Special Eindejaars Belastingtips 2019-2020

Special Eindejaars Belastingtips 2019-2020

Special Eindejaars Belastingtips 2019-2020


Met het jaareinde in zicht, is dit een mooi moment om na te gaan of u op fiscaal gebied nog actie moet ondernemen. Sommige zaken kunnen niet wachten tot 2020, maar andere zaken vragen juist om uitstel tot in het nieuwe jaar. In ieder geval zijn er diverse veranderingen die om aandacht vragen. Welke dat zijn, leest u in deze eindejaarstips.

 

Inhoud

ALLE ONDERNEMERS.

  1. Gooi oude administratie weg.
  2. Vorm nog snel een voorziening.
  3. Begin vóór 2020 met herinvesteren.
  4. Verkoop ‘nieuw’ bedrijfsmiddel in 2020.
  5. Behoud KIA voor 2019.
  6. Doe aanbetaling op nog ongebruikt bedrijfsmiddel
  7. Los familieschuld voor bedrijfsmiddel af
  8. Snel WBSO 2020 aanvragen!
  9. Voorkom bestuurlijke dwangsom..
  10. Voorkom strafbeschikking.
  11. Wacht met Brede Weersverzekering.
  12. Sluit na 2019 verzuimverzekering af
  13. Controleer of u een vaste inrichting heeft
  14. Dien vóór 1 januari 2020 spontaan aangifte in.


IB-ONDERNEMER..

  1. Doteer nog snel aan oudedagsreserve.
  2. Eis vergeten investeringsaftrek op.
  3. Voldoe aan urencriterium..
  4. Werk in uw werkruimte.
  5. Wacht tot 1 januari 2020 met toekennen vergoeding voor uw partner
  6. Voorkom verdamping verlies uit 2010.
  7. Schiet op met uw verhuizing.


VENNOOTSCHAPPEN EN DGA’S.

  1. Dien aangifte 2018-2019 snel in.
  2. Keer vóór 2020 dividend uit
  3. Los schuld aan dga af na 1 januari 2020.
  4. Laat verliezen B.V. niet verloren gaan.
  5. Benut vóór 2020 ab-belastingkorting.
  6. Richt tussenhoudstervennootschap op.
  7. Vorm Kommanditgesellschaft om..
  8. Deponeer jaarrekening op tijd.
  9. Koop nog vóór 1 januari 2020 uw PEB af
  10. Zet PEB nog in 2019 om in oudedagsverplichting.
  11. Hevel vorderingen en belastingschulden over naar B.V.
  12. Rond vereffening af in 2019.
  13. Geef uw kind vóór 2020 een baan bij uw B.V.
  14. Regel kwijtschelding vóór 2020.
  15. Trek u pas na 2019 terug uit VBI
  16. Vraag vóór 1 januari 2020 ontvoeging aan.
  17. Lever vóór 1 januari 2020 het landenrapport over 2018 aan
  18. Geef in 2017 verzwegen dividend op.


BTW EN OVERDRACHTSBELASTING..

  1. Geef btw-correctie auto op in 4e kwartaal 2019.
  2. Vraag snel te veel afgedragen btw terug.
  3. Geef BUA-correctie op in laatste slotaangifte 2019.
  4. Reik vóór 28 januari 2020 90%-verklaring uit
  5. Factureer vóór 1 januari 2020.
  6. Dga, begin in 2020 met werkzaamheden voor werk-B.V.
  7. Vraag btw over 2018 terug.
  8. Dring aan op verklaring afnemer intracommunautaire levering
  9. Achterhaal tijdig juist btw-identificatienummer
  10. Wacht met overbrengen voorraad op afroep.
  11. Laat intracommunautair vervoer in 2020 plaatsvinden.
  12. Geef u op voor MOSS-regeling.
  13. Pas communicatiemiddelen voor eenmanszaak aan nieuw btw-id aan


WERKGEVER..

  1. Administraties moeten op elkaar aansluiten.
  2. Houd eindejaarsborrel…...
  3. Of houd een nieuwjaarsborrel
  4. Ken uw werknemers nog in 2019 een bonus toe.
  5. Stel na 2019 fiets ter beschikking.
  6. Laat uw werknemer bij u Kerstinkopen doen.
  7. Richt vóór 2020 een personeelsfonds op.
  8. Houd personeelsfeestje 2020 op de zaak.
  9. Pas de concernregeling over 2019 toe.
  10. Check of de sectorindeling voor 2020 klopt
  11. Check datum pensionering.
  12. Rond afsluiting loonadministratie 2019 af
  13. Check vóór jaarwisseling administratie van uitzendkrachten
  14. Verhoog uw vrijwilligersvergoeding in 2020.
  15. Volg aanwijzingen Belastingdienst op.
  16. Vergoed VOG na 31 december 2019.
  17. Tijdelijk contract opzeggen vóór 1 december 2019.
  18. Let op de wijzigingen in het ontslagrecht
  19. Wijzig vóór 14 december 2019 uw aangiftetijdvak.
  20. Verleg vóór 1 januari 2020 inhoudingsplicht binnen concern
  21. Regel snel een A1-verklaring.
  22. Verleng werkvergunningen.
  23. Vergoed nog dit jaar een dwangsom..

AUTO..

  1. Koop in 2019 een waterstofauto van de zaak.
  2. Vraag naar gebruik van bedrijfsauto.
  3. Houd in autobranche autogebruik bij
  4. Laat werknemer snel zijn boeten betalen.
  5. Zeg vóór 2020 leasecontract auto werknemer op.
  6. Wacht met aanschaf benzineauto met compressieontsteking
  7. Koop vóór 2020 zware dieselbestelauto.

ESTATE PLANNING/PRIVÉ..

  1. Vraag nog dit jaar om teruggaaf over 2014.
  2. Doe nog vóór 1 januari 2020 een schenking.
  3. Onderhoud woning kind moet vóór 2020 klaar zijn.
  4. Vul verhoogde vrijstelling aan.
  5. Doe vóór 1 maart 2020 aangifte schenkbelasting.
  6. Ga flink aan de slag met uw studie.
  7. Koop alimentatieverplichting nog dit jaar af
  8. Doneer dit jaar aan culturele instelling.
  9. Betaal uw alimentatie vóór 1 januari 2020.
  10. Sluit vóór 2020 samenlevingscontract
  11. Vergeet niet om in 2019 periodiek te verrekenen.
  12. Betaal nog in 2019 lijfrentepremie.
  13. Verlaag eigen bijdrage Wlz.
  14. Verlaag uw spaargeld vóór 1 januari 2020.
  15. Los snel kleine schulden af
  16. Doe nog in 2019 grote uitgaven.
  17. Betaal belastingaanslagen vóór 2020.
  18. Wacht met verkoop groene belegging.
  19. Geef in 2017 verzwegen vermogen op.
  20. Dien vóór 1 november 2019 uw verzoek om een voorlopige aanslag in


EIGEN WONING..

  1. Betaal hypotheekrente vooruit
  2. Verkoop eigen woning na 1 januari 2020.
  3. Los hypotheek in 2019 af
  4. Laat hypotheek vóór 1 januari 2020 in box 3 vallen.
  5. Ga nu schuld voor verbouwing aan.
  6. Stel verhuur eigen woning uit tot na 2019.

 

 

 

ALLE ONDERNEMERS

 

1. Gooi oude administratie weg

Als u administratieve stukken zeven jaar bewaart, voldoet u keurig aan de wettelijke bewaartermijn. Maar probeer te voorkomen dat u bedolven raakt onder een oude administratie. Dat gebeurt eerder dan u denkt, omdat men het begrip administratie ruim moet nemen. Alle gegevens die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing, zijn in de ogen van de fiscus een onderdeel van de administratie. Daarbij kunt u denken aan de loonadministratie, verkoopadministratie, voorraadgegevens, het grootboek en facturen van crediteuren en debiteuren. Gooi daarom uw oude administratie weg als de bewaartermijn is verlopen. Als uw boekjaren de kalenderjaren volgen, betekent dit dat u na 31 december 2019 uw administratie over 2012 en eerdere jaren mag weggooien. Als u bepaalde documenten nog nodig denkt te hebben, bijvoorbeeld contracten, pensioen- en lijfrentepolissen, moet u deze echter nog wel bewaren. 

 

Let op!

Voor de btw-administratie over het gebruik van onroerende zaken, elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en tv-omroepdiensten geldt een bewaartermijn van tien jaar inclusief het jaar van eerste ingebruikname. Dit omdat zich in die periode een herziening van de btw-aftrek kan voordoen. Bijvoorbeeld wegens een andere bestemming van een of meer onroerende zaken, waardoor btw uit voorgaande jaren alsnog deels aftrekbaar kan zijn of deels terugbetaald moet worden.

 

 

2. Vorm nog snel een voorziening

Als u de fiscale winst over 2019 wil drukken, is dat misschien mogelijk door het vormen van een voorziening voor (grote) uitgaven die u in 2020 of later denkt te zullen doen. Een aandachtspunt daarbij is dat deze toekomstige uitgaven hun oorsprong moeten vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2019 of eerder. En men moet deze feiten en omstandigheden kunnen toerekenen aan dat jaar. Ten slotte moet redelijk zeker zijn dat u de uitgaven zult maken. Overleg met uw adviseur of u in 2019 nog een voorziening kunt vormen.

 

3. Begin vóór 2020 met herinvesteren

Heeft u in 2016 een fiscale boekwinst behaald met de verkoop van een bedrijfsmiddel? En heeft u deze boekwinst gedoteerd aan de herinvesteringsreserve (HIR)? Dan riskeert u dat de Belastingdienst de HIR dit jaar tot uw fiscale winst rekent als u niet tijdig de herinvestering doet. Natuurlijk is het niet zo gemakkelijk om nog snel een investering af te ronden. Gelukkig kunt u de inspecteur verzoeken om de driejaarstermijn te verlengen als de aanschaf van het nieuwe bedrijfsmiddel is vertraagd door bijzondere omstandigheden. Maar hij zal uw verzoek alleen honoreren als u kunt aantonen dat u een begin heeft gemaakt met de herinvestering.

 

   Tip:

Als de inspecteur meent dat u geen herinvesteringsvoornemen (meer) heeft, zal hij de HIR aan de belaste winst toevoegen. Het is daarom verstandig om uw herinvesteringsvoornemen vast te leggen in een schriftelijk stuk. Blijf het voortbestaan van uw herinvesteringsvoornemen aan het eind van ieder jaar vastleggen totdat u de herinvestering doet. En mocht de herinvestering vertraging oplopen, bewaar dan de documenten die bewijzen dat echt sprake is van een bijzondere omstandigheid.

 

4. Verkoop ‘nieuw’ bedrijfsmiddel in 2020

Overweegt u om bedrijfsmiddelen te verkopen die u in 2015 heeft aangeschaft? En heeft u over de toenmalige investering in deze bedrijfsmiddelen een investeringsaftrek toegepast? Probeer dan de verkoop uit te stellen tot begin 2020. Zo voorkomt u dat u een deel van de investeringsaftrek moet terugbetalen via de desinvesteringsbijtelling. Hierbij geldt dat de desinvesteringsbijtelling nooit meer is dan de destijds genoten investeringsaftrek. Overigens mag u de desinvesteringsbijtelling ook achterwege laten als u de bedrijfsmiddelen voor hooguit € 2.300 verkoopt.

 

Let op!

De desinvesteringsbijtelling is ook van toepassing bij andere vormen van vervreemding. Als u een bedrijfsmiddel overbrengt naar uw privévermogen, is dit een fictieve vervreemding. In zo’n geval neemt de Belastingdienst de waarde in het economische verkeer van het bedrijfsmiddel als overdrachtsprijs.

 

5. Behoud KIA voor 2019

Overweegt u om in 2019 nog te investeren in bedrijfsmiddelen? Bedenk dan wel dat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) vervalt als uw investeringen die recht geven op de KIA dit jaar meer bedragen dan € 318.449. Als een overschrijding van dit bedrag dreigt, kunt u de investering beter uitstellen tot in 2020. De investering wordt toegerekend aan het jaar waarin u verplichtingen aangaat, zoals het plaatsen van een order, akkoord gaan met een offerte of het tekenen van een koopcontract. Vervaardigt u zelf een bedrijfsmiddel, dan draait het om het jaar waarin u de voortbrengingskosten maakt.

 

Let op!

Als uw onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband, moet u voor het bepalen van de KIA kijken naar de totale investering van het samenwerkingsverband en niet naar de investering van elke onderneming afzonderlijk.

 

6. Doe aanbetaling op nog ongebruikt bedrijfsmiddel

Als u eind 2019 verplichtingen aangaat voor de investering in een bedrijfsmiddel, mag u daarover de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) toepassen in 2019. In principe geldt hierbij de voorwaarde dat u het bedrijfsmiddel in 2019 heeft betaald en in gebruik heeft genomen. Heeft u het bedrijfsmiddel in 2019 nog niet in gebruik genomen? En zou de investeringsaftrek uitgaan boven het bedrag dat bij het einde van 2019 voor die investering is betaald? Dan wordt de KIA beperkt tot het bedrag wat in 2019 is betaald. Het meerdere is aftrekbaar als KIA in 2020. Als u de KIA toch volledig wilt benutten, zult u een aanbetaling moeten doen zodat de totale betaling in 2019 voor de investeringen minimaal gelijk is aan het bedrag van de KIA voor 2019.

 

7. Los familieschuld voor bedrijfsmiddel af

In beginsel mag u geen investeringsaftrek toepassen voor verplichtingen die u bent aangegaan met bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of personen die behoren tot uw huishouden. De inspecteur kan deze beperking op verzoek in de aangifte achterwege laten. Een belangrijke voorwaarde is dat het reële verplichtingen betreft. Verder mag de investering in principe niet zijn bedoeld om het percentage van de investeringsaftrek te beïnvloeden. Een ander aandachtspunt is dat de fiscus de desinvesteringsbijtelling toepast als de verplichting tegenover de bloed- of aanverwant niet is nagekomen of is veranderd binnen vijf jaar na aanvang van het kalender(boek)jaar waarin de verplichting was aangegaan. Bent u in 2015 zo’n verplichting aangegaan, zorg er dan voor dat u vóór 1 januari 2020 de verschuldigde rente en aflossing betaalt. Of maak aannemelijk dat de afwijking van wat overeengekomen is op zakelijke gronden berust.

 

8. Snel WBSO 2020 aanvragen!

U kunt de (loon)kosten van uw speur- en ontwikkelingsproject in 2020 verlagen door een zogeheten tegemoetkoming op grond van de WBSO te claimen. Maar dan moet u deze tegemoetkoming wel tijdig aanvragen! Als u een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) bent, heeft u tot en met 1 januari 2020 te tijd om de aanvraag voor WBSO-tegemoetkoming voor het jaar 2020 in te dienen.

 

Let op!

Als u wel personeel in dienst hebt, moet u meer haast maken om de WBSO-tegemoetkoming aan te vragen, namelijk uiterlijk 30 november 2019.

 

9. Voorkom bestuurlijke dwangsom

Als uw bedrijf nu een bestuurlijke last onder dwangsom krijgt opgelegd, zijn de betaalde dwangsommen nog aftrekbaar van de winst. Bestuursrechtelijke dwangsommen die na 31 december 2019 worden verbeurd, zijn echter niet meer aftrekbaar. Als de last onder dwangsom is bedoeld om u tot een bepaalde handeling te laten overgaan, heeft u nu dus een extra reden om deze handeling tijdig te verrichten.

 

   Tip:

Privaatrechtelijk dwangsommen blijven nog wel aftrekbaar.

 

10. Voorkom strafbeschikking

Als u bij strafbeschikking een geldboete krijgt opgelegd, kunt u deze nu nog aftrekken van de fiscale winst. Vanaf 1 januari 2020 zullen naar verwachting bij strafbeschikking opgelegde geldboeten niet aftrekbaar zijn in de inkomsten- en vennootschapsbelasting.

 

Let op!

Voor geldboeten bij strafbeschikkingen geldt dat het aftrekverbod voor het eerst van toepassing is op strafbeschikkingen die zijn uitgevaardigd na 31 december 2019.

 

11. Wacht met Brede Weersverzekering

Bent u een agrarisch ondernemer en wilt u alvast een Brede weersverzekering afsluiten? Misschien is het beter om daar mee te wachten tot na 31 december 2019. Sluit u die verzekering eerder af, dan betaalt u daarover 21% assurantiebelasting. Maar het is de bedoeling dat de Brede Weersverzekering vanaf 1 januari 2020 is vrijgesteld van assurantiebelasting.

 

12. Sluit na 2019 verzuimverzekering af

Onder de huidige wet- en regelgeving vindt nog een heffing van assurantiebelasting plaats als u een verzuimverzekering of een WGA- en Ziekteweteigenrisicodragersverzekering afsluit. Het Belastingplan 2020 bevat een voorstel om vanaf 1 januari 2020 deze verzekeringen vrij te stellen van assurantiebelasting.

 

13. Controleer of u een vaste inrichting heeft

Momenteel kennen diverse Nederlandse belastingwetten hun eigen uitleg van het begrip vaste inrichting. Als dit begrip afwijkt van het begrip volgens het belastingverdrag dat van toepassing is, riskeert de Belastingdienst het mislopen van belastinginkomsten. Daarom is voorgesteld om bij de definitie van vaste inrichting in de inkomstenbelasting, loonbelasting en vennootschapsbelasting per 1 januari 2020 te verwijzen naar het desbetreffende belastingverdrag. Wilt u zeker weten dat u geen vaste inrichting in Nederland krijgt en daardoor tegen Nederlandse heffing aanloopt? Check dan het belastingverdrag. Wellicht kunt u  vervolgens de omstandigheden zo aanpassen dat u toch geen vaste inrichting in Nederland heeft.

 

Let op!

Bij niet-verdragssituaties moet u in principe aansluiten bij de meest recente versie van het OESO-modelverdrag.

 

14. Dien vóór 1 januari 2020 spontaan aangifte in

Als u nu een aangifte indient zonder dat de inspecteur u daartoe heeft uitgenodigd, kan de hij verschillende wettelijke correctie- en sanctiebevoegdheden niet meer toepassen. Daarom stelt de regering voor om de wet zo te wijzigen, dat de inspecteur die bevoegdheden wel krijgt. De fiscus kan dan kwaadwillenden aanpakken die een spontane aangifte indienen.

 

   Tip:

De regeling zal voorlopig alleen gelden voor aanslagbelastingen zoals de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting.

 

 

IB-ONDERNEMER

 

15. Doteer nog snel aan oudedagsreserve

In 2020 wordt het tweeschijvenstelsel ingevoerd. Het laagste tarief van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (IB/PVV) stijgt dan naar 37,35%. Het hoogste tarief daalt van 51,75% naar 49,5%. Een manier om de fiscale winstneming uit te stellen is het doteren aan de oudedagsreserve (OR). Wie aan de OR kan doteren, doet dit in principe voor 9,44% van de winst, maar maximaal € 8.999 (cijfers 2019).

 

Let op!

Om te kunnen doteren aan de oudedagsreserve moet een ondernemer in 2019 voldoen aan het urencriterium en aan het begin van 2019 de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt.

 

16. Eis vergeten investeringsaftrek op

Het investeren in bedrijfsmiddelen kan u niet alleen de mogelijkheid bieden om afschrijvingskosten af te trekken, maar ook om een extra aftrekpost toe te passen: de investeringsaftrek. Er zijn drie vormen van de investeringsaftrek: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en de milieu-investeringsaftrek (MIA). Als u in uw aangifte inkomstenbelasting over 2014 bent vergeten de investeringsaftrek te claimen, kunt u de inspecteur in 2019 alsnog verzoeken om ambtshalve vermindering voor die investeringsaftrek. Dit is wel het laatste jaar waarin u nog kunt verzoeken om een ambtshalve vermindering over 2014.

 

Let op!

U mag voor dezelfde investering niet zowel de MIA als de EIA toepassen.

 

Let op!

Voor zowel de EIA als de MIA geldt dat u binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting hiervan melding moet doen bij RVO.nl.

 

17. Voldoe aan urencriterium

Als ondernemer kunt u gebruik maken van diverse ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting, zoals de ondernemersaftrek en de mogelijkheid om te doteren aan de oudedagsreserve. Om deze faciliteiten te mogen toepassen, moet u voldoen aan het zogeheten urencriterium. Dat betekent dat u in 2019 minstens 1.225 uur moet besteden aan uw onderneming. Maak dit aannemelijk met een urenadministratie. Overigens wordt de grens niet aangepast als u maar een deel van het jaar ondernemer bent. In geval van zwangerschap, worden de uren die de onderneemster normaliter wel zou hebben gewerkt in de 16 weken rondom de bevalling toch meegeteld.

 

Let op!

Een voorwaarde is ook dat u meer dan de helft van uw totale arbeidstijd besteedt aan uw onderneming. Daardoor is het van belang om niet te veel tijd te besteden aan andere werkzaamheden (bijvoorbeeld ‘bijbaantjes’ in dienstbetrekking). Deze eis geldt niet als u in een of meer van de voorgaande vijf kalenderjaren geen ondernemer was en in die periode hooguit twee keer de zelfstandigenaftrek heeft toegepast.

 

18. Werk in uw werkruimte

Onder strikte voorwaarden kunt u de kosten van uw werkruimte aftrekken van uw belastbare winst over 2019. Van belang is dat u dit jaar voldoende inkomsten in of vanuit die werkruimte verwerft. Hoe dan ook, u moet minstens 30% van uw arbeidsinkomen in die werkruimte verwerven en minstens 70% van het arbeidsinkomen in of vanuit die werkruimte verwerven. Beschikt u elders ook over een werkruimte, dan moet u in 2019 zelfs 70% van uw arbeidsinkomen in de werkruimte verwerven. In dit verband tellen pensioenuitkeringen ook als arbeidsinkomen. Ontvangt u in 2019 zo’n uitkering, zorg er dan voor dat u voldoende overige arbeidsinkomsten in of vanuit de werkruimte behaalt in 2019 om te voldoen aan het 30%- en 70%-criterium.

 

Let op!

De werkruimteregeling en haar voorwaarden zien op de werkruimte in een woning die niet behoort tot uw ondernemingsvermogen. Bovendien moet het gaan om een deel van de woning dat naar maatschappelijke maatstaven zelfstandig is. Dit is een ingewikkeld begrip, dus overleg met uw adviseur of uw werkruimte als zodanig kwalificeert.

 

19. Wacht tot 1 januari 2020 met toekennen vergoeding voor uw partner

Heeft uw partner dit jaar minstens 525 uren aan arbeid verricht voor uw onderneming maar heeft u hem of haar daarvoor tot nu toe nog geen vergoeding toegekend? Wilt u beginnen met het toekennen van een arbeidsvergoeding? Wacht nog even tot na 2019 met het toekennen van die vergoeding zodat u dit jaar de meewerkaftrek nog kunt benutten. Als uw partner minstens 525 uren maar hooguit 875 uren in uw onderneming heeft gewerkt, is de meewerkaftrek 1,25% van de winst. Bij een hoger aantal uren stijgt de aftrek tot maximaal 4% van de winst (uw partner werkt dan minstens 1.750 uren in uw onderneming). Bepaalde vormen van winst, bijvoorbeeld stakingswinst, tellen niet mee voor de berekening van de meewerkaftrek.

 

   Tip:

Een voordeel van het toekennen van een arbeidsvergoeding is dat deze aftrekbaar is. Een arbeidsbeloning van minder dan € 5.000 aan uw partner is echter niet aftrekbaar en evenmin belast bij uw partner. Reken dus uit wat het meest voordelig is. Vergeet ook de effecten niet die meer of minder inkomen kan hebben op heffingskortingen en toeslagen.

 

20. Voorkom verdamping verlies uit 2010

Heeft u in 2010 een fiscaal verlies geleden maar dit nog niet volledig verrekend? Doe dan dit jaar niet te veel aan fiscaal winstuitstel. Bijvoorbeeld door af te zien van een dotatie aan de oudedagsreserve of een fiscale boekwinst op een bedrijfsmiddel te laten vrijvallen. Voor zover u het verlies uit 2010 niet weet te verrekenen met winst uit 2019, zal het namelijk op 1 januari 2020 verdampen.

 

21. Schiet op met uw verhuizing

Heeft u uw onderneming rond 1 januari 2018 verplaatst? En bent u nu bezig met een verhuizing zodat u dichter bij uw werk komt te wonen? Dan doet u er goed aan de verhuizing snel af te ronden. Zo kunt u de fiscale aftrekpost voor verhuizing in het kader van een onderneming veiligstellen. De aftrekpost is gelijk aan het bedrag van de kosten van het overbrengen van de inboedel plus € 7.750. Volgens de fiscus is er onder de volgende omstandigheden in ieder geval sprake van een verhuizing in het kader van de onderneming. Ten eerste moet de afstand tussen uw woning en uw werk eerst minstens 25 kilometer zijn geweest. Daarnaast moet de afstand van uw woning naar de werkplek van uw onderneming tijdig zijn afgenomen met 60% of meer. Dit moet gebeuren binnen twee jaar na de verplaatsing van uw onderneming!

 

   Tip:

Als u binnen twee jaar na de verplaatsing van uw onderneming verhuist en de reisafstand voldoende wordt verkort, is in ieder geval sprake van een verhuizing in het kader van de onderneming. Deze formulering impliceert dat u ook op een andere manier kunt aantonen dat u in het kader van uw onderneming bent verhuisd. Deze manier zal echter minder zekerheid geven.

 

 

VENNOOTSCHAPPEN EN DGA’S

 

22. Dien aangifte 2018-2019 snel in

Hanteert uw bedrijf een gebroken boekjaar, bijvoorbeeld van 1 september tot en met 31 augustus? Dien dan uw aangifte vennootschapsbelasting over september 2018 – augustus 2019 in vóór 1 december 2019. Een B.V. kan namelijk onder de huidige wetgeving heffing van belastingrente voorkomen door de aangifte vennootschapsbelasting in te dienen vóór de eerste dag van de vierde maand na afloop van het boekjaar. Er is een voorstel ingediend om geen belastingrente meer in rekening te brengen als de aangifte op tijd is ingediend, dat wil zeggen voor de eerste dag van de zesde maand na afloop van het tijdvak waarop de aangifte ziet.

 

Let op!

Als de maatregel wordt aangenomen, zal zij al gaan gelden voor belastingaanslagen over tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2019.

 

23. Keer vóór 2020 dividend uit

Op 1 januari 2020 zal het tarief over het inkomen uit aanmerkelijk belang stijgen van 25% naar 26,25%. Dit kan een goede reden zijn om dit jaar nog dividend uit te keren dat onder het huidig tarief kan vallen.

 

Let op!

In 2020 en latere jaren maakt het niet uit of de winstreserve van uw B.V. is ontstaan vóór de tariefsverhoging: het tarief van 26,25% is volledig op eventuele uitkeringen van toepassing.

 

24. Los schuld aan dga af na 1 januari 2020

Als uw B.V. al geruime tijd een schuld heeft aan u en u wilt haar deze schuld laten aflossen, wacht daar dan mee tot na 1 januari 2020. Zo voorkomt u dat het geldbedrag dat u ontvangt meteen in de rendementsgrondslag van box 3 voor het jaar 2020 valt.

 

Let op!

Een probleem kan ontstaan als u vanuit uw privévermogen een lening van hooguit drie maanden heeft verstrekt. De inspecteur past in zo’n geval de volgende sanctie toe. Ten eerste rekent hij de vordering aan uw box 3-vermogen toe. Tegelijkertijd belast hij bij u het voordeel uit de terbeschikkingstelling. De fiscus kan deze sanctie ook toepassen als de terbeschikkingstelling langer dan drie maanden maar niet meer dan zes maanden duurde. U kunt in deze situatie de dubbele heffing alleen ontlopen als u aannemelijk maakt dat uw handelingen voor meer dan 50% zijn gebaseerd op zakelijke overwegingen.

 

25. Laat verliezen B.V. niet verloren gaan

Let erop dat in de vennootschap geleden verliezen beperkt aftrekbaar zijn. Een verlies van 2019 is te verrekenen met de winst van 2018 of met de winsten van de jaren 2020 tot en met 2025. Heeft u nog verrekenbare verliezen in uw B.V. van 2010? Voorkom dan dat deze verliezen verdampen. Laat bijvoorbeeld voorzieningen vrijvallen, zoals de herinvesteringsreserve of verkoop bedrijfsmiddelen met stille reserves aan een gelieerde vennootschap. Een andere methode is sale/lease back van bedrijfsmiddelen met stille reserves.

 

26. Benut vóór 2020 ab-belastingkorting

Als u vanaf 2018 geen aanmerkelijk belang (ab) meer had, maar nog wel een openstaand verlies uit ab, kunt u dit verlies dit jaar omzetten in een belastingkorting. De belastingkorting bedraagt 25% van het openstaande ab-verlies. Als u uw ab-verlies in 2019 omzet in een belastingkorting, mag u deze korting aftrekken van de inkomstenbelasting over de box 1-inkomens van 2019 tot en met 2026. Let wel op het jaar waarin het desbetreffende ab-verlies is geleden. De belastingkorting verdampt namelijk voor zover zij voortkomt uit een verlies van meer dan negen jaar geleden. Voor zover de belastingkorting is gebaseerd op een verlies uit 2010, moet u dit deel van de korting nog dit jaar benutten.

 

27. Richt tussenhoudstervennootschap op

Participeert uw B.V. via een buitenlands fiscaal transparant samenwerkingsverband in een buitenlands lichaam? En doet dit buitenlandse lichaam een betaling aan dat samenwerkingsverband? Dan kan dit nu nog tot een aftrek leiden zonder dat daar tegenover een heffing staat. Maar na 1 januari 2020 kan de Belastingdienst de vergoeding bij uw Nederlandse B.V. belasten als de aftrek in het buitenland niet wordt geweigerd. Als u dit absoluut niet wilt, participeer dan via een buitenlandse tussenhoudstermaatschappij in het buitenlandse lichaam. De vergoeding is dan bij de tussenhoudster belast in het buitenland. Uitkeringen van dat lichaam aan uw bv vallen in principe onder de deelnemingsvrijstelling als uw B.V. minstens 5% van de aandelen houdt.

 

28. Vorm Kommanditgesellschaft om

Het kan voordelig zijn om in Nederland een rechtsvorm te gebruiken die hier fiscaal zelfstandig is maar in het buitenland fiscaal transparant. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als een Duitse GmbH via een Kommanditgesellschaft (KG) in Nederland actief is en Nederland de KG gelijkstelt met een open commanditaire vennootschap. Als de KG een betaling doet aan de GmbH, is deze betaling nu in Nederland aftrekbaar maar mogelijk niet belast in Duitsland. Vanaf 1 januari 2020 kan Nederland de aftrek weigeren. Wordt de KG vervangen door een rechtsvorm die ook in Duitsland niet-transparant is, dan is de betaling in Duitsland belast maar aftrekbaar in Nederland.

 

29. Deponeer jaarrekening op tijd

Zorg ervoor dat uw B.V. tijdig haar jaarrekening deponeert. Dit is vooral belangrijk als een faillissement eraan zit te komen. U riskeert dan namelijk als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor de schulden van de B.V. die niet door vereffening zij te voldoen. Het deponeren van de jaarrekening bij de Kamer van Koophandel (KvK) moet uiterlijk acht dagen na vaststelling van die jaarrekening plaatsvinden. Bovendien moet het deponeren uiterlijk twaalf maanden na afloop van het desbetreffende boekjaar plaatsvinden De uiterste deponeerdatum voor het boekjaar 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 is dus 31 december 2019. Als u vreest dat u het niet redt om de jaarstukken tijdig te deponeren, kunt u desnoods de voorlopige jaarrekening deponeren.

 

Let op!

Als alle aandeelhouders ook bestuurder of commissaris zijn, heeft u minder tijd om de jaarrekening te deponeren. Zelfs als de maximale vijf maanden uitstel zijn verleend voor het opstellen van de jaarrekening (de normale termijn is vijf maanden), moet u de jaarrekening voor het boekjaar 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 uiterlijk deponeren op 8 november 2019. In statuten kan overigens van deze wettelijke regeling zijn afgeweken!

 

   Tip:

Lukt het echt niet om de jaarstukken op tijd te deponeren, dan rest u toch nog een mogelijkheid om de aansprakelijkstelling te voorkomen. Hoewel u als bestuurder wordt geacht uw taak onbehoorlijk te hebben vervuld, bent u niet aansprakelijk als u aannemelijk weet te maken dat dit onbehoorlijk bestuur geen belangrijke oorzaak is van het faillissement.

 

30. Koop nog vóór 1 januari 2020 uw PEB af

Heeft u als dga in 2019 nog pensioen in eigen beheer (PEB)? En wilt u na lang wikken en wegen dit PEB afkopen? Wacht daar dan niet langer mee, want 2019 is het laatste jaar waarin u nog een fiscale korting bij deze afkoop mag toepassen! U mag namelijk in 2019 op de belaste afkoopwaarde een vermindering toepassen van 19,5% van de balanswaarde van de corresponderende verplichting bij de pensioen-B.V. Daarbij geldt dat de fiscale balanswaarde hoogstens gelijk is aan de waarde van de verplichting aan het einde van het boekjaar dat in 2015 eindigde.

 

Let op!

U kunt het PEB alleen afkopen met toestemming van uw (ex-)partner. Bespreek daarom uw voornemen om af te kopen eerst met uw (ex-)partner.

 

31. Zet PEB nog in 2019 om in oudedagsverplichting

Als u uw pensioen in eigen beheer (PEB) niet wilt afkopen, kunt u dit jaar nog besluiten om dit pensioen om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV). In 2020 komt deze mogelijkheid te vervallen! Voor het omzetten van een PEB heeft u overigens ook de toestemming van uw (ex)-echtgenoot nodig. Bespreek dus tijdig met hem of haar uw voornemen om het PEB om te zetten in een ODV.

 

Let op!

Heeft u uw PEB eenmaal omgezet in een ODV, dan moet u voor het oprenten in beginsel de marktrente hanteren. Deze bedraagt voor 2019 0,269%.

 

32. Hevel vorderingen en belastingschulden over naar B.V.

Leningen of vorderingen zijn bezittingen die in box 3 bij u als dga belastbaar zijn. Als u grote belastingschulden heeft, zijn deze schulden niet aftrekbaar in box 3. U kunt uw B.V. de vorderingen en de belastingschulden die u heeft over laten nemen. Hierdoor vindt een verrekening van de vordering en schulden plaats. Voor zover de schulden groter zijn dan de vorderingen, ontstaat een schuld aan de B.V. Die schuld kwalificeert wel als schuld voor box 3. Hierdoor kan een besparing van belasting over uw vermogen in box 3 worden bereikt. Uiteraard moet de overdracht van de vorderingen en belastingschulden wel plaatsvinden vóór de peildatum van 1 januari 2020.

 

Let op!

Als per saldo een vordering op uw B.V. ontstaat, valt deze vordering onder de terbeschikkingstellingsregeling en moet u over de rente in box 1 belasting betalen. Ga na of dat wenselijk is. Is dit niet wenselijk, draag dan een lager deel van de vordering over!

 

33. Rond vereffening af in 2019

In tegenstelling tot gewone verliezen uit een deelneming kunnen liquidatieverliezen wel aftrekbaar zijn bij de holding. Maar dan moet men wel voldoen aan enkele voorwaarden. Zo moet de vereffening zijn voltooid in het jaar waarin uw holding het liquidatieverlies wil aftrekken. Wilt u dat het liquidatieverlies in 2019 aftrekbaar is, rond dan de vereffening nog dit jaar af. Als u juist wilt dat uw holding pas in 2020 het liquidatieverlies aftrekt, stel de afronding van de vereffening dan uit tot in 2020.

 

34. Geef uw kind vóór 2020 een baan bij uw B.V.

In beginsel moet u inkomstenbelasting betalen als u als dga de aandelen in uw B.V. schenkt aan uw kinderen of aan een andere bedrijfsopvolger. U betaalt dan belasting over de waarde in het economische verkeer van de aandelen minus uw verkrijgingsprijs. Onder voorwaarden kunt u deze fiscale claim doorschuiven. Zo geldt de eis dat de verkrijger al gedurende 36 maanden vóór de schenking in dienstbetrekking was bij de B.V. Deze voorwaarde vergt dus enige voorbereiding. Als u uw aandelen fiscaal geruisloos wilt schenken op 1 januari 2023, moet deze begunstigde dus uiterlijk 31 december 2019 in dienst treden bij uw B.V.

 

35. Regel kwijtschelding vóór 2020

Heeft u borg gestaan voor uw B.V. en daarvoor een voorziening gevormd? Maar wordt u nu aangesproken voor een hoger bedrag dan voorzien? Dan moet u nagaan of een gedeeltelijke kwijtschelding mogelijk is. De tweede vraag is wanneer deze kwijtschelding het best kan plaatsvinden. Het fiscaal voordelig om deze kwijtschelding nog in 2019 te regelen als uw box 1-inkomen in 2019 positief is terwijl u het volgende jaar een verlies verwacht. Het verschil tussen de borgstellingsvoorziening en uw werkelijke betaling als borg is namelijk belast als kwijtscheldingswinst. Deze is vrijgesteld, maar niet voor zover nog sprake is van een verlies in het desbetreffende jaar en openstaande verliezen uit het verleden. Als de kwijtscheldingswinst in 2020 valt, zal dus een deel ter grootte van het verlies in 2020 niet zijn vrijgesteld.

 

36. Trek u pas na 2019 terug uit VBI

Heeft u een aanmerkelijk belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI), dan berekent de Belastingdienst daarover in principe een fictief regulier voordeel van 5,60% van de waarde in het economische verkeer die aan het begin van het jaar was toe te rekenen aan de aandelen. Het bedrag dat u daadwerkelijk aan dividend heeft ontvangen, vermindert dit reguliere voordeel maar niet verder dan tot nihil. Als u het forfaitaire rendement te hoog vindt, kunt u overwegen om uw aandelen in de VBI te vervreemden en in box 3 te gaan beleggen. Maar daar kunt u beter nog even mee wachten. Het forfaitaire voordeel wordt namelijk tijdsevenredig berekend. Als u na de peildatum voor box 3 in 2020 uw belang in de VBI vervreemdt, belandt de opbrengst voor 2019 nog niet in de rendementsgrondslag. En de hoogte van het forfaitair rendement valt ook mee omdat het maar over een korte periode wordt berekend.

 

Let op!

Als u uw vermogen binnen achttien maanden weer overbrengt van box 3 naar de VBI , dan treedt een sanctie in werking. De fiscus belast dan dit zowel in box 2 als in box 3. Denkt u erover om vermogen over te hevelen van uw VBI naar box 3, check dan of u voldoet aan de genoemde termijn van 18 maanden.

 

   Tip:

Er geldt wel een tegenbewijsregel. De sanctie geldt niet als u aannemelijk kunt maken dat u om zakelijke redenen het vermogen binnen 18 maanden terughaalt naar box 3.

 

37. Vraag vóór 1 januari 2020 ontvoeging aan

Wilt u dat een of meer lichamen die nu zijn gevoegd in een fiscale eenheid (FE) voor de vennootschapsbelasting deze FE op verzoek verlaten? En wilt u dat deze zogeheten ontvoeging plaatsvindt op 1 januari 2020? Dan moet u het verzoek om deze ontvoeging uiterlijk op 31 december 2019 hebben ingediend.

 

38. Lever vóór 1 januari 2020 het landenrapport over 2018 aan

Als de moedermaatschappij van een multinationale groep is gevestigd in Nederland en het boekjaar van de groep het kalenderjaar volgt, moet zij vóór 1 januari 2020 het landenrapport over 2018 inleveren bij de Belastingdienst. In uitzonderingsgevallen kunnen ook Nederlandse groepsmaatschappijen van multinationale groepen waarvan de uiteindelijke moedermaatschappij is gevestigd in het buitenland, verplicht zijn het landenrapport aan te leveren. Het nalaten van deze verplichting kan een bestuurlijke boete of zelfs strafrechtelijke sancties als gevolg hebben. De (moeder)maatschappij hoeft echter geen landenrapport in te dienen als geconsolideerde groepsomzet in het boekjaar 2017 minder dan € 750 miljoen was.

 

39. Geef in 2017 verzwegen dividend op

Heeft u inkomen uit aanmerkelijk belang verzwegen bij de aangifte die u in 2017 heeft ingediend? Geef dat alsnog op met toepassing van de inkeerregeling. Stuurt u het verzoek om gebruik te maken van de inkeerregeling binnen twee jaar na de aangifte waarin u het vermogen heeft verzwegen, dan krijgt u geen vergrijpboete. Als u te laat inkeert, zal de inspecteur de boete verminderen tot 60% van de maximale boete die hij kan opleggen als u helemaal niet inkeert. Vanaf volgend jaar zal geen inkeer meer mogelijk zijn voor verzwegen inkomen uit aanmerkelijk belang!

 

Tip!

Deze beperking geldt voor belastingaangiften die ingediend hadden moeten worden vóór 1 januari 2019. Inkeren voor aangiften die ingediend zijn of hadden moeten zijn, blijft nog mogelijk, steeds binnen de hierboven genoemde periode van twee jaar.

 

 

BTW EN OVERDRACHTSBELASTING

 

40. Geef btw-correctie auto op in 4e kwartaal 2019

De btw die in 2019 aan u(w bedrijf) in rekening is gebracht op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik van de zakelijke auto, is aftrekbaar als voorbelasting zolang u(w bedrijf) de auto heeft gebruikt voor belaste omzet. Als u de auto in 2019 mede voor privédoeleinden heeft gebruikt, moet u daarvoor een correctie toepassen in uw laatste btw-aangifte van 2019. Als u het werkelijke privégebruik niet heeft bijgehouden, mag u uitgaan van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm). Voor bepaalde auto’s, waaronder auto’s die vijf jaar in de onderneming zijn gebruikt, mag u een forfait van 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) toepassen.

 

Let op!

Woon-werkverkeer wordt voor de btw-heffing als privé aangemerkt.

 

41. Vraag snel te veel afgedragen btw terug

Het is verstandig om op basis van uw administratie geregeld te controleren of uw btw-aangiften juist zijn. Als u tijdens de controle van uw btw-aangiften ontdekt dat te veel btw is afgedragen, kunt u het bedrag aan te veel afgedragen btw corrigeren met een suppletieaangifte. Dit kan zowel over 2019 als over de vijf voorgaande jaren.

 

   Tip:

U hoeft de suppletieaangifte niet te gebruiken als de correctie hooguit € 1.000 bedraagt. In dat geval mag u de correctie namelijk verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte. Hetzelfde geldt voor een correctie van hooguit € 1.000 aan te weinig afgedragen btw.

 

42. Geef BUA-correctie op in laatste slotaangifte 2019

Heeft u in 2019 btw op kosten voor relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen afgetrokken? Controleer dan of u een of meer personeelsleden hiermee voor meer dan € 227 (exclusief btw) heeft bevoordeeld. En check ook of u een of meer relaties voor meer dan € 227 heeft bevoordeeld. Als minstens een van beide situaties zich voordoen, moet u in de btw-aangifte over het laatste tijdvak van 2019 de afgetrokken btw corrigeren en alsnog voldoen. Dit wordt ook wel de BUA-correctie genoemd (BUA: Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting).

 

Let op!

De fiets van de zaak valt buiten de BUA-regeling. En voor de btw-aftrek op kosten van verstrekkingen van eten en drinken aan personeel gelden aparte regels.

 

43. Reik vóór 28 januari 2020 90%-verklaring uit

Als u in 2018 een onroerende zaak heeft gekocht en samen met de verkoper heeft geopteerd om de levering met btw te belasten, moet u tijdig een en ander regelen. U moet namelijk binnen vier weken na afloop van het boekjaar volgend op het boekjaar van levering (dus vóór 28 januari 2020) een zogeheten 90%-verklaring uitreiken aan de verkoper en de fiscus. In deze verklaring vermeldt u of u de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor u voor minstens 90% recht heeft op btw-aftrek. Als u in het eerste boekjaar of in het daaropvolgende boekjaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, stelt de Belastingdienst dat de levering met terugwerkende kracht alsnog vrijgesteld is van btw. Voor de verkoper betekent dit dat het recht op btw-aftrek vervalt en dat hij de in vooraftrek gebrachte btw moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Als u in een later jaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, moet u op de gewone manier uw btw-aftrek herzien.

 

   Tip:

Bent u zelf verkoper van een onroerende zaak en wil uw afnemer dat u samen met hem opteert voor een btw-belaste levering? Stel dan in de koopovereenkomst duidelijke afspraken op over de eventuele btw-schade als de optie voor btw-belaste levering vervalt. Beding bijvoorbeeld dat de koper de btw-schade aan u vergoedt als hij niet meer voldoet aan de 90%-norm.

 

44. Factureer vóór 1 januari 2020

In 2020 vindt een aanpassing plaats van de kleineondernemersregeling (KOR) in de omzetbelasting. Wie kiest voor toepassing van de nieuwe KOR hoeft geen btw-aangifte te doen. Hij mag geen btw in rekening brengen en dus ook niet op de factuur vermelden. Hij heeft evenmin recht op de teruggaaf van betaalde btw. Om te kunnen kiezen voor de KOR mag de omzet in Nederland in het kalenderjaar maximaal € 20.000 bedragen. De verkoop van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen telt niet voor deze omzetbepaling. Als u de facturen voor leveringen begin 2020 nog dit jaar verzendt, valt deze omzet in dit jaar en heeft u meer kans om in 2020 onder de drempel te blijven. Als u kiest voor de nieuwe KOR, bent u daar in principe voor minstens drie jaar aan gebonden.

 

Let op!

De nieuwe KOR zal alleen gelden voor prestaties die u in Nederland verricht.

 

45. Dga, begin in 2020 met werkzaamheden voor werk-B.V.

Heeft uw holding een werkmaatschappij die btw-belaste activiteiten verricht? En wil zij deze werkmaatschappij actief gaan beheren? Zorg dan ervoor dat u als dga rechtstreeks namens uw holding de managementwerkzaamheden verricht voor de werkmaatschappij. Zo is duidelijk dat uw B.V. een zogeheten moeiende holding is en recht heeft op aftrek van voorbelasting voor zover de afgenomen prestaties zijn benut voor btw-belaste activiteiten. Als het u niet lukt om dit huidige btw-tijdvak nog werkzaamheden te verrichten voor de werkmaatschappij, probeer dit dan te doen in het nieuwe belastingtijdvak.

 

   Tip:

Als een moeiende holding btw-belaste (management)diensten verricht aan een vennootschap, is de btw op de aan- en verkoopkosten van een meerderheidsbelang in deze vennootschap pro rata aftrekbaar.

 

46. Vraag btw over 2018 terug

Zit u al lang te wachten op een betaling van een debiteur? Weet dan dat u als crediteur uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van een vordering recht op teruggaaf van btw verkrijgt. Het bedrag van de teruggaaf mag u in mindering brengen op de periodieke btw-aangifte. U hoeft geen afzonderlijk verzoek in te dienen bij de Belastingdienst. Was vóór 31 december 2018 al duidelijk dat de factuur door uw debiteur niet zou worden betaald? Dan had u om teruggaaf btw moeten verzoeken over het tijdvak waarin duidelijk werd dat uw debiteur niet zou betalen.

 

Let op!

Als de debiteur de oninbaar geleken vordering op een later tijdstip alsnog betaalt, moet u de eerder op de aangifte in mindering gebrachte btw opnieuw op aangifte voldoen.

 

47. Dring aan op verklaring afnemer intracommunautaire levering

Als u een intracommunautaire levering hebt verricht, mag u onder voorwaarden het nultarief toepassen. Een belangrijke voorwaarde is dat u kunt bewijzen dat het goed Nederland heeft verlaten. Het vereiste aantal bewijsstukken wordt per 1 januari 2020 teruggebracht tot twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken. Bij twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken worden de goederen geacht vanuit het grondgebied van de lidstaat van levering te zijn verzonden of vervoerd. Denk aan een ondertekend CMR-document en een door een onafhankelijke derde ondertekend vervoersdocument. De verklaring van uw afnemer moet uiterlijk de tiende dag van de maand volgend op de maand waarin de intracommunautaire levering plaatsvond in uw handen zijn.

 

Let op!

U moet bewijsstukken leveren die afkomstig zijn van twee partijen die onafhankelijk zijn van elkaar.

 

48. Achterhaal tijdig juist btw-identificatienummer

Per 1 januari 2020 krijgt u te maken met een nieuwe voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op toepassing van het nultarief bij intracommunautaire transacties. U zult namelijk een juiste periodieke Opgaaf Intracommunautaire Prestaties (Opgaaf ICP) moeten indienen. Het vermelden van een juist btw-identificatienummer is nodig voor het indienen van een juiste Opgaaf ICP en wordt daarmee verplicht. Als u als ondernemer niet aan de voorwaarden voldoet, vervalt uw de aanspraak op het nihiltarief op de betreffende levering.

 

   Tip:

Herstel is mogelijk als de inspecteur oordeelt dat u alsnog aan de voorwaarden voldoet. Bijvoorbeeld omdat u binnen een bepaalde termijn het juiste btw-identificatienummer van de afnemer overlegt zodat u alsnog voldoet aan de voorwaarden.

 

49. Wacht met overbrengen voorraad op afroep

Vanaf 1 januari 2020 kunt u eigen goederen uit uw bedrijf overbrengen naar een andere EU-lidstaat zonder dat de Belastingdienst deze overbrenging behandelt als een levering van goederen onder bezwarende titel. De intracommunautaire levering (ICL) en de intracommunautaire verwerving (ICV) vinden daardoor pas plaats op een later tijdstip. In plaats van de leverancier, moet de afnemer de ICV aangeven in de lidstaat van bestemming. U als leverancier hoeft zich in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep dus niet meer in de lidstaat van bestemming te registreren.

 

Let op!

Deze regeling is niet optioneel; zij is van toepassing zodra u voldoet aan de voorwaarden.

 

50. Laat intracommunautair vervoer in 2020 plaatsvinden

Als partijen hetzelfde goed aan elkaar doorverkopen, terwijl de eerste leverancier het goed rechtstreeks levert aan de laatste afnemer, is sprake van een keten. Het vaststellen van de btw-gevolgen kan nu soms ingewikkeld zijn, maar vanaf 1 januari 2020 zal een regeling gelden die wat eenvoudiger is. Ten eerste moet men in de nieuwe situatie de tussenhandelaar bepalen. De tussenhandelaar is de leverancier in de keten die de goederen zelf verzendt of vervoert ofwel voor zijn rekening door een derde laat verzenden of vervoeren. Zo’n tussenhandelaar kan niet de eerste leverancier in de keten zijn. In beginsel moet men ervan uitgaan dat de intracommunautaire levering plaatsvindt aan die tussenhandelaar. De overige leveringen binnen de keten tellen als een binnenlandse levering. De leveringen in de keten vóór de intracommunautaire levering gebeuren in de lidstaat van aanvang van het intracommunautaire vervoer. De leveringen in de keten na de intracommunautaire levering gebeuren in de lidstaat waar het intracommunautair vervoer eindigt.

 

   Tip:

Als de tussenhandelaar een btw-identificatienummer heeft gekregen van de lidstaat waaruit de goederen zullen vertrekken en hij dit nummer verstrekt aan zijn leverancier, hoeft men de verzending uitsluitend toe te schrijven aan de levering van goederen door die tussenhandelaar.

 

51. Geef u op voor MOSS-regeling

Levert u digitale diensten aan particuliere afnemers buiten Nederland, maar binnen de EU? En is de omzet die u daarmee hebt behaald in 2018 en 2019 niet meer dan € 10.000 per jaar? Dan moet u in principe de btw over deze diensten aangeven en afdragen in Nederland. Als u de btw toch wilt aangeven en afdragen in de EU-landen van uw consumenten, moet u zich in deze EU-landen laten registreren. Maar misschien is het gemakkelijker om de mini-one-stop-shop-regeling (MOSS-regeling) te gebruiken. In dat geval stuurt u digitaal via ‘Inloggen voor ondernemers’ uw btw-melding (btw-aangifte) in. De Belastingdienst stuurt vervolgens de btw-meldingen samen met de door u betaalde btw door naar de desbetreffende EU-landen via een beveiligd communicatienetwerk. Daarna nemen deze landen de behandeling van uw btw-melding over van de Belastingdienst.

 

Let op!

Als uw situatie wijzigt of u vanwege een andere reden uw registratie wilt of moet aanpassen, moet u dat uiterlijk doorgeven op de tiende dag van de maand, die volgt op de maand waarin uw situatie is gewijzigd. U wijzigt uw registratie via ‘Inloggen voor ondernemers’. 

 

52. Pas communicatiemiddelen voor eenmanszaak aan nieuw btw-id aan

De Belastingdienst verstrekt in het najaar van 2019 alle eenmanszaken een nieuw btw-identificatienummer (btw-id), waarin het Burgerservicenummer (BSN) niet is verwerkt. Vanaf 1 januari 2020 moet u dit nieuwe btw-id gebruiken voor uw zakelijke contacten, zowel binnen als buiten de EU. Pas daarom uw factuurpapier, factuursjabloon, internetsite(s), briefpapier, overige digitale sjablonen en andere communicatiemiddelen tijdig aan. En licht uw belastingadviseur, vaste leveranciers en zakelijke klanten in.

 

Let op!

U blijft uw bestaande omzetbelastingnummer gebruiken voor contact met de Belastingdienst.

WERKGEVER

 

53. Administraties moeten op elkaar aansluiten

Ga aan het einde van 2019 zo snel mogelijk na of de loonadministratie en de financiële administratie op elkaar aansluiten. Het is immers mogelijk dat een of meer (belaste) uitbetaalde vergoedingen per abuis niet zijn verwerkt in de loonadministratie. En dan zijn over deze vergoedingen geen loonheffingen ingehouden of eindheffingen afgedragen. Bij het maken van de aansluiting tussen de loon- en de financiële administratie komen zulke afwijkingen aan het licht. U kunt de verschuldigde loonheffingen dan alsnog afdragen. Dit kan eventueel in de vorm van eindheffing gebeuren.

 

54. Houd eindejaarsborrel…

Heeft u in 2019 de vrije ruimte van de werkkostenregeling wel volledig benut? De vrije ruimte bedraagt (in 2019) 1,2% van de fiscale loonsom. Als blijkt dat er nog voldoende vrije ruimte is, kunt u die bijvoorbeeld benutten voor het kerstpakket of voor een eindejaarsborrel, die overigens alleen binnen de vrije ruimte hoeft te vallen als deze op een externe locatie plaatsvindt. Mocht u dan nog ruimte over hebben, dan kan het handig zijn om verstrekkingen die begin 2020 zijn gepland en onder de vrije ruimte vallen, zo mogelijk te vervroegen. Verder kunt u alvast bekijken of u in 2020 rekening moet houden met extra werkkosten ten opzichte van het afgelopen jaar.

 

Tip
Heeft u in 2019 al eindheffing afgedragen wegens een verwachte overschrijding van de vrije ruimte? En ontdekt u achteraf dat dit te veel of te weinig was? Dan kunt u dit uiterlijk corrigeren in de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van 2020.

 

 

55. Of houd een nieuwjaarsborrel

Maar misschien is het beter om juist een nieuwjaarsborrel te houden en zo te profiteren van de verruiming van de vrije ruimte in 2020. Voor dat jaar bedraagt de vrije ruimte namelijk 1,7% in plaats van 1,2%. Deze verhoging van de vrije ruimte geldt voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom. De verruiming bedraagt dus maximaal € 2.000. Over het meerdere geldt gewoon het percentage van 1,2%.

 

56. Ken uw werknemers nog in 2019 een bonus toe

Als u aan het einde van 2019 nog vrije ruimte over heeft én u overweegt om een of meer werknemers een bonus te geven, kunt u deze bonus in de vrije ruimte laten vallen. Daarbij gelden wel als voorwaarden dat u de bonus nog in 2019 uitbetaalt en voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium. Dit betekent dat de bonus niet meer dan 30% mag afwijken van wat voor vergelijkbare werknemers in dezelfde sector gebruikelijk is.

 

Tip
Het ministerie van Financiën keurt een bonus van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar in ieder geval goed. U hoeft daarvoor geen bewijs of onderbouwing te leveren. Bent u dga? Dan mag u zichzelf ook een bonus van € 2.400 toekennen, mits daarvoor voldoende vrije ruimte is.

 

Let op!

Wilt u een hogere bonus toepassen, dan moet u bewijzen dat een dergelijke bonus gebruikelijk is in uw sector.

 

57. Stel na 2019 fiets ter beschikking

Wilt u uw werknemer een fiets van de zaak ter beschikking stellen? Wacht daar dan mee tot na 31 december 2019. Vanaf 1 januari 2020 geldt namelijk een forfaitaire waardering voor het privégebruik van deze fiets. De fiscus gaat uit van een waarde van 7% van de consumentenadviesprijs. De fabrikant of de importeur maakt in Nederland deze prijs publiekelijk kenbaar.

 

Tip
U kunt de bijtelling verlagen door van uw werknemer een eigen bijdrage te vragen voor zijn privégebruik.

 

58. Laat uw werknemer bij u Kerstinkopen doen

Als uw bedrijf producten verkoopt die ook bij uw werknemers geliefd zijn, geef hen dan korting op de producten die zij bij u kopen. De korting is voor uw werknemers onbelast, mits de producten niet-branchevreemd zijn en voor zover de korting niet te hoog is. Voor zover de korting per product hoger is dan 20% van de waarde van dat product in het economische verkeer of samen met andere verleende kortingen meer bedraagt dan € 500, wordt het meerdere in aanmerking genomen als belast loon. Eventueel kunt u dit overschot aanwijzen als eindheffingsloon en ten laste brengen van uw vrije ruimte.

 

Tip
U mag deze regeling ook toepassen ten aanzien van oud-werknemers van wie de dienstbetrekking is geëindigd door pensionering of arbeidsongeschiktheid.

 

59. Richt vóór 2020 een personeelsfonds op

Als u uitkeringen en verstrekkingen doet aan werknemers, bijvoorbeeld om hen te steunen in financieel krappe tijden of bij tegenslagen, kan het een goed idee zijn om nog in 2019 een personeelsfonds op te richten. Uitkeringen en verstrekkingen uit zo’n fonds zijn namelijk onder voorwaarden onbelast. Eén van de voorwaarden is dat tussen het moment van oprichting en het jaar waarin de uitkeringen worden gedaan (met een maximumperiode van vijf jaar), de bijdrage van de werkgever niet hoger mag zijn dan de totale bijdrage van de gezamenlijke werknemers. Overigens moet u de bijdragen van de werknemers inhouden op hun nettoloon.

 

Tip
Als u nog in 2019 een personeelsfonds opricht en de werknemersbijdrage bijvoorbeeld inhoudt op de dertiende maand of eindejaarsuitkering van uw werknemers, kunt u zelf ook nog een bijdrage doen. Dan kunt u uw werknemers in 2020 al ondersteunen.

 

 

60. Houd personeelsfeestje 2020 op de zaak

Een begin 2020 gepland personeelsfeestje kan onder de werkkostenregeling onbelast blijven als u de borrel op de werkplek organiseert. Zowel de drankjes en hapjes die de werknemers consumeren, als de kosten van bijvoorbeeld entertainment vallen onder deze faciliteit. Kiest u voor een externe locatie, dan zijn een personeelsfeestje én de consumpties eindheffingsloon en wel tegen de factuurwaarde. Eventueel kunt u hiervoor de vrije ruimte gebruiken. Maar dan legt u al op 2 januari beslag op deze ruimte.

 

Tip
De verstrekte consumpties zijn ook onbelast voor werknemers van andere vestigingen, locaties of kantoren én voor werknemers van andere werkgevers met wie u de concernregeling toepast.

 

Let op!

Wilt u nog in 2019 een personeelsfeestje organiseren en zit u krap in vrije ruimte? Houd er dan rekening mee dat maaltijden bij een personeelsfeest niet vrij zijn te verstrekken. Het normbedrag is in 2019 € 3,35.

 

61. Pas de concernregeling over 2019 toe

Als uw bedrijf een concern vormt met minstens twee concernonderdelen, kan het handig zijn om de concernregeling toe te passen. In dat geval hoeft u de vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers van meer dan één concernonderdeel niet langer te splitsen. U kunt de concernregeling toepassen bij een aandelenbelang van minimaal 95%. Als twee of meer stichtingen gedurende het gehele kalenderjaar in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zo met elkaar zijn verweven, dat zij een eenheid vormen, is eveneens sprake van een concern

 

Tip
Als u voor het jaar 2019 nog de concernregeling wilt toepassen, moet u daarvoor uiterlijk bij de aangifte over het eerste tijdvak van 2020 kiezen.

 

62. Check of de sectorindeling voor 2020 klopt

Eind 2019 krijgt u van de Belastingdienst een beschikking met de sectorindeling én de premies voor de werkhervattingskas voor 2020. Ga na of de sectorindeling klopt met de activiteiten van uw bedrijf, want als u in de verkeerde sector wordt ingedeeld, kan dit grote financiële gevolgen hebben.

 

Let op!

Controleer ook de premies! Want ook als de sectorindeling juist is, kunnen de premies werknemersverzekeringen toch onjuist zijn berekend. Reken dit dus na.

 

Let op!

De huidige premiedifferentiatie WW op basis van sector wordt per 1 januari 2020 vervangen door premiedifferentiatie op basis van de aard van de arbeidsovereenkomst. Kort gezegd houdt de premiedifferentiatie in dat voor werknemers met een vast contract een lagere premie geldt dan voor werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Het verschil tussen de hoge en lage premie bedraagt 5 procentpunt! Is ten onrechte de lage premie toegepast, dan kan deze met terugwerkende kracht worden herzien.

 

63. Check datum pensionering

Als u oudere werknemers in dienst heeft, moet u rekening houden met de jaarlijkse verhoging van de AOW-leeftijd. Op basis van het in de zomer gesloten pensioenakkoord blijft de AOW-leeftijd per 1 januari 2020 66 jaar en vier maanden.

 

64. Rond afsluiting loonadministratie 2019 af

Nu het einde van het jaar nadert, is het bijna tijd om de loonadministratie over 2019 af te sluiten. Doe dit zo snel mogelijk. In ieder geval moet dit gebeurd zijn vóórdat u de loonaangifte over het laatste tijdvak van 2019 moet indienen. Controleer bij de afsluiting of u van iedere werknemer een kopie heeft van het identificatiebewijs. Zorg er ook voor dat u alle rekeningen van verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan werknemers en declaraties van aan werknemers vergoede kosten op orde heeft.

 

Let op!

Weet u de identiteit van een werknemer niet op de juiste manier vast te stellen, pas dan het anoniementarief toe. Anders riskeert u een verzuimboete van maximaal € 5.278.

 

65. Check vóór jaarwisseling administratie van uitzendkrachten

Maakt u binnen uw bedrijf gebruik van uitzendkrachten en andere medewerkers die niet bij uw onderneming in dienst zijn (zoals gedetacheerden)? Dan is het van belang dat u vóór het einde van 2019 controleert of uw administratie met betrekking tot deze medewerkers op orde is. Zo moet u van al deze medewerkers de identiteit hebben gecontroleerd. Aangezien u uitzendkrachten niet mag vragen om een kopie van een identiteitsbewijs, is het raadzaam bij de controle het soort identiteitsbewijs, het nummer en de geldigheidsduur te noteren Daarnaast moet u bijhouden hoeveel loon en vakantiebijslag zij hebben ontvangen én hoeveel uren zij hebben gewerkt.

 

Let op!

Verder moet u de registratie van het uitzendbureau checken. Voldoet u niet aan deze verplichting, dan kan de Inspectie SZW u bij een eventuele controle een boete opleggen van € 8.000 tot maximaal € 32.000 per werknemer (afhankelijk van het aantal ter beschikking gestelde arbeidskrachten). Deze boetes kunnen bij recidive worden verdubbeld of zelfs verdrievoudigd!

 

66. Verhoog uw vrijwilligersvergoeding in 2020

Houdt u zich bezig met het zoeken naar vrijwilligers voor een stichting of vereniging? En kan dit lichaam gebruik maken van de vrijwilligersregeling? Wijs dan potentiële vrijwilligers op de mogelijkheid van indexatie van de vrijgestelde vergoeding vanaf 1 januari 2020. Sinds 1 januari 2019 kunnen vrijwilligers een belastingvrije vergoeding krijgen van maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar. Ook hoeft de stichting of vereniging als opdrachtgever over dat bedrag geen premies werknemersverzekeringen af te dragen. Met Prinsjesdag is een voorstel gepresenteerd om de genoemde maxima met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks te indexeren. De wetgever zal het maximumbedrag per kalenderjaar rekenkundig afronden op een veelvoud van € 100.

 

Let op!

Alleen algemeen nut beogende instellingen, sportorganisaties of andere lichamen die niet zijn onderworpen aan vennootschapsbelasting of van vennootschapsbelasting zijn vrijgesteld, mogen de vrijwilligersregeling toepassen.

67. Volg aanwijzingen Belastingdienst op

In 2020 gaat de Belastingdienst scherper controleren op de uitvoering van de Wet DBA. Kwaadwillende opdrachtgevers konden al rekenen op boetes als zij ten onrechte een opdrachtnemer niet als werknemer hadden opgegeven. Maar ook als u niet kwaadwillend bent, maar aanwijzingen van de Belastingdienst op dit gebied niet binnen een redelijke termijn hebt opgevolgd, kan de Belastingdienst handhavingsmaatregelen nemen.

 

68. Vergoed VOG na 31 december 2019

Moet uw werknemer een verklaring omtrent gedrag (VOG) overleggen en wilt u hem bijstaan in de kosten? Vergoed dan de kosten van deze aanvraag op zijn vroegst op 1 januari 2020. In dat geval valt de vergoeding namelijk onder een gerichte vrijstelling en hoeft u geen loonbelasting erover te berekenen.

 

69. Tijdelijk contract opzeggen vóór 1 december 2019

Zijn er in uw onderneming tijdelijke arbeidsovereenkomsten die aflopen op 31 december 2019? Laat dan vóór 1 december 2019 aan de werknemer schriftelijk weten of de tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt verlengd of niet. Deze zogeheten aanzegverplichting geldt voor tijdelijke contracten van minimaal zes maanden. Als u niet of te laat aanzegt, kan de werknemer een schadevergoeding eisen van maximaal een bruto maandsalaris.

 

   Tip:

Door de aanzegging per e-mail met ontvangstbevestiging te versturen kunt u bewijzen dat u de aanzegging tijdig heeft gedaan. Maar andere bewijsmiddelen zijn ook toegestaan, bijvoorbeeld een aangetekende brief.

 

70. Let op de wijzigingen in het ontslagrecht

Per 1 januari 2020 wijzigt het ontslagrecht met de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans. Een belangrijke versoepeling betreft de introductie van een cumulatiegrond. Als meerdere ontslagredenen een rol spelen, die ieder op zichzelf gezien echter te zwak zijn om tot ontslag over te gaan, kan de rechter de afweging maken of ontslag op basis van de cumulatiegrond gerechtvaardigd is. Nu is ontslag alleen mogelijk als er sprake is van een goed onderbouwde ontslaggrond. Tegenover deze versoepeling staat echter een hogere transitievergoeding (50%) voor de werknemer die op basis van de cumulatiegrond wordt ontslagen. Andere belangrijke wijzigingen hebben betrekking op de berekening van de transitievergoeding:

  • ook transitievergoeding bij kort dienstverband: nu moet een werknemer eerst twee jaar bij u in dienst zijn geweest om aanspraak te maken op een transitievergoeding. Vanaf 1 januari 2020 geldt de transitievergoeding vanaf dag één en zal de standaard ontslagvergoeding een derde van het maandsalaris bedragen, voor elk jaar dienstverband.
  • lagere transitievergoeding bij lang dienstverband: nu geldt bij een lang dienstverband een hogere transitievergoeding (half maandsalaris per jaar) voor de jaren dat het dienstverband langer heeft geduurd dan tien jaar. Die hogere transitievergoeding komt te vervallen: per jaar geldt een transitievergoeding van een derde maandsalaris, ongeacht de duur van het dienstverband.
  • de overgangsregeling voor oudere werknemers komt te vervallen: nu geldt nog een overgangsregeling waarbij oudere werknemers aanspraak kunnen maken op een transitievergoeding van een maandsalaris per jaar voor de jaren waarin zij ouder dan 50 jaar waren bij een dienstverband van meer dan tien jaar, tenzij er sprake was van een kleine werkgever (minder dan 25 werknemers). Door het vervallen van deze overgangsregeling wordt voor de werkgever ontslag van een oudere werknemer na 1 januari 2020 veelal goedkoper.

 

Let op!

Zegt u de arbeidsovereenkomst met een werknemer ouder dan 50 jaar, die minstens tien jaar in dienst is geweest, vóór 1 januari 2020 op, maar gaat het ontslag pas in na 1 januari, dan moet u toch de transitievergoeding volgens de overgangsregeling betalen. Voor de werknemer voordeliger, maar voor u als werkgever niet.

 

71. Wijzig vóór 14 december 2019 uw aangiftetijdvak

Wilt u in 2020 een ander aangiftetijdvak gebruiken voor de loonheffingen? Bijvoorbeeld omdat u het loon voortaan om de vier weken uitbetaalt. In dat geval moet u de Belastingdienst een ingevuld formulier ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen opsturen waarin u verzoekt om een wijziging van het aangiftetijdvak. Dit formulier moet uiterlijk 14 december 2019 binnen zijn bij de Belastingdienst. Als de inspecteur het formulier later ontvangt, kunt u pas in 2021 een ander aangiftetijdvak gebruiken.

 

72. Verleg vóór 1 januari 2020 inhoudingsplicht binnen concern

Heeft uw concern een of meer buitenlandse concernonderdelen? Dan kan het Nederlandse concernonderdeel de buitenlandse concernonderdelen veel administratieve rompslomp uit handen nemen door akkoord te gaan met verlegging van de inhoudingsplicht naar een Nederlands concernonderdeel. Om de inhoudingsplicht te verleggen moeten de betrokken concernonderdelen gezamenlijk vóór 1 januari 2020 een verzoek indienen bij de Belastingdienst.

 

73. Regel snel een A1-verklaring

Als u werknemers in dienst heeft die in Nederland werken maar in het buitenland wonen, is het de vraag in welk land deze werknemers zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen en of u voor hen sociale premies moet inhouden en afdragen. Hierover kunt u zekerheid krijgen door bij de sociale zekerheidsinstantie van het woonland (in de meeste gevallen Duitsland of België) een beschikking aan te vragen die aangeeft welk wettelijk stelsel van sociale zekerheid van toepassing is. Deze beschikking noemt men ook wel de A1-verklaring. Omdat de A1-verklaring meestal voor 12 maanden geldt, moet u jaarlijks een nieuwe beschikking aanvragen. Het einde van het jaar is een goed moment om te inventariseren wanneer de lopende verklaringen aflopen. Maak hiervan een overzicht en mochten er een of meer verklaringen per 31 december 2019 aflopen, vraag dan nog in 2019 een nieuwe beschikking aan als u ook in 2020 zekerheid wilt hebben over de vraag of de betreffende werknemers wel of niet in Nederland zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen.

 

74. Verleng werkvergunningen

Heeft u werknemers in dienst die geen EU- of EER-nationaliteit hebben? Zorg dan ervoor dat u voor deze mensen beschikt over een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Aangezien deze vergunningen voor een bepaalde periode worden afgegeven en meestal per het eind van een kalenderjaar aflopen, is het raadzaam om zo snel mogelijk te checken of een of meer werkvergunningen per 31 december 2019 aflopen. Is dit inderdaad het geval, vraag dan direct een verlenging aan, mits dit gewenst is.

 

   Tip:

Voor Zwitserse werknemers heeft u, net als voor EU-werknemers, geen tewerkstellingsvergunning nodig.

 

75. Vergoed nog dit jaar een dwangsom

Als u aan uw werknemer een bij strafbeschikking opgelegde geldboete of een bestuursrechtelijke dwangsom vergoedt, behoort deze vergoeding vanaf 1 januari 2020 tot het belastbare loon. U mag zulke vergoedingen niet aanwijzen als eindheffingsbestanddelen. Hetzelfde geldt voor het vergoeden van buitenlands dwangsommen die zijn te vergelijken met Nederlandse bestuursrechtelijke dwangsommen.

 

Let op!

Het aanwijsverbod voor bestuursrechtelijke dwangsommen en bij strafbeschikking opgelegde boeten is voor het eerst van toepassing op dwangsommen die na 31 december 2019 verbeurd zijn respectievelijk boeten vanwege strafbeschikkingen die na 31 december 2019 zijn uitgevaardigd.

 

 

AUTO

 

76. Koop in 2019 een waterstofauto van de zaak

Het rijden met elektrische auto’s wordt minder interessant. Nu heeft u in principe nog een bijtelling wegens privégebruik van 4% voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 50.000. Voor zover de waarde hoger is, geldt een bijtellingspercentage van 22%. Vanaf 1 januari 2020 bedraagt de bijtelling 8% voor zover de cataloguswaarde niet meer bedraagt dan € 45.000 en 22% over het meerdere. Als de auto onder overgangsrecht valt, mag u nog een tijdje de oude bijtelling hanteren. En koopt u een auto met een CO2-uitstoot van nihil die op waterstof kan rijden? Dan mag u het lage bijtellingspercentage over de hele waarde toepassen!

 

Let op!

Na de eerste wijziging van de bijtellingspercentages en CO2-uitstootgrenzen na de eerste toelating op de weg van de auto gelden de oude percentages en grenzen gedurende zestig maanden. Deze termijn start op de eerste dag van de maand na de datum van eerste toelating. Daardoor vallen veel auto’s die zijn aangeschaft vóór 1 januari 2017 onder een bijtellingspercentage van 25%!

 

77. Vraag naar gebruik van bedrijfsauto

Als u een auto ter beschikking stelt aan een werknemer, mag u de bijtelling voor het privégebruik van de auto onder voorwaarden achterwege laten. Bijvoorbeeld als u een kopie bezit van de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ van de desbetreffende werknemer. In zo’n document verklaart hij niet meer dan 500 privékilometers te rijden met de auto van de zaak. Informeer vóór de jaarwisseling bij uw werknemer of de situatie per 1 januari 2020 hetzelfde blijft. Want als uw werknemer in 2020 meer dan 500 privékilometers rijdt met de auto, moet u de bijtelling voor privégebruik gaan toepassen.

 

Let op!

De bijtelling geldt per kalenderjaar. Wijs uw werknemer hierop en voorkom dat de 500-kilometergrens net voor het einde van het jaar wordt overschreden. Rijdt uw werknemer bijvoorbeeld alleen in de maand december meer dan 500 kilometer privé met de bedrijfsauto, dan moet u het voordeel van het privégebruik voor het gehele jaar tot het loon van die werknemer rekenen.

 

78. Houd in autobranche autogebruik bij

Bent u actief in de autobranche? Dan is de kans groot dat (een deel van) uw werknemers niet het hele jaar in dezelfde auto van de zaak rijden. In deze situatie moet u goed bijhouden welke werknemers in welke auto’s rijden. Zeker met het einde van het jaar in het vooruitzicht is het een goed idee om na te gaan of u de registratie van de auto’s en de werknemers op orde heeft. In paragraaf 4 van de Handreiking privégebruik auto vindt u praktische tips voor de autobranche.

 

79. Laat werknemer snel zijn boeten betalen

Als uw werknemer tijdens zijn gebruik van de auto van de zaak verkeersovertredingen heeft begaan, is het mogelijk dat het bedrijf in eerste instanties de boeten moet betalen. Zorg ervoor dat het bedrijf nog dit jaar deze boeten op de werknemer verhaalt. Gebeurt dat niet, dan kan de Belastingdienst het bedrag van de boeten tot het loon van de werknemer rekenen. Uw bedrijf riskeert dan ook dat het tegen een naheffingsaanslag loonheffingen aanloopt.

 

80. Zeg vóór 2020 leasecontract auto werknemer op

Verwacht u dat een werknemer die nu nog rijdt in een geleasede auto van de zaak begin volgend jaar zijn ontslag neemt? Regel dan dat de schadevergoeding die de leasemaatschappij in rekening brengt voor het voortijdig beëindigen van het leasecontract voor rekening komt van uw werknemer. Het meest gunstige is als u het leasecontract opzegt vóór 1 januari 2020 en zelf de schadevergoeding betaalt aan de leasemaatschappij. Vervolgens vordert u het bedrag van de afkoopboete van uw werknemer. Op die manier kan uw werknemer de doorbetaling van het boetebedrag als eigen bijdrage aftrekken van zijn bijtelling vanwege het privégebruik van de leaseauto van de zaak.

 

81. Wacht met aanschaf benzineauto met compressieontsteking

Ter compensatie van het accijnsvoordeel van dieselauto’s kent de BPM een zogeheten dieseltoeslag voor personenauto’s en bestelauto’s die worden aangedreven door een motor met een compressieontsteking. Inmiddels zijn ook benzinemotoren ontwikkeld met een compressieontsteking. Houders van deze auto’s profiteren niet van de lage accijns, maar lopen wel tegen de dieseltoeslag aan. Daarom wil het kabinet de wet zo aanpassen dat de dieseltoeslag ook weer echt alleen voor dieselauto’s is.

 

Let op!

De dieseltoeslag geldt ter compensatie van het accijnsvoordeel dat dieselauto’s hebben. Benzineauto’s met compressieontsteking profiteren niet van het lagere accijnstarief van diesel.

 

82. Koop vóór 2020 zware dieselbestelauto

Als u per se een zware dieselbestelauto wilt kopen, kunt u dat het beste nog dit jaar doen. Het is namelijk mogelijk (maar nog niet zeker) dat volgend jaar een fijnstoftoeslag in de motorrijtuigenbelasting gaat gelden van 19%. Deze toeslag zal dan van toepassing zijn op dieselpersonenauto’s en dieselbestelauto’s met een fijnstofuitstoot van meer dan 5 milligram per kilometer (mg/km). Natuurlijk is de motorrijtuigenbelasting geen eenmalige heffing, dus op een gegeven moment krijgt u waarschijnlijk toch te maken met de fijnstoftoeslag.

 

   Tip:

Dieselpersonenauto’s die zijn toegelaten na 1 september 2009 en waarvan geen fijnstofuitstoot is geregistreerd, worden geacht een fijnstootuitstoot te hebben die lager is dan de 5 mg/km. Deze voertuigen worden daarom niet in de heffing betrokken. Deze regel geldt echter niet als het af-fabriek roetfilter is verwijderd.

 

ESTATE PLANNING/PRIVÉ

 

83. Vraag nog dit jaar om teruggaaf over 2014

Als u over 2014 nog recht had op een teruggaaf van inkomstenbelasting, moet u deze teruggaaf vóór 1 januari 2020 aanvragen. U krijgt het belastingbedrag terug als dit meer bedraagt dan de teruggaafdrempel. In 2014 bedroeg deze € 14, in plaats van de € 15 die voor 2019 geldt.

 

84. Doe nog vóór 1 januari 2020 een schenking

Als u nog vóór 1 januari 2020 aan uw (klein)kinderen schenkt, kunnen zij gebruikmaken van de jaarlijkse vrijstelling van € 5.428 (kinderen) of € 2.173 (algemene vrijstelling). Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar geldt daarnaast een eenmalige vrijstelling voor schenkingen van € 26.040. Hierbij valt de dag van de 40e verjaardag nog binnen de leeftijdsgrens. Is het een schenking aan kinderen voor een studie, dan is de eenmalige vrijstelling € 54.246. Bij een schenking voor een eigen woning is de eenmalige vrijstelling zelfs € 102.010. Met betrekking tot deze eenmalige vrijstelling is het echter niet noodzakelijk om haast te maken met een schenking, want in fiscaal opzicht maakt het in principe geen verschil of de schenking in 2019 of in 2020 wordt gedaan. De vrijstelling van € 102.010 geldt voor iedereen die tussen de 18 en 40 jaar is.

 

   Tip:

U bent niet verplicht het gehele bedrag van € 102.010 in één jaar te schenken. Het onbenutte deel kunt u gespreid toepassen over een periode van maximaal twee jaren die direct volgen op het eerstgenoemde kalenderjaar. Houd er wel rekening mee dat de toepassing van de verhoogde vrijstelling wordt beïnvloed als eventueel in een voorgaand jaar al een eenmalig verhoogde schenking plaatsvond.

 

Let op!

Ook als u gespreid schenkt, mag de begunstigde de leeftijdsgrens van 40 jaar niet overschrijden. Heeft degene aan wie u wilt schenken de leeftijd van 40 jaar al bereikt, maar is zijn partner wel jonger, dan is de eenmalige vrijstelling toch toe te passen.

 

85. Onderhoud woning kind moet vóór 2020 klaar zijn

Heeft u in 2017 aan uw kind een bedrag geschonken om daarmee zijn eigen woning te verbeteren of te onderhouden? Dan heeft uw kind waarschijnlijk toen de verhoogde schenkingsvrijstelling van € 100.000 toegepast op de schenking. Een voorwaarde voor deze vrijstelling was dat de schenking is gedaan onder de ontbindende voorwaarde dat het geschonken bedrag binnen twee jaren na het kalenderjaar van schenking moet zijn besteed aan de verbetering of het onderhoud. Wijs uw kind dus erop dat de werkzaamheden in 2019 moeten zijn afgerond opdat de schenking niet vervalt!

 

86. Vul verhoogde vrijstelling aan

Is vóór 2010 gebruik gemaakt van de eenmalige verhoogde vrijstelling voor een kind tussen de 18 en 35 jaar, maar daarna niet meer? Dan is dit jaar de verhoogde vrijstelling bij schenkingen aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar ten behoeve van de eigen woning toe te passen. Of beter gezegd, het gaat om een aanvulling op de eerder genoten toegepaste verhoogde vrijstelling. De vrijstelling in 2019 bedraagt dan namelijk nog maar € 28.206.

 

   Tip:

Op het moment van de schenking ten behoeve van de eigen woning moet het begunstigde kind of zijn partner tussen de 18 en 40 jaar oud zijn.

 

87. Doe vóór 1 maart 2020 aangifte schenkbelasting

Als u in 2019 een of meer schenkingen heeft ontvangen, waarover u schenkbelasting moet betalen, dien dan uw aangifte schenkbelasting in vóór 1 maart 2020. In dat geval bent u in ieder geval op tijd. Als u de eenmalige (bijzondere) verhoogde vrijstelling voor schenkbelasting wilt gebruiken zodat u per saldo niets betaalt, moet u ook tijdig uw aangifte indienen. In deze aangifte moet u namelijk verzoeken om toepassing van de eenmalige (bijzondere) verhoogde vrijstelling. Als u later dan vier maanden na afloop van het kalenderjaar van schenking de aangifte schenkbelasting indient, gaat de aanslagtermijn pas de dag na de aangifte in. Dat betekent dat u langer moet wachten voordat u zekerheid heeft.

 

   Tip:

U kunt de aangifte schenkbelasting zoeken op de website van de Belastingdienst of online aangifte schenkbelasting doen via ‘Mijn Belastingdienst’.

 

88. Ga flink aan de slag met uw studie

De aftrek van scholingskosten voor een opleiding of studie gericht op een (toekomstig) beroep in de inkomstenbelasting staat zwaar onder druk. Al enige tijd zijn er plannen om deze aftrek af te schaffen en het zal niet lang meer duren voor het zover is. Op Prinsjesdag is al een wetsvoorstel gepresenteerd, maar hierin is nog geen specifieke ingangsdatum genoemd. Wellicht dat de afschaffing van de aftrek in 2021 plaatsvindt. Als u nog niet zo ver bent gevorderd met uw studie, is het dus verstandig om hier meer vaart achter te zetten. Of u moet met uw werkgever in gesprek gaan, want hij kan onder voorwaarden  scholingskosten wel belastingvrij vergoeden.

 

   Tip:

Als u ondernemer bent, kunt u onder voorwaarden ook na de afschaffing van de scholingskostenaftrek de kosten voor scholing blijven aftrekken als ondernemingskosten.

 

89. Koop alimentatieverplichting nog dit jaar af

In 2019 zijn betalingen aan partneralimentatie nog aftrekbaar tegen het toptarief dat voor u geldt (maximaal 51,75%). In 2020 kunt u partneralimentatie effectief gezien tegen maximaal 49,5% - een effectieve aftrekbeperking van 3,5% = 46% aftrekken. Deze trend zet zich voort totdat in 2023 de effectieve aftrek maar 37,05% is. Deze ontwikkeling maakt het afkopen van de alimentatieverplichting fiscaal aantrekkelijk. De afkoopsom is immers ook aftrekbaar.

 

90. Doneer dit jaar aan culturele instelling

Als u in 2019 nog een schenking wilt doen aan een goed doel, is een donatie aan een culturele algemeen nut beogende instelling (ANBI) fiscaal voordeliger dan een donatie aan een gewone ANBI. Een gift aan een culturele instelling levert u namelijk voor de inkomstenbelasting een aftrekpost op van 125% van het geschonken bedrag, in plaats van 100%. De extra aftrek van 25% is gemaximeerd op € 1.250. Ook geldt evenals bij gewone giften een drempel van 1% van het verzamelinkomen (maar de drempel bedraagt minstens € 60) vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek en een maximale aftrek van 10% van het verzamelinkomen (vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek). Bovendien daalt in 2020 het maximum effectieve percentage waartegen u de giften kunt aftrekken van 51,75% naar nog maar 46%!

 

 

   Tip:

Heeft u een eigen B.V., dan kunt u via uw B.V. ook schenken aan een culturele instelling. Dat levert in de vennootschapsbelasting een extra aftrek op van 50% van het bedrag dat uw B.V. heeft geschonken aan culturele instellingen, met een maximum van € 2.500.

 

91. Betaal uw alimentatie vóór 1 januari 2020

Een alimentatiebetaling aan uw ex-echtgenoot vormt een onderdeel van de persoonsgebonden aftrek. In 2019 is de alimentatie aftrekbaar tegen maximaal 51,75%. In 2020 is de alimentatie maar aftrekbaar tegen hoogstens 46%. Probeer dus om de alimentatie in 2019 te laten vallen. Dit betekent wel dat u uiterlijk op 31 december 2019 het alimentatiebedrag moeten hebben overgemaakt.

 

Let op!

U mag een alimentatieverplichting niet als schuld opvoeren in box 3.

 

92. Sluit vóór 2020 samenlevingscontract

Fiscaal partnerschap kan voordelig zijn, bijvoorbeeld als een van de partners zijn heffingsvrije vermogen in box 3 niet volledig benut. Als u en uw partner nog niet elkaars fiscale partner bent, kunt u nog regelen dat u beiden voor het hele jaar als elkaars fiscale partner wordt aangemerkt. U moet dan in elk geval ongehuwd samenwonen en per 1 januari 2019 op hetzelfde woonadres staan ingeschreven. Daarnaast moet zich een bepaalde situatie voordoen. De situatie die het makkelijkst op korte termijn is te realiseren, is het afsluiten van een notarieel samenlevingscontract. Als u dit vóór 1 januari 2020 regelt en voldoet aan de eerdergenoemde voorwaarden, kunt u alsnog voor heel 2019 als fiscale partners worden aangemerkt.

 

   Tip:

Er zijn nog vijf andere situaties waarin het fiscale partnerschap voor het hele jaar te verkrijgen is. Namelijk als uit uw relatie een kind is geboren, een van u beiden een kind van de ander heeft erkend, een van u beiden als partner van de ander is aangemerkt in een pensioenregeling, u samen met uw partner een eigen woning bezit of op uw woonadres een minderjarig kind van minstens een van u beiden staat ingeschreven. In dat laatste geval moet zowel u als uw partner meerderjarig zijn.

 

93. Vergeet niet om in 2019 periodiek te verrekenen

Echtgenoten die op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd met in die voorwaarden een periodiek verrekenbeding, willen nog weleens vergeten om deze verrekening ook uit te voeren. En als de verrekening achterwege is gebleven, zal bij het einde van het huwelijk door scheiding of overlijden (ook fiscaal) worden afgerekend alsof er gemeenschap van goederen was. Bent u ook getrouwd op huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding, vergeet dan niet om deze afrekening ook over 2019 op te stellen.

 

   Tip:

U kunt een periodiek verrekenbeding dat jarenlang niet is uitgevoerd, ‘repareren’ door de te verrekenen bedragen alsnog te berekenen en de uitkomst vast te leggen in een vaststellingsovereenkomst. Vervolgens moet u het beding wel jaarlijks uitvoeren of u moet de huwelijkse voorwaarden op dit punt laten aanpassen.

 

94. Betaal nog in 2019 lijfrentepremie

Mocht u te maken hebben met een pensioengat, dan kunt u overwegen om een lijfrente af te sluiten. De lijfrentepremies zijn bovendien binnen bepaalde grenzen fiscaal aftrekbaar. De aftrek van lijfrentepremie is in eerste instantie beperkt tot de zogeheten jaarruimte. Daarnaast is de premie alleen aftrekbaar als u deze ook daadwerkelijk heeft betaald in het jaar waarin u haar wilt aftrekken. Zorg er daarom voor dat u de lijfrentepremie uiterlijk 31 december 2019 heeft betaald.

 

   Tip:

Stel, u heeft in de afgelopen vijf jaar lijfrentepremies betaald, maar vergeten om deze inkomstenbelasting op te geven in uw aangifte. Bovendien staat de desbetreffende aangifte al onherroepelijk vast. In dat geval kunt u een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de inspecteur. U moet dan kunnen bewijzen dat u de betaalde premie niet heeft afgetrokken. Dit kunt u bijvoorbeeld doen met kopieën van uw aangifte en de aanslag over de betreffende jaren.

 

95. Verlaag eigen bijdrage Wlz

Uw box 3-vermogen heeft niet alleen gevolgen voor de inkomstenbelasting, maar ook voor onder andere de toekenning van toeslagen. Hierbij geldt immers een vermogenstoets. Ook de eigen bijdrage voor zorg op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz-zorg) is afhankelijk van het box 3-vermogen op de peildatum (1 januari). Daarom is het misschien raadzaam om uw box 3-vermogen vóór 1 januari 2020 te verlagen door bijvoorbeeld schenkingen te doen.

 

Let op!

Bij het vaststellen van de eigen bijdrage voor de Wlz kijkt de overheid standaard naar uw vermogen van twee jaar geleden. Dit betekent dat een verandering in dit vermogen (bijvoorbeeld door nu te schenken) pas twee jaar later effect heeft. U kunt onder voorwaarden voor 2020 verzoeken om verlegging van het peiljaar 2018 naar 2020. Dan heeft verlaging van uw vermogen per 1 januari 2020 wel effect voor 2020. Informeer hiervoor bij het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

 

96. Verlaag uw spaargeld vóór 1 januari 2020

Als gevolg van de extreem lage rente op spaargeld leidt de box 3-heffing over spaargeld tot een hoge belastingdruk. U kunt deze druk voor 2020 verlagen door vóór de peildatum van 1 januari 2020 uw spaargeld in te brengen in een nieuwe B.V., in te breng in een open fonds voor gemene rekening, te storten als informeel kapitaal of agio in uw B.V. of om te zetten in een vordering op uw B.V. (zogeheten terbeschikkingstellingsvordering).

 

Let op!

Aan de genoemde voorbeelden kunnen wel nadelen en risico’s kleven. Aan de oprichting van een B.V. zijn bijvoorbeeld kosten verbonden. Ga na wat voor u de beste optie is en of deze per saldo voordeliger is dan uw spaargeld in box 3 te laten staan.

 

97. Los snel kleine schulden af

Het laten staan van kleine schulden is fiscaal nadelig, omdat zij pas de heffingsgrondslag van box 3 verlagen voor zover zij een drempel van € 3.100 (bedrag 2019) per partner overschrijden. Het is fiscaal voordeliger om deze schulden af te lossen zodat zij op de peildatum van 1 januari 2020 niet langer aanwezig zijn en de box 3-heffing direct is verlaagd.

 

98. Doe nog in 2019 grote uitgaven

Is uw vermogen zo hoog dat u box 3-heffing moet betalen en bezit u genoeg spaargeld om eventuele uitgaven nog in 2019 te doen? Overweeg dan om grote privéaankopen die u eigenlijk in 2020 had willen doen, zoals de aanschaf van een nieuwe auto of nieuwe meubels, vóór 1 januari 2020 te doen. Dergelijke bezittingen behoren namelijk niet tot de grondslag voor de box 3-heffing, terwijl het spaargeld dat u voor de aankoop gebruikt dan op de peildatum van 1 januari 2020 ook niet meer meetelt voor de grondslag. Zo kunt u in box 3 flink wat besparen!

 

99. Betaal belastingaanslagen vóór 2020

Belastingschulden tellen niet mee als schulden voor box 3. Daarom is het aan te raden om een ontvangen belastingaanslag vóór 1 januari 2020 te betalen. Over de gelden waarmee u deze aanslag betaalt, hoeft u dan immers geen box 3-heffing te betalen.

 

   Tip:

De regel dat een openstaande belastingschuld niet als schuld meetelt in box 3 kent uitzonderingen. Zo mag u de nog niet-betaalde erfbelasting wél als schuld aangeven in box 3.

 

100. Wacht met verkoop groene belegging

Wilt u de vrijstellingen in box 3 optimaal benutten, vergeet dan niet de vrijstelling voor groene beleggingen. Deze beleggingen zijn namelijk vrijgesteld tot een maximum van € 58.540 (bedrag 2019) per persoon (€ 117.080 bij fiscale partners). Met de extra heffingskorting van 0,7% levert dit in box 3 een behoorlijke belastingbesparing op. Wilt u dit belastingvoordeel ook in 2020 benutten, dan is het van belang dat u de groene fondsen op 1 januari 2020 (peildatum) in bezit heeft. Dus als u overweegt om deze fondsen van de hand te doen, houd deze dan in elk geval aan tot na 1 januari 2020.

 

   Tip:

Als u nog geen groene beleggingen heeft maar overweegt om uw geld groen te beleggen, doe dit dan zo mogelijk al vóór 1 januari 2020. In dat geval kunt u immers al in 2020 profiteren van de vrijstelling én de heffingskorting.

 

101. Geef in 2017 verzwegen vermogen op

Heeft u box 3-vermogen verzwegen bij de aangifte die u in 2017 verzorgde? Geef dat alsnog in 2019 op en maak daarbij gebruik van de inkeerregeling. Stuurt u het verzoek om gebruik te maken van de inkeerregeling binnen twee jaar na de aangifte waarin u het vermogen heeft verzwegen, dan krijgt u namelijk geen vergrijpboete. Voor zover het gaat om box 3-bestandelen die in het buitenland zijn ontstaan, kan de fiscus wel een vergrijpboete opleggen. Vanaf volgend jaar zal trouwens ook voor verzwegen binnenlands box 3-vermogen geen boetevrije inkeer meer mogelijk zijn. Als u te laat inkeert, zal de inspecteur de boete verminderen tot 60% van de maximale boete die hij kan opleggen als u helemaal niet inkeert. Voor zover de boete ziet op verzwegen box 3-bestanddelen, bedraagt de boetevermindering 40% van het maximum van 300%, dus 120%.

 

   Tip:

Deze beperking geldt voor belastingaangiften die ingediend hadden moeten worden vóór 1 januari 2019. Inkeren (ter zake van buitenlands vermogen) voor aangiften die ingediend zijn of hadden moeten zijn, blijft nog mogelijk, steeds binnen de hierboven genoemde periode van twee jaar.

 

Let op!

Als u vermogen in box 3 verzwijgt en niet inkeert, riskeert u een boete van 75% bij grove schuld, 150% bij opzet en 300% bij ernstige fraude of recidive. Er kunnen strafverzwarende en strafverminderende factoren zijn waardoor het percentage eventueel nog hoger of juist lager wordt.

 

102. Dien vóór 1 november 2019 uw verzoek om een voorlopige aanslag in

Als u uw box 3-vermogen per 1 januari 2020 wilt drukken, dien dan vóór 1 november 2019 een verzoek om een voorlopige aanslag in. Als de Belastingdienst u vóór 1 januari 2020 een belastingaanslag oplegt die u direct betaalt, heeft u uw box 3-vermogen al verminderd. Maar ook in het geval dat de Belastingdienst pas na 31 december 2019 de aanslag vaststelt, kunt u uw belaste box 3-vermogen verlagen. U mag in deze situatie namelijk het na 31 december 2019 betaalde belastingbedrag aftrekken van het box 3-vermogen van 1 januari 2020. Hetzelfde geldt overigens ook als u vóór 1 oktober een definitieve aangifte heeft ingediend.

 

Let op!

Als u alleen maar een schattingsformulier voor IB-ondernemers en resultaatgenieters indient, telt dit niet als het aanvragen van een voorlopige aanslag.

 

 

 

EIGEN WONING

 

103. Betaal hypotheekrente vooruit

Als u in 2020 de AOW-leeftijd bereikt of vanwege een andere reden onder een lager belastingtarief valt, betaal dan in 2019 nog de hypotheekrente die betrekking heeft op de periode tot 1 juli 2020. U betaalt minder belasting doordat u deze rente dan tegen een hoger tarief aftrekt. In ieder geval is het zo dat het toptarief waartegen u de hypotheekrente kunt aftrekken in 2020 daalt van 49% naar 46%.

 

Let op!

Het heeft geen zin om voor een langere periode vooruit te betalen. Doet u dat toch, dan weigert de Belastingdienst de vooruitbetaalde rente als aftrekpost voor 2019.

 

Let op!

Als u maar weinig hypotheekrente betaalt, kan het door de aftrek vanwege geen of geringe eigenwoningschuld mogelijk zijn dat u beter af zou zijn als u de betaalde hypotheekrente niet zou opgeven. Helaas is dat geen optie, zo heeft het ministerie van Financiën bevestigd: het opgeven van de betaalde eigenwoningrente is verplicht!

 

104. Verkoop eigen woning na 1 januari 2020

Bent u van plan om binnenkort uw schuldenvrije woning te verkopen en niet direct een nieuwe woning aan te kopen? Overweeg daarmee te wachten tot in 2020. Verkoopt u uw woning namelijk vóór 1 januari 2020, dan zal de ontvangen verkoopsom meetellen in de grondslag van de vermogensrendementsheffing van het jaar 2020 (peildatum 1 januari 2020). Verkoopt u de woning op bijvoorbeeld 5 januari 2020, dan valt de koopsom in 2020 niet in box 3.

 

105. Los hypotheek in 2019 af

Soms is het voordelig om uw eigenwoningschuld (gedeeltelijk) af te lossen. Heeft u bijvoorbeeld nog een gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek met een vrij hoge rente en belast vermogen in box 3 dat u kunt missen? Als het rendement op dat vermogen lager is dan wat u netto aan hypotheekrente betaalt, is aflossen waarschijnlijk interessant. Informeer hoeveel u boetevrij kunt aflossen. Meestal is dat hoogstens 10% van het (openstaande) hypotheekbedrag per jaar. Als u vóór 1 januari 2020 aflost, behaalt u hierbij een box 3-voordeel.

 

Let op!

Als u in 2020 geen eigenwoningschuld heeft of een eigenwoningschuld die minder bedraagt dan het eigenwoningforfait, krijgt u een extra aftrek. Het effect van deze aftrek is dat het saldo van het eigenwoningforfait en de betaalde rente voor maar 6 2/3% in de heffing valt. In de jaren na 2020 zal de extra aftrek steeds met 3 1/3 %-punt dalen.

 

106. Laat hypotheek vóór 1 januari 2020 in box 3 vallen

Als u een flinke eigen woningschuld heeft maar daarover een lage rente betaalt, reken dan eens uit of het niet fiscaal voordeliger is om de schuld in box 3 te laten vallen. U verliest dan natuurlijk de renteaftrek in box 1, maar daar staat tegenover dat u minder vermogen heeft in box 3. Als het verschil tussen het forfaitair percentage in box 3 (maximaal 5,60% in 2019) en het hypotheekrentepercentage groot genoeg is, kan de hypotheekschuld in box 3 best gunstig zijn. Omdat een hypotheekschuld alleen onder strenge voorwaarden kwalificeert als een eigenwoningschuld, hoeft dat niet altijd even moeilijk te zijn. U moet zorgen dat u niet meer aan een van de voorwaarden voldoet. Heeft u bijvoorbeeld de hypotheek afgesloten bij een schuldeiser die geen aangewezen administratieplichtige is (zoals ouders of een eigen B.V.), dan kunt u de voorwaarden voor eigenwoningschuld verbreken door uw informatieplicht te verzaken. Regel dit al in 2019, dan heeft u er al in 2020 profijt van.

 

107. Ga nu schuld voor verbouwing aan

Bent u van plan om uw eigen woning te laten verbouwen? Als u dit nog in 2019 regelt en de verplichtingen dus aangaat vóór 1 januari 2020, verlaagt u uw grondslag voor de heffing in box 3.

 

108. Stel verhuur eigen woning uit tot na 2019

Als u van plan bent om uw eigen woning te verhuren, stel dit dan uit tot na 1 januari 2020. Zodra u uw eigen woning voor langere tijd verhuurt, is de woning namelijk geen eigen woning meer maar een beleggingspand. Hierdoor gaat de woning van box 1 over naar box 3, waar zij meetelt voor de grondslag voor de box 3-heffing. Even wachten is dan dus verstandig.

 

Let op!

Verhuurt u vanaf 1 januari 2020 (peildatum), dan telt de woning voor heel 2020 mee voor de heffingsgrondslag voor box 3.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Sdu Licent Academy 2019
Aan de redactie van dit document is de uiterste zorg besteed. Niettemin kan redactie noch uitgever enige aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden.

 


Gerelateerde artikelen