Selecteer een pagina
Bel ons Stuur een mail Klantenportaal Naar klantenportaal

Betaalt een dga aan zijn eigen bv boeterente vanwege een vroegtijdige aflossing op
zijn hypotheek om zo rentelasten naar voren te halen? Dan is sprake van vooruitbetaalde
rente die niet in het jaar van betaling aftrekbaar is.

Een man met een eigen woning leent in 2012 € 100.000 van een bv waarvan hij de dga
is. De dga benut het geleende bedrag ten behoeve van zijn eigen woning. In beginsel
moet hij over het eerste jaar een interestvergoeding van 6,5% betalen en over de 29
volgende jaren 7,9% interest. In 2017 leent de dga nog eens € 50.000 van zijn bv ten
behoeve van zijn eigen woning. Over dit bedrag is hij de eerste dertig jaren 4,2%
per jaar aan interest verschuldigd. Voor beide leningen geldt dat de dga de bv kan
verzoeken gedurende een rentevaste periode het rentepercentage en/of de duur van de
rentevaste periode aan te passen. Eventueel kan de bv voorwaarden stellen aan het
inwilligen van dat verzoek. Volgens de leningsovereenkomsten moet de dga bovendien
een boeterente betalen als hij buiten de daarvoor bestemde tijdstippen aflost.

Rente is in latere jaren aftrekbaar

Op 7 december 2016 lost de dga € 25.000 op de lening af. Maar deze datum is volgens
de leningsovereenkomst geen aflossingsmoment. De bv brengt hem daarom zo’n € 34.078
aan boeterente in rekening. De dga wil dit bedrag over 2016 aftrekken als eigenwoningrente,
maar de Belastingdienst weigert deze aftrek. Daarop gaat de dga in beroep, maar Rechtbank
Den Haag is het eens met de weigering van de aftrek. Vervolgens gaat de dga in hoger
beroep. Hij verklaart tijdens de hoorzitting dat hij een fiscaal voordeel heeft willen
behalen door de aftrekbare rente naar voren te halen. De dga voorziet namelijk in
de jaren na 2016 een lager inkomen te behalen. Ook anticipeert de man hiermee op wetswijzigingen.
Hof Den Haag merkt de desbetreffende rente daarom aan als vooruitbetaalde rente. Deze
vooruitbetaalde rente is niet aftrekbaar in 2016, maar getemporiseerd aftrekbaar in
de daaropvolgende jaren.

Bron: Gerechtshof Den Haag 13 december 2022 (gepubliceerd 29 december 2022)