, aandeelhouders en vereffenaars.

 

Uitbreiding informatieplicht

Personen die potentieel aansprakelijk kunnen zijn voor een belastingschuld van anderen worden wettelijk verplicht om informatie aan de Belastingdienst te verstrekken. Voorwaarde is wel dat de Belastingdienst aanwijzingen heeft dat er aansprakelijkheid kan zijn. Bijvoorbeeld bij een inlener, bestuurder of aanmerkelijkbelanghouder. Maar als dit Belastingplan is aangenomen ook bij een erfgenaam of begunstigde.

 

Let op! 

Het niet voldoen aan deze verruimde informatieplicht kan beboet worden (max. € 8.300) of bestraft met maximaal zes maanden hechtenis. 

 

 

OVERIGE MAATREGELEN

Aanpassing regeling belastingrente

Uitgangspunt bij belastingrente is dat deze in rekening wordt gebracht als het opleggen van een belastingaanslag door toedoen van de belastingplichtige te lang op zich laat wachten. De belastingrenteregeling in de inkomsten- en erfbelasting was echter nog niet in lijn met dit uitgangspunt. Daardoor werd soms rente in rekening gebracht terwijl tijdig aangifte was gedaan. De Belastingdienst brengt echter sinds 2014 in die gevallen geen belastingrente in rekening. Deze praktijk zal nu in wetgeving worden omgezet voor zowel de inkomsten- als erfbelasting.

 

Tarieven bestedingsbelasting Saba en Sint Eustatius

De BES-eilanden kennen sinds de invoering van het fiscale stelsel op de BES-eilanden een zogenoemde algemene bestedingsbelasting (ABB), wat feitelijk neerkomt op een sterk vereenvoudigde btw. Op Saba en Sint Eustatius waren bij de invoering de ABB-tarieven lager dan op Bonaire vanwege de andere startpositie ten opzichte van Bonaire. De tijdelijke verlaagde tarieven voor Saba en Sint Eustatius zouden gelden tot 31 december 2018, maar gezien het huidige prijspeil op beide eilanden worden de lagere tarieven structureel vastgelegd. Hiermee wordt voorkomen dat de hoge prijzen op de eilanden nog verder stijgen ten gevolge van hogere ABB-tarieven.

 

Aanpassing energiebelasting

De eerste schijf in de energiebelasting voor aardgas wordt verhoogd en de eerste schijf voor elektriciteit wordt verlaagd. Daarmee worden de tarieven in de energiebelasting beter in balans gebracht in verhouding tot de CO2-uitstoot. Het kabinet hoopt dat sneller wordt overgestapt op warmtepompen en aardwarmte. Het reguliere tarief van de eerste schijf in de energiebelasting voor aardgas wordt per 1 januari 2019 met 3 cent per m3 verhoogd en het tarief voor de glastuinbouw in de eerste schijf voor aardgas met 0,482 cent per m3. Het tarief van de eerste schijf voor elektriciteit wordt verlaagd met 0,72 cent per kWh.

 

Vermindering energiebelasting omlaag

Het kabinet stelt voor de belastingvermindering in de energiebelasting met € 51 te verlagen, van € 308,54 naar € 257,54. De belastingvermindering is een vast bedrag dat per aansluiting in mindering wordt gebracht op de voor de levering van elektriciteit verschuldigde energiebelasting. De opbrengst van deze maatregel wordt ingezet voor de verlaging van de belasting op inkomens en winsten. Huishoudens met lage inkomens zullen via gericht inkomensbeleid gecompenseerd worden voor de hogere energierekening.

 

Verlaging verhuurderheffing

Het kabinet wil de verhuurderheffing voor corporaties verlagen. Deze verlaging is afhankelijk van de omvang van hun investeringen in verduurzaming van hun woningvoorraad. Verhuurders die verhuurderheffing betalen en verbeteringen in de energieprestatie van bestaande huurwoningen realiseren, kunnen in aanmerking komen voor heffingsvermindering. De woning moet dan met minimaal drie Energie-Indexklassen worden verbeterd,wat na renovatie resulteert in een Energie-Index van maximaal 1,4 (label B of beter). Beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2019, maar dit moment is nog niet definitief vastgesteld.

 

Kansspelbelasting sportweddenschappen

De aanbieders van landgebonden sportweddenschappen worden belastingplichtige voor de kansspelbelasting. Daarmee ontstaat gelijkheid ten opzichte van de aanbieders van sportweddenschappen en bingo op afstand, ook deze aanbieders zullen belastingplichtig zijn voor de kansspelbelasting.

Bij overige kansspelen wordt de kansspelbelasting van de speler geheven. Ook bij promotionele kansspelen blijft degene die de prijs ontvangt de belastingplichtige en wordt de belasting over de prijs berekend.

De inwerkingtreding hangt af van het wetsvoorstel kansspelen op afstand (nu bij de Eerste Kamer).

 

Kansspelbelasting tarief

Het kansspelbelastingtarief was in 2018 tijdelijk verhoogd naar 30,1%. Deze tijdelijke verhoging wordt niet verlengd, zodat op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip - volgens de huidige planning een half jaar na inwerkingtreding van de Wet Organiseren van kansspelen op afstand (KOA) - het tarief weer 29% bedraagt.

 

Deelnemersboete

Aan overtreders van de fiscale wetgeving kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Sinds 2014 geldt dit ook voor helpers van die overtreders. Daarbij moet u denken aan de uitlokker, de medeplichtige of degene die doet plegen. Deze uitbreidingsbepaling gold voor vijf jaar, maar die termijn wordt nu met vijf jaar verlengd tot 1 januari 2024. De Belastingdienst heeft er tot nu toe weinig gebruik van gemaakt, maar er zou een belangrijke preventieve werking van deze bepalingen uitgaan.

 

Let op! 

De aanpak van professionele betrokkenen bij belastingontwijking staat steeds meer in de belangstelling. Overwogen wordt om de aan de juridische beroepsbeoefenaren opgelegde deelnemersboeten openbaar te maken. Dit is echter niet in dit wetsvoorstel opgenomen. 

 

Afvalstoffenheffing bij export

De afvalstoffenbelasting gaat ook gelden voor afvalstoffen die in Nederland zijn ontstaan en die in het buitenland worden gestort of verbrand. Er is aansluiting gezocht bij de al bestaande EG-verordening voor de overbrenging van afvalstoffen, op grond waarvan degene die de afvalstoffen naar het buitenland overbrengt dit moet melden (de kennisgever).

 

Zwangerschap en pensioenopbouw

Een periode van afwezigheid wegens zwangerschap of bevalling heeft bij zelfstandige beroepsbeoefenaren die verplicht deelnemen in een pensioenregeling nu nog tot gevolg dat de pensioenopbouw wordt stopgezet. De wetgeving wordt aangepast zodat het mogelijk gemaakt kan worden die pensioenopbouw gewoon door te laten lopen.

 

Vrijstelling pleegvergoeding

De vrijstelling van inkomstenbelasting voor pleegvergoedingen zou vervallen per 1 januari 2019. Het gevolg zou dan zijn dat bij pleegzorg aan meer dan drie kinderen, de vergoeding deels belast moet worden. De vrijstelling wordt nu met een jaar verlengd tot 1 januari 2020. Het kabinet spreekt zelf de verwachting uit dat daarna de vrijstelling structureel wordt, dus zonder een einddatum.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Copyright Licent Academy 2018
Aan de redactie van dit document is de uiterste zorg besteed. Niettemin kan redactie noch uitgever enige aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden.

 


Gerelateerde artikelen