Selecteer een pagina
Bel ons Stuur een mail Klantenportaal Naar klantenportaal

Met het jaareinde in zicht, is dit een mooi moment om na te gaan of u op fiscaal gebied nog actie moet ondernemen. Sommige zaken kunnen niet wachten tot 2022, terwijl andere zaken juist om uitstel tot in het nieuwe jaar vragen. In ieder geval zijn er diverse veranderingen die om aandacht vragen. Welke dat zijn, leest u in deze eindejaarstips.

Inhoud

ALLE ONDERNEMERS

1. Druk jaarwinst met voorziening

2. Start vóór 2022 met herinvesteren

3. Eis vergeten investeringsaftrek op

4. Regel KIA voor 2021

5. Red KIA met aanbetaling

6. Verkoop ‘nieuw’ bedrijfsmiddel in 2022

7. Stel milieu-investering uit tot 2022

8. Meld snel bijzondere investering

9. Vraag tijdig WBSO 2022 aan

IB-ONDERNEMER

10. Probeer nog wat uren te maken

11.Voeg nog snel aan oudedagsreserve toe

12. Begin na jaarwisseling met bijbaantje

13. Wacht tot 2022 met toekennen partnervergoeding

14. Los familieschuld voor investering af

15. Verreken IB-verlies uit 2012

16. Maak haast met uw verhuizing

VENNOOTSCHAPPEN EN DGA’S

17. Beperk belastingrente met VA Vpb

18. Geef portfoliohouder in 2021 dividend

19. In vordering op bv na 1 januari 2022

20. Stop verdamping verlies bv uit 2012

21. Stel winst bv uit tot 2022

22. Gebruik vóór 2022 ab-belastingkorting

23. Stop hypotheek vóór 2022 in box 3

24. Overweeg herfinanciering lening bv

25. Deponeer jaarrekening op tijd

26. Stop belastingschulden in bv

27. Voltooi vereffening in 2021

28. Pas op bij houdsterverliezen

29. Bedrijfsopvolger moet nu in dienst

30. Trek u pas na 2021 terug uit VBI

31. Verzoek vóór 2022 om ontvoeging

32. Geef verzwegen tbs uit 2018 op

33. Controleer verrekenprijzen

34. Vraag om beschikking dollaraangifte

35. Herstructureer hybride lichaam

BTW EN OVERDRACHTSBELASTING

36. Corrigeer btw auto in 4e kwartaal 2021

37. Dien vóór 2022 correctiebericht voor VK in

38. Vraag snel te veel afgedragen btw terug

39. Neem BUA-correctie op in slotaangifte 2021

40. Reik vóór 28 januari 2022 90%-verklaring uit

41. Maak afspraken over btw-schade bij levering pand

42. Vraag vóór december 2021 om gebruik van KOR

43. Start in 2021 werkzaamheden voor werk-bv

44. Vraag btw over 2020 terug

45. Meld u aan voor het OSS-systeem

46. Rapporteer kleine invoer in I-OSS

47. Doe in 2022 aangifte overdrachtsbelasting

WERKGEVER

48. Sluit administraties op elkaar aan

49. Laat werknemers met lage lonen 1.248 uur werken

50. Benut loonkostenvoordelen

51. Geef vol kerstpakket

52. Keer in 2021 gebruikelijke bonus uit

53. Laat uw werknemer bij u kerstinkopen doen

54. Maak nu afspraken voor thuiswerken

55. Richt vóór 2022 een personeelsfonds op

56. Houd personeelsfeestje 2022 op de zaak

57. Pas op met de concernregeling in 2021

58. Check of de sectorindeling voor 2022 klopt

59. Voltooi afsluiting loonadministratie 2021

60. Check vóór 2022 administratie van uitzendkrachten

61. Wacht met toekenning aandelenopties

62. Zeg tijdelijk contract op vóór 1 december 2021

63. Vorm voorziening voor transitievergoeding

64. Bereid u voor op opdrachtgeversverklaring

65. Pas vóór 14 december 2021 uw aangiftetijdvak aan

66. Verleg vóór 1 januari 2022 inhoudingsplicht binnen concern

67. Zorg vlug voor een A1-verklaring

68. Verleng werkvergunningen vóór 2022

69. Wijs het loon aan dat onder de 30%-regeling valt

AUTO

70. Schaf in 2021 een nieuwe elektrische auto van de zaak aan

71. Schaf in 2021 een nieuwe waterstofauto van de zaak aan

72. Check gebruik van bedrijfsauto in 2022

73. Houd in autobranche autogebruik bij

74. Laat werknemer zijn boeten betalen

75. Zeg vóór 2022 leasecontract auto werknemer op

76. Bereken alvast de BPM

77. Stel auto vóor 1 maart 2022 op naam

78. Schaf gewone auto in 2021 aan

ESTATE PLANNING/PRIVÉ

79. Vraag snel om teruggaaf over 2016

80. Let op wijzigingen in IACK

81. Wisselende inkomsten? Vraag tijdig teruggaaf door middeling aan

82. Vraag om een voorlopige aanslag IB

83. Maak tot 1 januari 2022 gebruik van de extra € 1.000 schenkvrijstelling

84. Schenk dit jaar voor een eigen woning

85. Laat kind onderhoud aan woning dit jaar afronden

86. Vul verhoogde vrijstelling aan

87. Dien vóór 1 maart 2022 aangifte schenkbelasting in

88. Betaal uw alimentatie vóór de jaarwisseling

89. Koop alimentatieverplichting nog in 2021 af

90. Bundel giften zoveel mogelijk

91. Doneer in 2021 aan culturele instelling

92. Maak van uw gewone giften periodieke giften

93. Voeg zorgkosten zoveel mogelijk samen

94. Sluit nog in 2021 samenlevingscontract

95. Voer periodieke verrekening 2021 uit

96. Betaal nog in 2021 lijfrentepremie

97. Verlaag uw spaargeld vóór 1 januari 2022

98. Los kleine schulden voor jaarwisseling af

99. Doe nog dit jaar grote uitgaven

100. Rond uw studie in 2021 af

101. Betaal belastingaanslagen vóór 2022

102. Wacht met verkoop groene belegging

103. Dien vóór 1 november 2021 uw verzoek om een voorlopige aanslag in

EIGEN WONING

104. Neem eigenwoningreserve overleden partner niet mee

105. Verkoop eigen woning na jaarwisseling

106. Vul verklaring overdrachtsbelasting ‘onvoorziene omstandigheden’ in

107. Wacht tot 2022 met terugkoop woning

108. Betaal hypotheekrente 2022 vooruit

109. Los hypotheek in 2021 af

110. Ga dit jaar een schuld voor verbouwing aan

 

 

ALLE ONDERNEMERS

1. Druk jaarwinst met voorziening

Hoewel diverse bedrijven over 2021 verwachten een lage winst te behalen of zelfs een verlies te lijden, behoort u misschien tot de ondernemers die een behoorlijke fiscale winst behalen. Mocht u zelf uw fiscale winst over 2021 willen drukken, overweeg dan een voorziening te vormen voor (grote) uitgaven die u in 2022 of later denkt te zullen doen. Een aandachtspunt daarbij is dat deze toekomstige uitgaven hun oorsprong moeten vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2021 of eerder. Verder moet u deze feiten en omstandigheden kunnen toerekenen aan dat jaar en moet redelijk zeker zijn dat u de uitgaven zult maken. Bespreek met uw adviseur of u in 2021 nog een voorziening kunt vormen.

2. Start vóór 2022 met herinvesteren

Heeft u in 2018 een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een fiscale boekwinst behaald? En heeft u deze boekwinst ondergebracht in een herinvesteringsreserve (HIR)? Dan heeft u tot 1 januari 2022 de tijd om een nieuwe investering te doen. Nu loopt soms de aanschaf van een nieuw bedrijfsmiddel vertraging op door bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld de coronacrisis. Verzoek in zo’n situatie de inspecteur om de driejaarstermijn te verlengen. De Belastingdienst zal dit verzoek alleen inwilligen als u kunt aantonen dat u een begin heeft gemaakt met de herinvestering.

Tip

Leg uw herinvesteringsvoornemen vast in een schriftelijk document. Als de inspecteur namelijk meent dat u geen herinvesteringsvoornemen (meer) heeft, zal hij de HIR aan de belaste winst toevoegen. Blijf het voortbestaan van uw herinvesteringsvoornemen aan het eind van ieder jaar vastleggen totdat u de herinvestering doet. Loopt de herinvestering vertraging op, bewaar dan de documenten die bewijzen dat sprake is van een bijzondere omstandigheid.

3. Eis vergeten investeringsaftrek op

In principe mogen ondernemers die investeren hun afschrijvingskosten aftrekken. Daarnaast geeft een investering onder voorwaarden recht op een extra aftrekpost: de investeringsaftrek. Er zijn drie vormen van de investeringsaftrek: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en de milieu-investeringsaftrek (MIA). Misschien bent u in uw aangifte inkomstenbelasting over 2016 vergeten de investeringsaftrek te claimen. In dat geval kunt u de inspecteur in 2021 alsnog verzoeken om ambtshalve vermindering voor die investeringsaftrek. Maar dit is wel het laatste jaar waarin u nog kunt verzoeken om een ambtshalve vermindering over 2016.

4. Regel KIA voor 2021

Wilt u in 2021 nog extra investeren in bedrijfsmiddelen? Besef dan dat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) vervalt als de investeringen die recht geven op KIA dit jaar meer bedragen dan € 328.721. Als een overschrijding van dit bedrag dreigt, is het beter de investering uit te stellen tot in 2022. De investering wordt toegerekend aan het jaar waarin u verplichtingen aangaat. Bij het aangaan van verplichtingen kunt u denken aan het plaatsen van een order, akkoord gaan met een offerte of het tekenen van een koopcontract. Produceert u zelf een bedrijfsmiddel, dan draait het om het jaar waarin u de voortbrengingskosten maakt.

Let op!

Maakt uw onderneming deel uit van een vof of een ander samenwerkingsverband? Kijk dan voor het bepalen van de KIA naar de totale investering van de vof en niet naar de investering van elke vennoot afzonderlijk.

5. Red KIA met aanbetaling

Als u nog voor 1 januari 2022 investeringsverplichtingen aangaat voor een bedrijfsmiddel, mag u daarover de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) toepassen in 2021. Daarbij geldt in principe de voorwaarde dat u het bedrijfsmiddel in 2021 heeft betaald en in gebruik heeft genomen. Maar wat als u het bedrijfsmiddel in 2021 nog niet heeft gebruikt? En de investeringsaftrek in eerste instantie uitgaat boven het bedrag dat u bij het einde van 2021 voor die investering heeft betaald? Dan wordt uw KIA beperkt tot het bedrag dat u in 2021 heeft betaald. Het meerdere is aftrekbaar als KIA in 2022. Wilt u de KIA toch volledig benutten in 2021? Doe dan een aanbetaling, zodat de totale betaling in 2021 voor de investeringen minimaal gelijk is aan het bedrag van de KIA voor dat jaar.

6. Verkoop ‘nieuw’ bedrijfsmiddel in 2022

Overweegt u bedrijfsmiddelen te verkopen die u in 2017 heeft aangeschaft? En heeft u investeringsaftrek gekregen over de toenmalige investering in deze bedrijfsmiddelen? Kijk dan of u de verkoop kunt uitstellen tot na de jaarwisseling. Anders loopt u aan tegen de desinvesteringsbijtelling. Dat betekent dat u een deel van de investeringsaftrek moet terugbetalen. De desinvesteringsbijtelling bedraagt maximaal de destijds genoten investeringsaftrek en mag achterwege worden gelaten als u de bedrijfsmiddelen voor maximaal € 2.400 verkoopt.

Let op!

De desinvesteringsbijtelling is ook aan de orde bij andere vormen van vervreemding. Stel dat u een bedrijfsmiddel overbrengt naar uw privévermogen. Dit vormt een fictieve vervreemding. In zulke situaties neemt de fiscus de waarde in het economische verkeer van het bedrijfsmiddel als overdrachtsprijs.

7. Stel milieu-investering uit tot 2022

Bent u van plan bent een investering te doen in een bedrijfsmiddel dat kwalificeert of in 2022 gaat kwalificeren als een milieubedrijfsmiddel, stel dan die investering uit tot na 31 december 2021. Voor 2022 vindt namelijk een verhoging plaats van de milieu-investeringsaftrek (MIA). Voor dit jaar bedraagt de MIA 36%, 27% en 13,5% voor categorie I respectievelijk categorie II en categorie III. Deze percentages stijgen in 2022 naar 45%, 36% en 27%. Categorie I wordt ook nog eens uitgebreid met bepaalde groene investeringen.

Let op!

Is eenmaal het budget voor de MIA is behaald, dan wordt deze niet meer toegewezen. Het budget voor de periode 2022-2024 wordt verruimd met € 30 miljoen per jaar. Het budget voor 2022 bedraagt daardoor naar verwachting € 144 miljoen.

8. Meld snel bijzondere investering

Heeft u onlangs toch een investering gedaan in een bedrijfsmiddel dat staat op de Energielijst 2021 of de Milieulijst 2021? Doe dan binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting een melding hiervan bij RVO.nl. Anders mag u de energie-investeringsaftrek (EIA) of milieu-investeringsaftrek (MIA) niet toepassen.

Let op!

U mag over dezelfde investering niet zowel de EIA als de MIA toepassen.

9. Vraag tijdig WBSO 2022 aan

U kunt de (loon)kosten van uw speur- en ontwikkelingsproject in 2022 verlagen als u een zogeheten tegemoetkoming op grond van de WBSO claimt. Heeft u personeel in dienst? Vraag deze tegemoetkoming dan uiterlijk op 20 december 2021 aan! Bent u een zelfstandige zonder personeel (zzp’er)? Dan heeft u tot en met 1 januari 2022 de tijd om de aanvraag voor een WBSO-tegemoetkoming voor het jaar 2022 in te dienen.

IBONDERNEMER

10. Probeer nog wat uren te maken

Als ondernemer hebt u misschien recht op diverse ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting. Denk bijvoorbeeld aan de ondernemersaftrek en de mogelijkheid om aan de oudedagsreserve toe te voegen. Om voor deze faciliteiten in aanmerking te komen, moet u voldoen aan het zogeheten urencriterium. Dat betekent dat u in 2021 minimaal 1.225 uur moet besteden aan uw onderneming. Dat valt aannemelijk te maken met een urenadministratie. Overigens mogen ondernemers in verband met de coronacrisis voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 ervan uitgaan dat zij minimaal 24 uur per week aan hun onderneming hebben besteed. Zelfs als dat niet werkelijk het geval was. Twijfelt u of u genoeg uren voor uw onderneming heeft gewerkt? Maak dan nog wat extra uren, zodat u wel aan de 1.225 uur komt.

Let op!

In geval van zwangerschap tellen de uren die de onderneemster normaliter wel zou hebben gewerkt in de 16 weken rondom de bevalling, toch mee.

11.Voeg nog snel aan oudedagsreserve toe

Als u een IB-ondernemer bent, kunt u onder voorwaarden fiscale winstneming uitstellen door een toevoeging aan de oudedagsreserve. U doet dat in principe voor 9,44% van de winst, maar maximaal voor € 9.395 (cijfers 2021) of het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van het jaar de oudedagsreserve aan het begin van het jaar te boven gaat.

Let op!

Om toe te voegen aan de oudedagsreserve moet u in 2021 voldoen aan het urencriterium. Daarnaast mag u aan het begin van 2021 de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt.

Kijk ook naar het tarief waartegen de toevoeging aftrekbaar is. Als u later de oudedagsreserve moet afrekenen tegen een hoger tarief dan het tarief dat voor aftrek van de toevoeging geldt, is het beter de toevoeging achterwege te laten.

12. Begin na jaarwisseling met bijbaantje

Om te voldoen aan het urencriterium, dat toegang geeft tot verschillende fiscale faciliteiten, moet u ook meer dan 50% van uw totale arbeidstijd besteden aan uw onderneming. Daardoor is het misschien beter om nu niet te veel tijd te besteden aan andere werkzaamheden (bijvoorbeeld ‘bijbaantjes’ in dienstbetrekking) die minder opleveren dan de fiscale faciliteiten.

Tip

De 50%-eis blijft buiten beschouwing als u in een of meer van de voorgaande vijf kalenderjaren geen ondernemer was en in die periode hooguit twee keer de zelfstandigenaftrek heeft toegepast.

13. Wacht tot 2022 met toekennen partnervergoeding

Heeft uw partner dit jaar minimaal 525 uren aan arbeid verricht voor uw onderneming zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen? En wilt u beginnen met hem of haar een arbeidsvergoeding toe te kennen? Wacht nog even daarmee tot na 2021. U kunt dan namelijk dit jaar nog de meewerkaftrek benutten. De meewerkaftrek is 1,25% van de winst als uw partner minstens 525 uren maar hooguit 875 uren in uw onderneming heeft gewerkt. Bij een hoger aantal uren stijgt de aftrek tot maximaal 4% van de winst. Dit maximum is aan de orde als uw partner minstens 1.750 uren in uw onderneming werkt. Overigens tellen bepaalde vormen van winst, zoals stakingswinst, niet mee voor de berekening van de meewerkaftrek.

Tip

Het voordeel van het toekennen van een arbeidsvergoeding is dat deze aftrekbaar is. Maar een arbeidsbeloning van minder dan € 5.000 aan uw partner is niet aftrekbaar en evenmin belast bij uw partner. Reken dus uit wat het meest voordelig is. Let daarbij op de effecten die een hoger of lager inkomen kan hebben op heffingskortingen en toeslagen.

14. Los familieschuld voor investering af

In principe mag u als ondernemer geen investeringsaftrek toepassen voor verplichtingen die u bent aangegaan met bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of personen die behoren tot uw huishouden. U kunt via uw aangifte de Belastingdienst verzoeken deze beperking achterwege te laten. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat het gaat om reële verplichtingen. Daarnaast mag u de investering in principe niet zijn aangegaan om het percentage van de investeringsaftrek te beïnvloeden. De inspecteur zal de desinvesteringsbijtelling toepassen als u de verplichting tegenover de bloed- of aanverwant niet nakomt. Hetzelfde geldt bij een verandering van de verplichting binnen vijf jaar na aanvang van het kalender(boek)jaar waarin u de verplichting bent aangegaan. Als u in 2017 zo’n verplichting bent aangegaan, moet u dus vóór 1 januari 2022 de verschuldigde rente en aflossing betalen. Lukt dat niet, maak dan aannemelijk dat de afwijking van wat is overeengekomen, op zakelijke gronden berust.

15. Verreken IB-verlies uit 2012

Heeft u in 2012 met uw IB-onderneming een fiscaal verlies geleden dat u nog niet volledig heeft verrekend? Doe dan dit jaar niet te veel aan fiscaal winstuitstel. Zo kunt u afzien van een toevoeging aan de oudedagsreserve. Of u kunt proberen om een fiscale boekwinst op een bedrijfsmiddel te laten vrijvallen. Voor zover u het verlies uit 2012 niet verrekent met winst uit 2021, is dit verlies per 1 januari 2022 niet meer verrekenbaar.

16. Maak haast met uw verhuizing

Heeft u uw onderneming rond 1 januari 2020 verplaatst? En bent u momenteel bezig met een verhuizing zodat u dichter bij uw werk komt te wonen? Rond dan de verhuizing snel af. Zo stelt u de fiscale aftrekpost voor verhuizing vanwege een onderneming veilig. De aftrekpost is te berekenen op het bedrag van de kosten van het overbrengen van de inboedel plus € 7.750. Volgens de Belastingdienst is onder de volgende omstandigheden in ieder geval sprake van een verhuizing in het kader van de onderneming. Ten eerste moet de afstand tussen uw woning en uw werk voor de verhuizing minstens 25 kilometer zijn geweest. Daarnaast moet de afstand van uw woning naar de werkplek van uw onderneming zijn afgenomen met 60% of meer. Deze afname moet plaatsvinden binnen twee jaar na de verplaatsing van uw onderneming.

Tip

De formulering van het begrip ‘verhuizing vanwege de onderneming’ van de Belastingdienst impliceert dat u eventueel op een andere wijze kunt aantonen dat u wegens uw onderneming bent verhuisd. Maar dan heeft u minder zekerheid.

VENNOOTSCHAPPEN EN DGA’S

17. Beperk belastingrente met VA Vpb

De Belastingdienst brengt rente in rekening op een aanslag vennootschapsbelasting 2020, die wordt opgelegd na 1 juli 2021. Deze rente is sinds 1 oktober 2020 4% per jaar. In vergelijking met de rente die de bank u vergoedt, is deze rente hoog. U kunt belastingrente beperken door zo snel mogelijk een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2020 aan te vragen. Verwacht u dat uw bv over 2020 nog vennootschapsbelasting moet bijbetalen? Vraag dan zo snel mogelijk een voorlopige aanslag aan de Belastingdienst.

Tip

Als u een belastingaanslag 2020 niet op tijd betaalt, brengt de Belastingdienst ook nog invorderingsrente in rekening. Die rente komt bovenop de belastingrente. Dien een verzoek om een voorlopige aanslag dus zo spoedig mogelijk in, maar vraag indien nodig ook om een betalingsregeling. Overigens bedraagt de invorderingsrente tot en met 31 december 2021 slechts 0,01% per jaar, vanwege de gevolgen van het coronavirus. Daarna gaat de invorderingsrente weer stijgen.

18. Geef portfoliohouder in 2021 dividend

Vanwege Europese rechtspraak keurt de staatssecretaris van Financiën sinds 2021 teruggave van dividend en kansspelbelasting aan buitenlandse portfolio-aandeelhouders gedeeltelijk goed. Het gaat daarbij om aandeelhouders die op hun vestigingsplaats na in dezelfde positie zitten als Nederlandse lichamen. Maar de staatssecretaris is ook van plan om de verrekening van voorheffingen te beperken tot de in een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. Daarbij zijn de niet-verrekende voorheffingen wel door te schuiven naar een later jaar. Wilt u uw buitenlandse aandeelhouders helpen met het zo snel mogelijk verrekenen van hun voorheffingen? Ken hen dan nog dit jaar een dividend toe.

19. In vordering op bv na 1 januari 2022

Als u een vordering op uw bv wilt innen, wacht daar dan mee tot na 1 januari 2022. Op die manier voorkomt u dat het geldbedrag dat u ontvangt meteen in de rendementsgrondslag van box 3 voor het jaar 2022 valt.

Let op!

De zaak is gecompliceerder als u vanuit uw privévermogen een lening van maximaal drie maanden heeft verstrekt. De Belastingdienst past in zo’n geval de volgende sancties toe. Ten eerste rekent de inspecteur de vordering aan uw box 3-vermogen toe. Tegelijkertijd is het voordeel uit terbeschikkingstelling belast in box 1. Deze sancties kunnen ook aan de orde komen als de terbeschikkingstelling langer dan drie maanden maar niet meer dan zes maanden duurde. Maar in deze situatie kunt u de dubbele heffing ontlopen als u aannemelijk maakt dat uw handelingen voor meer dan 50% zijn gebaseerd op zakelijke overwegingen.

20. Stop verdamping verlies bv uit 2012

Vennootschapsbelastingplichtige lichamen kunnen geleden verliezen verrekenen met behaalde winsten. Een verlies is achterwaarts te verrekenen met de winst van het vorige jaar. Het is de bedoeling dat verliezen die vanaf 1 januari 2022 zijn ontstaan of op 31 december 2021 nog verrekenbaar zijn, onbeperkt voorwaarts zijn te verrekenen. Maar een verlies uit 2012 is dit jaar voor het laatst te verrekenen. Dreigt een verrekenbaar verlies uit 2012 te verdampen vanwege een te lage fiscale winst in 2021? Voorkom dan verliesverdamping. laat een voorziening of een fiscale reserve vrijvallen. Of verkoop bedrijfsmiddelen met stille reserves aan een gelieerde vennootschap. In plaats van een gewone verkoop kan eventueel sprake zijn van een sale/leaseback.

Let op!

Vanaf 2022 is de verliesverrekening per jaar beperkt tot € 1 miljoen vermeerderd met 50% van de winst voor zover die de € 1 miljoen overtreft.

21. Stel winst bv uit tot 2022

Is de belastbare winst van uw bv in 2021 meer dan € 245.000? Dan is het meerdere belast tegen 25% vennootschapsbelasting. Stel dan een deel van de winst uit tot 2022. In 2022 vindt namelijk een verlenging plaats van de lagere tariefschijf van 15% in de vennootschapsbelasting van € 245.000 naar € 395.000. Zo kunt u voor de uitgestelde winst een belastingvoordeel van 10% behalen.

22. Gebruik vóór 2022 ab-belastingkorting

Heeft u in 2020 en 2021 geen aanmerkelijk belang (ab) meer, maar nog wel een openstaand verlies uit ab? Zet dan dit verlies nog in 2021 om in een belastingkorting. De belastingkorting bedraagt 26,9% van het openstaande ab-verlies. Als u uw ab-verlies in 2021 omzet in een belastingkorting, mag u deze korting aftrekken van de inkomstenbelasting over de box 1-inkomens van 2021 tot en met 2028. Let wel op het jaar waarin u het desbetreffende ab-verlies heeft geleden. De belastingkorting is niet meer van toepassing als het verlies uit ab ouder is dan negen jaar.

23. Stop hypotheek vóór 2022 in box 3

Bent u in of na 2013 een lening voor de eigen woning aangegaan bij uw bv? En betaalt u daarover een lage rente? Reken dan eens uit of het fiscaal voordeliger is om de schuld in box 3 te laten vallen. U verliest dan natuurlijk de renteaftrek in box 1, maar daar staat tegenover dat u minder vermogen heeft in box 3. Als het verschil tussen het forfaitair percentage in box 3 (maximaal 5,69% in 2021) en het hypotheekrentepercentage groot genoeg is, kan de hypotheekschuld in box 3 best gunstig zijn. Aangezien een hypotheekschuld die is aangegaan in of na 2013 alleen onder strenge voorwaarden kwalificeert als een eigenwoningschuld, hoeft dat niet altijd even moeilijk te zijn. U moet zorgen dat u niet meer aan een van de voorwaarden voldoet. U kunt bijvoorbeeld met uw bv overeenkomen dat de lening aflossingsvrij wordt. Regel dit nog in 2021, dan heeft u er al in 2022 profijt van.

Let op!

Heeft u een lening van vóór 2013 of een lening waarop het regime van vóór 2013 van toepassing is? Dan is het niet mogelijk om een eigenwoningschuld te transformeren naar een box 3-schuld. Bij zulke leningen kunt u namelijk wel overeenkomen om gedurende de looptijd niet te hoeven aflossen. In dat geval valt zo’n hypotheek niet in box 3.

24. Overweeg herfinanciering lening bv

In 2023 treedt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap in werking. Als u meer dan € 500.000 schuld heeft aan uw bv, is het meerdere een fictieve winstuitdeling. Over die winstuitdeling moet u belasting betalen. Heeft u vastgoed in privé gefinancierd met een lening van de bv? En heeft u meer dan € 500.000 schuld aan de bv? Overweeg dan de schuld voor het vastgoed te herfinancieren met een lening van de bank. Gaat u de financiering dit jaar nog aan, dan profiteert u nog van de huidige lage rente.

Let op!

Een alternatief voor herfinancieren van het vastgoed is verkoop van het vastgoed aan uw bv. Bedenk daarbij wel dat dit 8% overdrachtsbelasting kost.

25. Deponeer jaarrekening op tijd

Zorg ervoor dat uw bv tijdig haar jaarrekening deponeert. Dit is vooral belangrijk als een faillissement dreigt. In deze situatie riskeert u als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor de schulden van de bv die niet door vereffening zijn te voldoen. Het deponeren van de jaarrekening bij de Kamer van Koophandel (KvK) dient uiterlijk acht dagen na vaststelling van die jaarrekening plaats te vinden. Verder moet het deponeren uiterlijk twaalf maanden na afloop van het desbetreffende boekjaar plaatsvinden. De uiterste deponeerdatum voor het boekjaar 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 is dus 31 december 2021. Bent u bang dat u het niet redt om de jaarstukken tijdig te deponeren? Dan kunt u desnoods de voorlopige jaarrekening deponeren.

Let op!

Als alle aandeelhouders ook bestuurder of commissaris zijn, heeft u minder tijd voor het deponeren van de jaarrekening. Zelfs als de maximale vijf maanden uitstel zijn verleend voor het opstellen van de jaarrekening (de normale termijn is vijf maanden), moet u de jaarrekening voor het boekjaar 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 uiterlijk deponeren op 8 november 2021. In statuten kan trouwens van deze wettelijke regeling zijn afgeweken!

Tip

Lukt het echt niet om de jaarstukken op tijd te deponeren? Dan rest u toch nog een mogelijkheid om de aansprakelijkstelling te voorkomen. Hoewel u als bestuurder wordt geacht uw taak onbehoorlijk te hebben vervuld, bent u niet aansprakelijk als u aannemelijk weet te maken dat uw onbehoorlijk bestuur geen belangrijke oorzaak is van het faillissement.

26. Stop belastingschulden in bv

Vorderingen uit hoofde van verstrekte leningen aan derden zijn bezittingen die in box 3 bij u belastbaar zijn. Maar (grote) belastingschulden zijn niet aftrekbaar in box 3. Stel dat u uw bv de vorderingen en de belastingschulden die u heeft, laat overnemen. In die situatie vindt een verrekening van de vorderingen en schulden plaats. Voor zover de schulden groter zijn dan de vorderingen, krijgt u een schuld aan uw bv. Maar deze schuld kwalificeert wel als schuld voor box 3. Zo kunt u box 3-belasting besparen. Uiteraard moet de overdracht van de vorderingen en belastingschulden dan wel plaatsvinden vóór de peildatum van 1 januari 2022. Heeft u bezittingen en schulden in box 3? Overweeg dan overname van deze bezittingen en schulden door uw bv.

Let op!

Als per saldo een vordering op uw bv ontstaat, valt deze vordering onder de terbeschikkingstellingsregeling. Het gevolg is dat u over de rente in box 1 belasting moet betalen. Bereken of dat wenselijk is. Is dit onwenselijk, draag dan slechts een deel van uw vorderingen over!

27. Voltooi vereffening in 2021

Een holding kan het verlies uit de liquidatie van een vennootschap, waarin zij een deelneming heeft, in principe aftrekken. Deze aftrek is echter beperkt tot € 5 miljoen. De aftrekbeperking blijft achterwege als op het moment vlak voor het voltooien van de vereffening van het vermogen van de ontbonden vennootschap de holding (indirect) een dusdanig belang heeft in die vennootschap, dat het de activiteiten van die vennootschap kan bepalen. Daarnaast moet de ontbonden vennootschap zijn gevestigd in Nederland, een andere lidstaat van de EU of EER of in een aangewezen staat. In principe moet de holding in de periode van vijf jaar die direct voorafgaat aan het voltooien van de vereffening onafgebroken voldoen aan die eerdergenoemde voorwaarden.

28. Pas op bij houdsterverliezen

Uit recente rechtspraak blijkt dat zogeheten houdster- en groepsfinancieringsverliezen zijn te verrekenen met winsten die niet voortvloeien uit houdster- en groepsfinancieringsactiviteiten. Dit lek wordt met tot 1 januari 2021 terugwerkende kracht gedicht. Wordt de winst van een bij oprichting gevoegde dochtermaatschappij aangemerkt als winst van een (houdster)maatschappij? En heeft die (houdster)maatschappij verliezen waar de houdsterverliesregeling nog op van toepassing is? Dan worden ook de werkzaamheden en het vermogen van die dochtermaatschappij voor toepassing van die regeling aangemerkt als de werkzaamheden en het vermogen van de (houdster)maatschappij die deze dochtermaatschappij heeft opgericht. Deze toerekening gebeurt eveneens naar rato van de kapitaalinbreng.

29. Bedrijfsopvolger moet nu in dienst

In principe vindt een fiscale afrekening plaats als u als dga de aandelen in uw bv schenkt aan uw kinderen of aan een andere bedrijfsopvolger. De waarde in het economische verkeer van de aandelen minus uw verkrijgingsprijs is dan namelijk belast. Onder voorwaarden is deze fiscale claim door te schuiven. Een van de voorwaarden is dat de verkrijger al gedurende minimaal 36 maanden vóór de schenking in dienstbetrekking was bij de bv. Deze voorwaarde vergt de nodige voorbereiding. Overweegt u de aandelen in uw bv op 1 januari 2025 te schenken aan uw kinderen of bedrijfsopvolger? Neem deze dan uiterlijk 31 december 2021 in dienst bij uw bv.

30. Trek u pas na 2021 terug uit VBI

Houdt u een aanmerkelijk belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI)? Dan berekent de fiscus daarover in principe een fictief regulier voordeel van 5,69% (percentage 2021) van de waarde in het economische verkeer die aan het begin van het jaar was toe te rekenen aan de aandelen. U mag dit forfaitaire reguliere voordeel verlagen met het bedrag dat u daadwerkelijk aan dividend heeft ontvangen. Het forfaitair regulier voordeel mag daardoor echter niet negatief worden. Vindt u het forfaitaire rendement te hoog? Vervreemd uw aandelen in de VBI om in box 3 te gaan beleggen dan na 1 januari 2022. Als u na de peildatum voor box 3 in 2022 uw belang in de VBI vervreemdt, belandt de opbrengst voor 2021 nog niet in de rendementsgrondslag. Wel moet het forfaitaire voordeel uit de VBI tijdsevenredig worden berekend. Maar die hoogte van het forfaitaire voordeel valt wel mee, aangezien het maar ziet op een korte periode.

Let op!

Brengt u uw vermogen binnen achttien maanden weer over van box 3 naar de VBI? Dan treedt een sanctie in werking. De inspecteur belast dan de (forfaitaire) inkomsten uit het desbetreffende vermogen zowel in box 2 als in box 3. Denkt u erover om vermogen over te hevelen van uw VBI naar box 3, check dan of u voldoet aan de genoemde termijn van achttien maanden.

Tip

U heeft de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren. De sanctie geldt niet als u aannemelijk maakt dat u om zakelijke redenen het vermogen binnen achttien maanden terughaalt naar box 3.

31. Verzoek vóór 2022 om ontvoeging

In 2022 wordt de lagere tariefschijf in de vennootschapsbelasting van € 245.000 verlengd naar € 395.000. Omdat de lage tariefschijf geldt per vennootschap, kan het interessant zijn om een bestaande fiscale eenheid (FE) voor de vennootschapsbelasting te verbreken. Wilt u dat deze zogeheten ontvoeging plaatsvindt op 1 januari 2022? Dan moet u het verzoek om deze ontvoeging uiterlijk op 31 december 2021 hebben ingediend.

Let op!

Controleer of de verbreking van de fiscale eenheid niet leidt tot een fiscale afrekening. Dit is aan de orde als zes jaar voor de verbreking een bedrijfsmiddel binnen de fiscale eenheid is overgedragen en waarbij bij overdracht aan een derde winst zou zijn gerealiseerd.

32. Geef verzwegen tbs uit 2018 op

Heeft u een of meer vermogensbestanddelen ter beschikking gesteld aan uw bv, maar de vergoeding daarvoor niet opgeteld bij uw box 1-inkomen? Meld dat alsnog met gebruik van de inkeerregeling. Stuurt u het verzoek om de inkeerregeling toe te passen binnen twee jaar na de aangifte waarin u het inkomen heeft verzwegen, dan krijgt u geen vergrijpboete. Als u later inkeert, zal de inspecteur de boete verminderen tot 60% van de maximale boete die hij kan opleggen als u helemaal niet inkeert. Het ontlopen van de vergrijpboete is niet mogelijk voor zover u inkomen uit aanmerkelijk belang of uit sparen en beleggen heeft verzwegen!

Tip

De uitsluiting van de inkeerregeling ten aanzien van verzwegen inkomen uit box 2 en box 3 geldt voor belastingaangiften die u vóór 1 januari 2019 had moeten indienen. Inkeren voor aangiften die ingediend zijn of hadden moeten zijn, blijft nog mogelijk, steeds binnen de periode van twee jaar.

33. Controleer verrekenprijzen

De fiscus gaat de regels voor de zakelijkheid van verrekenprijzen tussen internationale concernvennootschappen aanpassen. Deze aanpassing komt erop neer dat de inspecteur geen verlaging van de fiscale winst toestaat zonder dat daartegenover in het buitenland een verhoging van de belastinggrondslag staat. Deze aftrekbeperking vormt een inbreuk op de totaalwinstgedachte, maar de staatssecretaris meent dat deze maatregel is te rechtvaardigen omdat de fiscus zo fiscale mismatches voorkomt. Controleer daarom of de verrekenprijzen die u met buitenlandse concernvennootschappen hanteert problemen opleveren onder deze nieuwe regeling.

34. Vraag om beschikking dollaraangifte

Wilt u vanaf 2022 uw aangifte vennootschapsbelasting in dollars of een andere valuta dan de euro indienen? Vraag dan vóór 1 januari 2022 een beschikking Regeling functionele valuta aan bij de fiscus. Als de inspecteur zo’n beschikking afgeeft, bent u in beginsel voor een periode van tien jaar gebonden aan deze keuze.

35. Herstructureer hybride lichaam

Maakt u gebruik van buitenlandse samenwerkingsverbanden die in het land van vestiging fiscaal transparant zijn, maar voor de fiscale wetgeving van de staat van de participant zelfstandig belastingplichtig zijn? Dan werkt u met een zogeheten omgekeerd hybride lichaam. Vanaf de boekjaren die op of na 1 januari 2022 beginnen worden deze lichamen integraal binnenlands belastingplichtig in Nederland. Tenminste, als ze in Nederland zijn gevestigd of als het samenwerkingsverband hier is aangegaan. Als de winst rechtstreeks belast is bij een participant in een staat die dat lichaam als transparant aanmerkt, zal de wet voorzien in een aftrekmogelijkheid. Vindt u deze ontwikkeling ongewenst? Herstructureer uw onderneming dan zodat de buitenlandse lichamen niet meer (integraal) in Nederland belastzijn.

Let op!

Een hybride lichaam is vanaf 1 januari 2021 niet belastingplichtig voor de bronbelasting als u aannemelijk maakt dat geen van de achterliggende gerechtigden – eventueel via een samenwerkende groep – een kwalificerend belang heeft in het hybride lichaam.

BTW EN OVERDRACHTSBELASTING

36. Corrigeer btw auto in 4e kwartaal 2021

De btw die in 2021 aan u(w bedrijf) in rekening is gebracht op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik van de zakelijke auto, is aftrekbaar als voorbelasting. Tenminste, zolang u(w bedrijf) de auto heeft gebruikt voor belaste omzet. Heeft u de auto in 2021 mede voor privédoeleinden gebruikt? Pas dan daarvoor een correctie toe in uw laatste btw-aangifte van 2021. Wie het werkelijke privégebruik niet heeft bijgehouden, mag uitgaan van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm). Voor bepaalde auto’s, waaronder auto’s die vijf jaar in de onderneming zijn gebruikt, mag u een forfait van 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) hanteren.

Let op!

Woon-werkverkeer telt voor de btw-heffing als privégebruik.

37. Dien vóór 2022 correctiebericht voor VK in

Per 1 juli 2021 kunnen btw-ondernemers niet meer de mini One Stop-Shopregeling (MOSS) toepassen. Het is wel mogelijk dat ondernemers over de tijdvakken van 2020 de MOSS hebben toegepast vanwege transacties met een partij uit het Verenigd Koninkrijk (VK). Is een correctie van btw-aangiften over tijdvakken tot en met het 4e kwartaal van 2020 nodig? Dien dan de desbetreffende correctieberichten uiterlijk 31 december 2021 in.

38. Vraag snel te veel afgedragen btw terug

Het is verstandig om op basis van uw administratie geregeld te checken of uw btw-aangiften kloppen. Merkt u tijdens de controle van uw btw-aangiften dat u te veel btw heeft afgedragen? Corrigeer dan het bedrag aan te veel afgedragen btw via een suppletieaangifte. U kunt dit zowel over 2021 als over de vijf voorgaande jaren doen.

Tip

U hoeft de suppletieaangifte niet te gebruiken als de correctie hooguit € 1.000 bedraagt. In deze situatie mag u de correctie namelijk verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte. Hetzelfde geldt voor een correctie van hoogstens € 1.000 aan te weinig afgedragen btw.

39. Neem BUA-correctie op in slotaangifte 2021

Wellicht heeft u in 2021 btw op kosten voor relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen afgetrokken. Controleer dan of u een of meer personeelsleden hiermee voor meer dan € 227 (exclusief btw) heeft bevoordeeld. En controleer ook of u een of meer relaties voor meer dan € 227 heeft bevoordeeld. Als minstens een van beide situaties zich voordoet, moet u in de btw-aangifte over het laatste tijdvak van 2021 de afgetrokken btw corrigeren en alsnog voldoen. Dit noemt men ook wel de BUA-correctie (BUA: Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting).

Let op!

De BUA-regeling ziet niet op de fiets van de zaak. Daarnaast gelden aparte regels voor de btw-aftrek op kosten van verstrekkingen van eten en drinken aan personeel.

40. Reik vóór 28 januari 2022 90%-verklaring uit

Heeft u in 2020 een onroerende zaak gekocht en samen met de verkoper geopteerd om de levering met btw te belasten? Reik dan binnen vier weken na afloop van het boekjaar volgend op het boekjaar van levering (dus vóór 28 januari 2022) de 90%-verklaring uit aan de verkoper en de fiscus. Vermeld in deze verklaring of u de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor u voor minstens 90% recht heeft op btw-aftrek. Voldoet u in het eerste boekjaar of in het daaropvolgende boekjaar niet meer aan het 90%-criterium? Dan stelt de inspecteur dat de levering met terugwerkende kracht alsnog is vrijgesteld van btw. Voor de verkoper betekent dit dat het recht op btw-aftrek vervalt. Hij moet in dat geval dus de in vooraftrek gebrachte btw terugbetalen aan de Belastingdienst. Als u in een later jaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, dient u op de gewone manier uw btw-aftrek te herzien.

41. Maak afspraken over btw-schade bij levering pand

Verkoopt u zelf een onroerende zaak? En wil uw afnemer dat u samen met hem opteert voor een btw-belaste levering? Neem in dat geval in de koopovereenkomst duidelijke afspraken op over de eventuele btw-schade voor het geval dat de optie voor btw-belaste levering vervalt. Zo kunt u bedingen dat de koper de btw-schade aan u vergoedt als hij niet meer voldoet aan de 90%-norm.

42. Vraag vóór december 2021 om gebruik van KOR

Bedraagt uw jaaromzet niet meer dan € 20.000 (exclusief btw)? Dan kunt u kiezen voor de kleineondernemersregeling btw (KOR). Het voordeel daarvan is dat u geen btw aan afnemers in rekening hoeft te brengen. Ook hoeft u geen btw-aangiften in te dienen. De keuze voor toepassing van de KOR geldt voor een periode van drie jaar. U moet zich uiterlijk vier weken voor het begin van het tijdvak waarin u de KOR wilt toepassen, aanmelden bij de Belastingdienst. Wilt u per 1 januari 2022 de KOR toepassen? Meld u zich dan vóór 1 december 2021 aan bij de Belastingdienst.

Let op!

Door toepassing van de KOR wordt u een btw-vrijgestelde ondernemer. Dit houdt in dat u niet langer btw kunt terugvragen op uw inkopen. Doet u op korte termijn grote investeringen? Dan kan toepassing van de KOR nadelig zijn. U kunt dan de btw op de aanschaf niet meer terugvragen. Vraagt u de KOR aan in het tijdvak na investering, dan moet u mogelijk ook een groot deel van de ontvangen omzetbelasting terugbetalen.

43. Start in 2021 werkzaamheden voor werk-bv

Stel, uw holding heeft een werkmaatschappij die btw-belaste activiteiten verricht. Nu wil uw holding deze werkmaatschappij actief gaan beheren. U doet er dan goed aan als dga rechtstreeks namens uw holding de managementwerkzaamheden voor de werkmaatschappij te verrichten. Zo maakt u duidelijk dat uw bv een zogeheten moeiende holding is. Daardoor heeft zij recht op aftrek van voorbelasting voor zover de afgenomen prestaties zijn gebruikt voor btw-belaste activiteiten. Als het u niet lukt om dit huidige btw-tijdvak nog werkzaamheden te verrichten voor de werkmaatschappij, probeer dit dan te doen in het nieuwe belastingtijdvak.

Tip

Als een moeiende holding btw-belaste (management)diensten aan een vennootschap verleent, kan zij de btw op de aan- en verkoopkosten van een meerderheidsbelang in deze vennootschap pro rata aftrekken.

44. Vraag btw over 2020 terug

Wacht u al lang op een betaling van een debiteur? Realiseert u zich dan dat u als crediteur uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van een vordering recht op teruggaaf van btw verkrijgt. U mag de periodieke btw-aangifte verlagen met het bedrag van de teruggaaf. U hoeft geen afzonderlijk verzoek in te dienen bij de fiscus. Heeft u al een jaar lang een vordering op een debiteur? Vraag dan de btw terug.

Let op!

Stel dat de debiteur de oninbaar geleken vordering op een later tijdstip alsnog betaalt. In die situatie moet u de eerder in mindering gebrachte btw opnieuw op aangifte voldoen.

45. Meld u aan voor het OSS-systeem

Sinds 1 juli 2021 moet een btw-ondernemer btw afdragen in andere EU-lidstaten als de omzet van zijn afstandsverkopen en digitale diensten aan consumenten uit andere EU-lidstaten meer dan € 10.000 per jaar bedraagt. In het geval van een overschrijding van die grens kan een ondernemer via een nieuw systeem, het One-Stop-Shop-systeem (OSS-systeem), de verschuldigde buitenlandse btw aangeven. Via de OSS-aangifte verdeelt de Nederlandse Belastingdienst de btw-opbrengsten over de rechthebbende landen.

Tip

Heeft u als btw-ondernemer in andere EU-lidstaten uit afstandsverkopen en digitale diensten aan consumenten meer dan € 10.000 omzet per jaar? Meld u dan aan voor de OSS-aangifte.

46. Rapporteer kleine invoer in I-OSS

Sinds 1 juli 2021 kunt u als btw-ondernemer goederen afkomstig uit niet-EU-landen met een waarde van maximaal € 150 rapporteren in een invoer OSS-aangifte (I-OSS). Daarbij is de invoer van goederen uit niet-EU-landen vrijgesteld van btw. Deze regeling geldt trouwens ook voor Noorse btw-ondernemers en niet-EU btw-ondernemers met een vertegenwoordiger in de EU. Als u deelneemt aan de I-OSS-regeling, ontvangt u een speciaal btw-identificatienummer. Dit nummer dient u te verstrekken aan de douane voor de btw-vrijstelling van invoer. Ontvangt u als btw-ondernemer goederen afkomstig uit niet-EU-landen met een waarde van maximaal € 150? Rapporteer deze dan in een invoer OSS-aangifte.

47. Doe in 2022 aangifte overdrachtsbelasting

Hebt u vastgoed verkregen in december 2021? Doe dan in 2022 aangifte. In 2022 zal namelijk een uitbreiding plaatsvinden van de inhoud van het aangiftebericht overdrachtsbelasting (OVB). Vanaf dan moet de notaris meer gegevens via het aangiftebericht aanleveren, zoals het BSN en de vrijstelling waarop de belastingplichtige een beroep doet. Sommige gegevens die al via het aangiftebericht aan de Belastingdienst worden verstuurd, hoeft de notaris dan niet meer afzonderlijk aan de Belastingdienst door te geven. Dit geldt bijvoorbeeld voor de schriftelijke verklaring die een particuliere koper van een woning invult bij toepassing van de startersvrijstelling dan wel het verlaagde tarief. Ook de verplichting voor de notaris om het standaardformulier, waarmee een particuliere koper van een woning een schriftelijke verklaring aflegt voor de toepassing van de startersvrijstelling of het verlaagde tarief, standaard te gebruiken en op te sturen naar de Belastingdienst, komt te vervallen. Voor notarissen die onder het overgangsrecht gaan vallen, blijven de oude aangifteverplichtingen tot uiterlijk 31 maart 2022 gelden. Als u aangifte doet in 2022, zorg er dan wel voor dat u de aangifte tijdig indient. Dat wil zeggen binnen een maand na de verkrijging!

Tip

Bent u een starter, wordt u volgend jaar 35 jaar en wilt u een huis kopen van maximaal € 400.000? Doe dat dan ieder geval voordat u 35 jaar wordt. Door tijdig de woning te kopen, krijgt u recht op een vrijstelling van overdrachtsbelasting.

WERKGEVER

48. Sluit administraties op elkaar aan

Controleer aan het einde van 2021 zo snel mogelijk of de loonadministratie en de financiële administratie wel op elkaar aansluiten. Dit is bijvoorbeeld van belang als een of meer (belaste) uitbetaalde vergoedingen per abuis niet zijn verwerkt in de loonadministratie. Over deze vergoedingen zijn dan geen loonheffingen ingehouden of eindheffingen afgedragen. Bij het maken van de aansluiting tussen de loon- en de financiële administratie komen zulke afwijkingen naar voren. Vervolgens kunt u de verschuldigde loonheffingen alsnog afdragen. Dit kan onder voorwaarden in de vorm van eindheffing gebeuren.

49. Laat werknemers met lage lonen 1.248 uur werken

Werkgevers die werknemers in dienst hebben met het minimumloon of iets daarboven, hebben recht op het lage-inkomensvoordeel. Het gaat om werknemers die in 2021 tussen de € 10,48 (ondergrens) en € 13,12 verdienen. De tegemoetkoming is € 0,49 per uur per werknemer met een maximum van € 960. Uw werknemer moet minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar hebben. Als uw werknemers aan de voorwaarden voldoen, betaalt het UWV het voordeel in de loop van 2022 aan u uit. Is het nog niet helemaal zeker of bepaalde werknemers meer dan 1.248 uur verloonde uren krijgen? Plan die werknemer extra in, zodat uw bedrijf aan het minimumaantal uren komt.

50. Benut loonkostenvoordelen

Profiteer van de loonkostensubsidies voor werknemers van 56 jaar en ouder of arbeidsgehandicapte werknemers. Als u voornoemde werknemers in dienst neemt, kan u dat een loonkostensubsidie opleveren. Voor arbeidsgehandicapte werknemers die u herplaatst en voor werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbelemmerden, heeft u mogelijk eveneens recht op een loonkostensubsidie. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de categorie van werknemers waartoe uw werknemer behoort. De subsidie bedraagt echter minimaal € 1,01 per verloond uur tot maximaal € 3,05 per verloond uur. De subsidie is gemaximeerd op € 2.000 voor een werknemer uit de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbelemmerden en op € 6.000 voor de overige categorie werknemers. Om in aanmerking te komen, dient u een afschrift te vragen aan uw werknemer van de doelgroepverklaring. In beginsel moet uw werknemer binnen drie maanden na de start van de dienstbetrekking die verklaring aanvragen.

51. Geef vol kerstpakket

Dankzij de tijdelijke verhoging van de vrije ruimte voor 2021 stijgt de vrije ruimte over de € 400.000 van de fiscale loonsom naar 3%. Dit betekent dus een maximale extra vrije ruimte van € 5.200. De verruiming van de vrije ruimte is een tijdelijke coronamaatregel. Het is dus goed mogelijk dat in 2022 de vrije ruimte weer daalt naar het oude niveau. Benut dus de tijdelijke verhoging door bijvoorbeeld in 2021 een leuk kerstpakket naar uw werknemers te sturen.

Tip

Door de extra vrije ruimte in 2021 over de loonsom tot € 400.000 kan toepassing van de concernregeling ongunstig uitpakken. Check of het berekenen van de vrije ruimte per concernonderdeel gunstiger is.

52. Keer in 2021 gebruikelijke bonus uit

Heeft u aan het einde van 2021 nog vrije ruimte over? En overweegt u om een of meer werknemers een bonus te geven? Laat dan deze bonus in de vrije ruimte vallen. Daarbij geldt wel als voorwaarde dat u de bonus nog in 2021 uitbetaalt. Ook belangrijk: er moet zijn voldaan aan het gebruikelijkheidscriterium. De bonus mag dus niet meer dan 30% afwijken van wat voor vergelijkbare werknemers in dezelfde sector gebruikelijk is.

Tip

Het ministerie van Financiën keurt in ieder geval een bonus van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar goed. Het leveren van bewijs of onderbouwing is dan dus niet nodig. Bent u dga en is er genoeg vrije ruimte? Dan mag u zichzelf ook een bonus van € 2.400 toekennen.

Let op!

Wilt u een hogere bonus toepassen? Zorg dan voor bewijs dat een dergelijke bonus gebruikelijk is in uw sector.

53. Laat uw werknemer bij u kerstinkopen doen

Als uw bedrijf producten verkoopt die ook bij uw werknemers populair zijn, geef hen dan korting op de producten die zij bij u kopen. De korting is voor uw werknemers onbelast. Tenminste, als de producten niet branchevreemd zijn. De korting is bovendien alleen onbelast voor zover zij niet te hoog is. Voor zover de korting per product hoger is dan 20% van de waarde van dat product in het economische verkeer of samen met andere verleende kortingen meer bedraagt dan € 500, wordt het overschot in aanmerking genomen als belast loon. Eventueel kunt u dit overschot aanwijzen als eindheffingsloon en vervolgens ten laste brengen van uw vrije ruimte. U mag deze regeling eveneens toepassen ten aanzien van oud-werknemers van wie de dienstbetrekking is geëindigd door pensionering of arbeidsongeschiktheid.

54. Maak nu afspraken voor thuiswerken

Werknemers mogen per 1 januari 2022 aan hun werknemers een belastingvrije vergoeding voor thuiswerken verstrekken van maximaal € 2 per thuiswerkdag. Dat mag ook een vaste vergoeding zijn volgens een structureel thuiswerkpatroon. U kunt als werkgever per dag óf de thuiswerkkostenvergoeding óf de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer geven. Maak daarom met uw personeel tijdig goede afspraken over thuiswerken en de daaraan te koppelen vergoeding.

55. Richt vóór 2022 een personeelsfonds op

Wilt u uw werknemers steunen in financieel krappe tijden of bij tegenslagen door uitkeringen en verstrekkingen aan hen te doen toekomen? Dan kan het interessant zijn om nog in 2021 een personeelsfonds op te richten. Uitkeringen en verstrekkingen uit zo’n fonds zijn namelijk onder voorwaarden onbelast. Een belangrijke voorwaarde is dat tussen het moment van oprichting en het jaar waarin de uitkeringen worden gedaan (met een maximumperiode van vijf jaar), de bijdrage van de werkgever niet hoger is dan de totale bijdrage van de gezamenlijke werknemers. De bijdragen van de werknemers moet u inhouden op hun nettoloon.

Tip

Als u nog in 2021 een personeelsfonds opricht en de werknemersbijdrage bijvoorbeeld inhoudt op de dertiende maand of eindejaarsuitkering van uw werknemers, kunt u zelf ook nog een bijdrage doen. Dan kunt u uw werknemers in 2021 al ondersteunen.

56. Houd personeelsfeestje 2022 op de zaak

Wilt u een personeelsfeest organiseren begin 2022? Organiseer deze dan op de werkplek. Een begin 2022 gepland personeelsfeestje kan onder de werkkostenregeling onbelast blijven als u de borrel op de werkplek organiseert. Deze faciliteit betreft zowel de drankjes en hapjes (geen zakelijke maaltijden) die de werknemers consumeren, als de kosten van bijvoorbeeld entertainment. Zou u toch kiezen voor een externe locatie, dan zijn het personeelsfeestje én de consumpties als eindheffingsloon belast. En wel tegen de factuurwaarde. Natuurlijk kunt u hiervoor de vrije ruimte gebruiken. Maar dan legt u al vroeg in 2022 beslag op deze ruimte.

Tip

De verstrekte consumpties op de werkplek zijn eveneens onbelast voor werknemers van andere vestigingen, locaties of kantoren én voor werknemers van andere werkgevers met wie u de concernregeling toepast.

57. Pas op met de concernregeling in 2021

Als uw bedrijf een concern vormt met minstens twee concernonderdelen, kan het handig zijn om de concernregeling toe te passen. In dat geval hoeft u de vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers van meer dan één concernonderdeel niet langer te splitsen. U kunt de concernregeling toepassen bij een aandelenbelang van minimaal 95%. Als twee of meer stichtingen gedurende het gehele kalenderjaar in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zo met elkaar zijn verweven dat zij een eenheid vormen, is eveneens sprake van een concern. In 2021 heeft u voor de eerste € 400.000 fiscale loonsom een vrije ruimte van 3% en daarboven 1,18%. Bij toepassing van de concernregeling kunt u slechts één keer gebruikmaken van de vrije ruimte van 3%. Zonder toepassing van de concernregeling heeft u voor elke vennootschap over de eerste € 400.000 fiscale loonsom 3% vrije ruimte. Beoordeel daarom of toepassing van de concernregeling voordelig is voor u.

Tip

Heeft u de concernregeling in 2021 toegepast, maar is dat achteraf gezien nadelig? Dan kunt u uiterlijk bij de aangifte over het tweede tijdvak van 2022 kiezen om de concernregeling in 2021 niet toe te passen.

58. Check of de sectorindeling voor 2022 klopt

Eind 2021 krijgt u van de Belastingdienst een beschikking met de sectorindeling én de premies voor de werkhervattingskas voor 2022. Daarnaast is deze sectorindeling van belang voor het recht op de tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en Tegemoetkoming voor ondernemers in de getroffen sectoren (TOGS). Ga na of de sectorindeling klopt met de activiteiten van uw bedrijf. Als u namelijk in de verkeerde sector wordt ingedeeld, kan dit grote financiële gevolgen hebben.

59. Voltooi afsluiting loonadministratie 2021

Het einde van het jaar nadert, zodat het bijna tijd is om de loonadministratie over 2021 af te sluiten. Pak dat voortvarend aan. In ieder geval moet de afsluiting plaatsvinden vóórdat u de loonaangifte over het laatste tijdvak van 2021 moet indienen. Controleer bij de afsluiting of u van iedere werknemer een kopie heeft van het identificatiebewijs. Zorg ook ervoor dat u alle rekeningen van verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan werknemers en declaraties van aan werknemers vergoede kosten op orde heeft.

60. Check vóór 2022 administratie van uitzendkrachten

Maakt u binnen uw bedrijf gebruik van uitzendkrachten, gedetacheerden of andere medewerkers die niet bij uw onderneming in dienst zijn? Controleer dan vóór het einde van 2021 of uw administratie met betrekking tot deze medewerkers op orde is. U moet bijvoorbeeld van al deze medewerkers de identiteit hebben gecontroleerd. Omdat u uitzendkrachten niet mag vragen om een kopie van een identiteitsbewijs, is het raadzaam bij de controle het soort identiteitsbewijs, het nummer en de geldigheidsduur te noteren Bovendien moet u bijhouden hoeveel loon en vakantiebijslag zij hebben ontvangen én hoeveel uren zij hebben gewerkt.

Let op!

Daarnaast moet u de registratie van het uitzendbureau checken. Voldoet u niet aan deze verplichting? Dan kan de Inspectie SZW u bij een eventuele controle een boete opleggen van € 8.000 tot maximaal € 32.000 per werknemer (afhankelijk van het aantal ter beschikking gestelde arbeidskrachten). Deze boetes kunnen bij recidive zelfs twee- of driemaal zo hoog uitpakken!

61. Wacht met toekenning aandelenopties

Overweegt u aandelenoptierechten aan uw werknemer toe te kennen? Doe dit dan na 1 januari 2022. Als u uw werknemers in 2021 aandelenoptierechten toekent, zijn deze belast op het moment dat ze worden omgezet in aandelen. Als de werknemer de aandelen nog niet kan verkopen, is niet altijd het geld beschikbaar om de belasting te voldoen. Daarom wordt het vanaf 2022 mogelijk om pas met de Belastingdienst af te rekenen op het moment dat de aandelen verhandelbaar zijn. Dan kan de werknemer een deel verkopen om de belasting te voldoen. Verkrijgt de werknemer tussen het moment van uitoefening en het moment van verhandelbaarheid een voordeel uit de aandelenoptierechten? En hebben de aandelenoptierechten in die periode de loonsfeer nog niet verlaten? Ook dan is dat voordeel loon.

Tip

De werknemer mag kiezen uit de twee afrekenmomenten. Het blijft daardoor mogelijk om aan te sluiten bij het moment van uitoefening.

62. Zeg tijdelijk contract op vóór 1 december 2021

Zijn er in uw bedrijf tijdelijke arbeidsovereenkomsten die aflopen op 31 december 2021? Laat dan vóór 1 december 2021 aan de werknemer schriftelijk weten of u de tijdelijke arbeidsovereenkomst verlengt of niet. Deze zogeheten aanzegverplichting van een maand geldt voor tijdelijke contracten van minimaal zes maanden. Als u niet (tijdig) aanzegt, kan de werknemer een schadevergoeding eisen van maximaal een bruto maandsalaris.

Tip

Door de aanzegging per e-mail met ontvangstbevestiging te versturen, kunt u bewijzen dat u de aanzegging tijdig heeft gedaan. Andere bewijsmiddelen zijn echter ook toegestaan, zoals een aangetekende brief.

63. Vorm voorziening voor transitievergoeding

Tegenwoordig heeft een werknemer bij ontslag meestal recht op een transitievergoeding. Die transitievergoeding bedraagt 1/3e maandsalaris per gewerkt jaar. De vergoeding is maximaal € 84.000. Als het maandsalaris van uw werknemer hoger is dan € 84.000 is de transitievergoeding voor uw werknemer gemaximeerd op het bruto maandsalaris. Vorming van een voorziening voor een transitievergoeding is onder voorwaarden mogelijk. De uitgaven vinden hun oorsprong in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in de periode voor de balansdatum. De uitgaven moeten ook zijn toe te rekenen aan de periode voor balansdatum. Belangrijk is ook dat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de uitgave zal worden gedaan. Om een voorziening te vormen zal met name moeten worden aangetoond dat er een redelijke mate van zekerheid is dat in de toekomst een transitievergoeding verschuldigd zal worden. Denk in dit kader aan een reorganisatie of een herstructurering. Bent u met een werknemer in gesprek wegens zijn slechte functioneren? Vorm dan een voorziening als een ontslag onvermijdelijk is. Vormt u een voorziening voor een toekomstige transitievergoeding? Leg uw onderbouwing daarvan goed vast.

64. Bereid u voor op opdrachtgeversverklaring

De invoering van de Wet DBA gaat niet door. In plaats daarvan komt een systeem met een opdrachtgeversverklaring. Het is de bedoeling dat opdrachtgevers via een webmodule deze opdrachtgeversverklaring kunnen aanvragen. Met deze verklaring kunnen opdrachtgevers zich vrijwaren van de afdracht van loonheffingen (geen dienstbetrekking). Deze vrijwaring geldt alleen voor zover de vragen in de webmodule naar waarheid zijn ingevuld! De manier waarop de arbeid in de praktijk plaatsvindt, moet dan ook aansluiten met wat in de opdrachtgeversverklaring staat vermeld. Zorg er dus voor dat u daarin tijdig een goed inzicht heeft. Opdrachtgevers worden overigens niet verplicht de webmodule te gebruiken. De webmodule is namelijk bedoeld als hulpmiddel voor opdrachtgevers die twijfelen aan de kwalificatie van een arbeidsrelatie.

Let op!

Momenteel geldt een handhavingsmoratorium: de Belastingdienst zal geen naheffingen opleggen, tenzij sprake is van opzettelijke kwaadwillendheid. Dit moratorium gold in ieder geval tot 1 oktober 2021. De staatssecretaris van Financiën heeft laten doorschemeren dat dit moratorium voorlopig nog wel even zal blijven bestaan.

65. Pas vóór 14 december 2021 uw aangiftetijdvak aan

Wellicht wilt u in 2022 een ander aangiftetijdvak gebruiken voor de loonheffingen. Bijvoorbeeld omdat u het loon voortaan om de vier weken gaat uitbetalen. Wijzig dan het loonaangiftetijdvak. Dan moet u de Belastingdienst een ingevuld formulier ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen’ opsturen. Hierin verzoekt u om een wijziging van het aangiftetijdvak. Dit formulier moet uiterlijk 14 december 2021 binnen zijn bij de Belastingdienst. Als de inspecteur het formulier later ontvangt, kunt u pas in 2023 een ander aangiftetijdvak gebruiken.

66. Verleg vóór 1 januari 2022 inhoudingsplicht binnen concern

Heeft uw concern een of meer buitenlandse concernonderdelen? Dan kan het Nederlandse concernonderdeel de buitenlandse concernonderdelen veel administratieve rompslomp uit handen nemen als het akkoord gaat met verlegging van de inhoudingsplicht naar een Nederlands concernonderdeel. Dien daarvoor gezamenlijk vóór 1 januari 2022 een verzoek in bij de Belastingdienst.

67. Zorg vlug voor een A1-verklaring

Heeft u werknemers in dienst die in Nederland werken maar wonen in het buitenland? Dan is het de vraag in welk land deze werknemers zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen en of u voor hen sociale premies moet inhouden en afdragen. Bij de sociale zekerheidsinstantie van het woonland (in de meeste gevallen Duitsland of België) kunt u hierover zekerheid krijgen door een beschikking aan te vragen die aangeeft welk wettelijk stelsel van sociale zekerheid van toepassing is. Deze beschikking staat bekend als de A1-verklaring. Meestal geldt een A1-verklaring voor 12 maanden. Daarom moet u jaarlijks een nieuwe beschikking aanvragen. Het einde van het jaar is een geschikt moment om te inventariseren wanneer de lopende verklaringen aflopen. Maak hiervan een overzicht. Mochten er een of meer verklaringen per 31 december 2021 aflopen, vraag dan nog in 2021 een nieuwe beschikking aan als u ook in 2022 zekerheid wilt hebben over de vraag of de betreffende werknemers wel of niet in Nederland zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen.

68. Verleng werkvergunningen vóór 2022

Als sommigen van uw werknemers een EU- of EER-nationaliteit hebben, moet u voor deze werknemers beschikken over een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Deze vergunningen worden voor een bepaalde periode afgegeven en lopen meestal per het eind van een kalenderjaar af. Daarom is het raadzaam om zo snel mogelijk te checken of een of meer werkvergunningen per 31 december 2021 aflopen. Als dit inderdaad het geval is, vraag dan direct een verlenging aan, mits dit gewenst is.

Tip

Voor Zwitserse werknemers heeft u, net zomin als voor EU-werknemers, geen tewerkstellingsvergunning nodig.

69. Wijs het loon aan dat onder de 30%-regeling valt

Als u een werknemer vanuit het buitenland heeft aangeworven, kunt u onder voorwaarden de 30%-regeling op zijn loon toepassen. Volgens die regeling is voor 30% van het brutosalaris van de werknemer sprake van een onbelaste kostenvergoeding. Maar dan mag die werknemer niet op minder dan 150 kilometer van de Nederlandse grens hebben gewoond. Daarnaast moet die werknemer over een specifieke deskundigheid beschikken die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is. De vraag of iemand een specifieke deskundigheid heeft, beoordeelt de fiscus aan de hand van zijn loon. Voor werknemers zonder universitaire mastergraad of werknemers met universitaire mastergraad en ouder dan 30 jaar geldt in 2021 een minimumloon van € 38.961. Voor werknemers die wel een universitaire mastergraad hebben maar jonger zijn dan 30 jaar geldt een minimumloon van € 29.616. Voor zover het loon van uw buitenlandse werknemer lager is dan € 38.961, respectievelijk € 29.616, kunt u dit nog contractueel verhogen. Op die manier zorgt u ervoor dat u voor de werknemer de 30%-regeling kunt toepassen. Deze regeling is maximaal vijf jaar na indiensttreding geldig. Heeft u het loon van uw aangeworven buitenlandse werknemers nog niet aangewezen? Doe dit dan voor 1 januari 2022.

Let op!

De 30%-regeling is alleen van toepassing na akkoord (beschikking) van de Belastingdienst. U moet de inspecteur dus verzoeken om de 30%-regeling te mogen toepassen. Dit jaar is in de rechtspraak bevestigd dat uw werknemer zonder beschikking niet zelf de 30%-regeling in zijn aangifte IB/PVV mag toepassen als u niet 30% van zijn loon aanwijst als eindheffingsloon.

AUTO

70. Schaf in 2021 een nieuwe elektrische auto van de zaak aan

Als een auto van de zaak zo langzamerhand aan vervanging toe is en u overweegt om te investeren in een nieuwe elektrische auto, doe dit dan nog dit jaar. Op de bijtelling voor het privégebruik van een in 2021 voor het eerst toegelaten elektrische auto van de zaak mag u namelijk een korting van 10% toepassen. Deze korting is gemaximeerd op € 4.000, tenzij het gaat om waterstofauto’s. Voor een in 2022 voor het eerst toegelaten elektrische auto daalt de korting naar 6%, met een maximum van € 2.100. Als u nog dit jaar een elektrische auto koopt waarbij u de eerste weggebruiker bent, mag u gedurende zestig maanden na de eerste toelating op de weg de korting van 2021 toepassen.

Tip

Als u wilt investeren in een lichte elektrische bestelauto, moet u weten dat een investering in zo’n auto recht geeft op toepassing van de milieu-investeringsaftrek (MIA) voor categorie I. Overigens komt een lichte elektrische bestelauto voor niet meer dan € 75.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor de MIA. Het percentage van categorie I voor de MIA stijgt in 2022 van 36% naar 45%. Door deze ontwikkeling kan het zijn dat een investering in een lichte elektrische bestelauto juist beter even kan wachten tot in 2022.

71. Schaf in 2021 een nieuwe waterstofauto van de zaak aan

Heeft u het voornemen om een waterstofauto aan te schaffen? Doe dat dan nog dit jaar. Voor auto’s zonder CO2-uitstoot die op waterstof rijden, geldt in 2021 een bijtelling van 12%. Die bijtelling van 12% mag u gedurende maximaal 60 maanden na aanschaf blijven toepassen. Dit maakt een aanschaf vóór 2022 voordelig, want de bijtelling voor emissieloze auto’s wordt in dat jaar 16%. Bovendien heeft u voor een waterstofauto als ondernemer recht op MIA. De MIA is een extra aftrekpost op de winst van 36% van de aanschafwaarde tot maximaal € 75.000 van het investeringsbedrag. Overigens stijgt de MIA in 2022 naar 45%, dus als de terbeschikkingstelling niet zo lang duurt kan het voordeliger zijn de auto toch in 2022 aan te schaffen. Bij investering in een waterstofauto kunt u ook nog eens maximaal 75% van het investeringsbedrag willekeurig afschrijven en een liquiditeitsvoordeel behalen. Om recht te hebben op de MIA en de willekeurige afschrijving moet u de investering in de waterstofauto binnen drie maanden na het aangaan van de koopovereenkomst aanmelden bij de RVO.

72. Check gebruik van bedrijfsauto in 2022

Voor het ter beschikking stellen van een auto van de zaak aan een werknemer, moet u in beginsel een bijtelling toepassen. Deze bijtelling op het loon geeft het voordeel van het privégebruik van de auto weer. Maar onder voorwaarden kan die bijtelling achterwege blijven. Bijvoorbeeld als de werknemer aan u een kopie overlegt van de ‘Verklaring geen privégebruik auto’. In zo’n document verklaart de werknemer hooguit 500 privékilometers te rijden met de auto van de zaak. Informeer vóór de jaarwisseling bij uw werknemer of de situatie per 1 januari 2022 hetzelfde blijft. Als uw werknemer in 2022 meer dan 500 privékilometers rijdt met de auto, moet u immers de bijtelling voor privégebruik gaan toepassen.

Let op!

De bijtelling geldt per kalenderjaar. Maak uw werknemer hierop attent. Zo voorkomt u dat de 500-kilometergrens net voor het einde van het jaar wordt overschreden. Rijdt uw werknemer bijvoorbeeld alleen in de maand december privé met de bedrijfsauto en gaat het om meer dan 500 kilometer? Dan moet u toch het voordeel van het privégebruik voor het gehele jaar in aanmerking nemen.

73. Houd in autobranche autogebruik bij

Als u actief bent in de autobranche, is de kans aanzienlijk dat (velen onder) uw werknemers niet het hele jaar in dezelfde auto van de zaak rijden. Houd in dat geval goed bij welke werknemers in welke auto’s rijden. Zeker met het einde van het jaar in zicht is het verstandig om na te gaan of u de registratie van de auto’s en de werknemers op orde heeft. In paragraaf 4 van de Handreiking privégebruik auto vindt u praktische tips voor de autobranche.

74. Laat werknemer zijn boeten betalen

Mogelijk begaat een werknemer tijdens zijn gebruik van de auto van de zaak verkeersovertredingen. Soms moet het bedrijf dan in eerste instantie de boeten betalen. Heeft uw bedrijf daar eveneens mee te maken, verhaal dan nog dit jaar deze boeten op de werknemer. Anders kan de Belastingdienst het bedrag van de boeten tot het loon van de werknemer rekenen. Uw bedrijf riskeert dan bovendien een naheffingsaanslag loonheffingen.

75. Zeg vóór 2022 leasecontract auto werknemer op

Gaat u ervan uit dat een werknemer die nu nog rijdt in een geleasede auto van de zaak begin volgend jaar zijn ontslag neemt? Laat dan de schadevergoeding die de leasemaatschappij in rekening brengt voor het voortijdig beëindigen van het leasecontract voor rekening komen van deze werknemer. Dit gaat het beste als u het leasecontract opzegt vóór 1 januari 2022 en zelf de schadevergoeding betaalt aan de leasemaatschappij. Daarna vordert u het bedrag van de afkoopboete van uw werknemer. Op die manier kan uw werknemer de doorbetaling van het boetebedrag weer als eigen bijdrage aftrekken van zijn bijtelling vanwege het privégebruik van de leaseauto van de zaak.

76. Bereken alvast de BPM

Voor 2022 maakt de wetgever voor de BPM het volgende duidelijk. U bent BPM verschuldigd op het moment dat u een motorrijtuig laat inschrijven in het kentekenregister. Het voertuig moet dan geschikt zijn voor het gebruikmaken van de weg. Bij parallelimport van bijvoorbeeld een schadeauto is de hoogte van de BPM afhankelijk van het afschrijvingspercentage. Dat percentage mag zijn gebaseerd op een taxatierapport dat is opgemaakt op het moment dat het motorrijtuig op de weg mag. Als u aangifte doet voordat u met de auto op de weg mag rijden, dient u de afschrijving te baseren op de wettelijke leeftijdstabel of een in de handel algemeen toegepaste koerslijst.

Tip: Blijkt achteraf dat u met die auto toch geen gebruik zult maken van de weg (bijvoorbeeld omdat het motorrijtuig onherstelbaar is), dan geeft de Belastingdienst u de betaalde BPM terug.

77. Stel auto vóor 1 maart 2022 op naam

De regering zal met een apart wijzigingsvoorstel een overgangsregeling bij een tariefswijziging in de BPM komen. Vanaf 1 januari 2022 wordt voor de BPM het belastbaar feit vervroegd naar de inschrijving in het kentekenregister. Dit jaar is dat nog het moment van de registratie. Bij een tariefswijziging moet men alle nieuwe motorrijtuigen die nog niet op naam zijn gesteld, binnen twee maanden alsnog op naam stellen. Gebeurt dit niet? Dan is het nieuwe tarief van toepassing in plaats van het oude tarief dat gold op het moment van inschrijving. Wilt u dus nieuwe motorrijtuigen aanschaffen, laat deze dan vóór 1 maart 2022 inschrijven in het kentekenregister.

78. Schaf gewone auto in 2021 aan

Als u weleens een auto aanschaft en daarbij BPM betaalt, is de volgende ontwikkeling van belang. Het demissionaire kabinet merkt op dat de opbrengst van de BPM afneemt doordat auto’s steeds minder CO2 uitstoten. De hoogte van de BPM is immers gebaseerd op deze CO2-uitstoot. Om het verlies aan BPM tegen te gaan, vindt vanaf 2022 een aanpassing van de schijfgrenzen plaats. De schijfgrenzen voor personenauto’s dalen gedurende de periode tot en met 2025 elk jaar met 2,3%, terwijl de schijftarieven met 2,35% stijgen. Dit geldt ook voor dieselvoertuigen. Vanaf 2023 en verder worden de tarieven eerst geïndexeerd en vervolgens vindt een verhoging plaats van 2,35%. Schaf een gewone auto daarom nog in 2021 in 2021 aan.

ESTATE PLANNING/PRIVÉ

79. Vraag snel om teruggaaf over 2016

Had u over 2016 nog recht op een teruggaaf inkomstenbelasting, maar bent u vergeten deze teruggaaf aan te vragen? In dat geval hebt u tot 1 januari 2022 de tijd om de teruggaaf alsnog aan te vragen. De Belastingdienst betaalt u het belastingbedrag alleen terug als dit de teruggaafdrempel overschrijdt. In 2016 bedroeg deze € 14, in plaats van de € 15 die voor 2021 geldt.

80. Let op wijzigingen in IACK

Als u een arbeidsinkomen hebt van meer dan € 5.153 (bedrag 2021), geen partner hebt of een partner met een hoger arbeidsinkomen dan u, hebt u onder voorwaarden recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Een andere belangrijke voorwaarde voor de IACK is dat op uw woonadres een kind staat ingeschreven, dat aan het begin van het jaar de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt. De IACK bedraagt voor 2021 11,45% van het verschil tussen uw arbeidsinkomen en € 5.153. De IACK kent echter een maximum van € 2.815 (bedrag 2021). Onder de huidige wetgeving kan het zijn dat u samenleeft met iemand die niet uw fiscale partner is omdat hij een niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is. Zelfs als deze persoon een lager arbeidsinkomen heeft dan u, kunt u recht hebben op de IACK. De overheid vindt dat ongewenst en repareert dit ‘lek”. Per 1 januari 2022 kan een niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtige uitsluitend voor de toepassing van de IACK toch als een fiscale partner tellen. Daardoor vervalt uw recht op de IACK als deze partner een arbeidsinkomen heeft dat lager is dan of gelijk is aan uw arbeidsinkomen.

81. Wisselende inkomsten? Vraag tijdig teruggaaf door middeling aan

Genoot u in drie achtereenvolgende, nog vrij recente jaren wisselende box 1-inkomsten, dan heeft u misschien recht op een teruggaaf vanwege middeling. Om te beginnen moet u dan meer belasting hebben betaald dan wanneer u in die drie jaar gelijkmatige inkomsten had genoten. Bij middeling vindt voor drie achtereenvolgende jaren een herrekening van de belasting plaats op basis van het gemiddelde inkomen. Is die belasting meer dan € 545 lager dan de betaalde belasting, dan krijgt u het meerdere terug. Om de middelingsteruggaaf te krijgen, moet u een verzoek indienen bij de Belastingdienst. U kunt het verzoek indienen tot 36 maanden na het moment waarop de laatste aanslag van die drie jaar onherroepelijk vaststaat. Heeft u nog recht op teruggaaf over 2013 tot en met 2015 en heeft de aanslag 2015 een dagtekening van 20 november 2018, dan staat deze per 1 januari 2019 onherroepelijk vast. Een aanslag is onherroepelijk als de termijn van 6 weken voor bezwaar, beroep, hoger beroep of cassatie is verstreken. U heeft dan nog tot en met 2021 de tijd om die teruggaaf aan te vragen. Vraag de teruggaaf daarom voor 1 januari 2022 aan. Op internet zijn diverse tools beschikbaar om de middelingsteruggaaf te bepalen.

82. Vraag om een voorlopige aanslag IB

De Belastingdienst brengt rente in rekening op een aanslag inkomstenbelasting 2020 die wordt opgelegd na 1 juli 2021. Deze rente is tegenwoordig 4% per jaar. In vergelijking met de rente die de bank u vergoedt, is deze rente hoog. U kunt belastingrente beperken door zo snel mogelijk een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020 aan te vragen. Verwacht u dat u voor 2020 nog moet bijbetalen, dan is het zinvol zo snel mogelijk een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020 te vragen aan de Belastingdienst.

Tip

Als u een belastingaanslag 2020 niet of te laat tijd betaalt, brengt de Belastingdienst ook nog invorderingsrente in rekening. Die rente komt bovenop de belastingrente. Dien een verzoek om een voorlopige aanslag dus zo spoedig mogelijk in, maar vraag indien nodig ook om een betalingsregeling. Overigens bedraagt de invorderingsrente tot en met 31 december 2021 slechts 0,01% per jaar, vanwege de gevolgen van het coronavirus. Daarna gaat de invorderingsrente weer stijgen.

83. Maak tot 1 januari 2022 gebruik van de extra € 1.000 schenkvrijstelling

Door nog vóór 1 januari 2022 een schenking aan uw (klein)kinderen te doen, kunnen zij de jaarlijkse vrijstelling van € 6.604 (kinderen) of € 3.244 (kleinkinderen, algemene vrijstelling) benutten. Voor 2021 zijn deze vrijstellingen verhoogd met een extra bedrag van € 1.000, maar de overheid zal deze verhoging per 1 januari 2022 terugdraaien. Doe daarom dit jaar nog een schenking ter grootte van de vrijstelling.

84. Schenk dit jaar voor een eigen woning

Hebt u kinderen tussen de 18 en 40 jaar? Dan kunnen zij eenmalig de vrijstelling voor schenkingen van ouders verhogen naar € 26.881. De dag van de 40e verjaardag valt overigens nog binnen de leeftijdsgrens. Betreft het een schenking aan kinderen voor een studie, dan is de eenmalige vrijstelling € 55.996. Bij een schenking voor een eigen woning stijgt de eenmalige vrijstelling zelfs naar € 105.302 (bedrag 2021). De vrijstelling van € 105.302 geldt overigens voor iedereen die tussen de 18 en 40 jaar oud is en het geld voor zijn eigen woning gebruikt.

Let op!

Uw kind moet kiezen welke verhoogde schenkvrijstelling hij wil gebruiken, die van € 26.881, € 55.996 of € 105.302. Bij keuze voor een bepaalde vrijstelling kan hij niet meer kiezen voor een andere verhoogde vrijstelling.

Tip

U hoeft het gehele bedrag van € 105.302 niet in één jaar te schenken. Het onbenutte deel kunt u gespreid schenken over een periode van maximaal twee jaar die direct volgt op het eerstgenoemde kalenderjaar. Let op dat de toepassing van de verhoogde vrijstelling wordt beïnvloed als eventueel in een voorgaand jaar al een eenmalig verhoogde schenking plaatsvond.

Let op!

Ook bij gespreid schenken mag de begunstigde de leeftijdsgrens van 40 jaar niet overschrijden. Heeft degene aan wie u wilt schenken de leeftijd van 40 jaar al bereikt, maar is zijn partner wel jonger? Dan is de eenmalige vrijstelling toch toe te passen.

85. Laat kind onderhoud aan woning dit jaar afronden

Heeft uw kind van u in 2019 een schenking ontvangen om daarmee zijn eigen woning te verbeteren of te onderhouden? Waarschijnlijk heeft uw kind toen de verhoogde schenkingsvrijstelling van op dat moment € 102.010 toegepast op de schenking. Een voorwaarde voor deze vrijstelling was dat de schenking plaatsvond onder de ontbindende voorwaarde dat het geschonken bedrag binnen twee jaar na het kalenderjaar van schenking moet zijn besteed aan de verbetering of het onderhoud. Wijs uw kind dus erop dat de werkzaamheden vóór 2022 moeten zijn afgerond, anders vervalt de vrijstelling!

86. Vul verhoogde vrijstelling aan

Is vóór 2010 de eenmalig verhoogde vrijstelling voor een kind tussen de 18 en 35 jaar benut, maar daarna niet meer? Dan is in 2021 de verhoogde vrijstelling bij schenkingen aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar voor de eigen woning toe te passen. Feitelijk gaat het hier om een aanvulling op de eerder genoten toegepaste verhoogde vrijstelling. Maak gebruik van de aanvullende vrijstelling van € 29.115 in 2021 als vóór 2010 de eenmalig verhoogde vrijstelling voor een kind tussen de 18 en 35 jaar is benut en daarna niet meer.

Tip

Het begunstigde kind of zijn partner moet op het moment van de schenking voor de eigen woning tussen de 18 en 40 jaar oud zijn.

87. Dien vóór 1 maart 2022 aangifte schenkbelasting in

Heeft u in 2021 minstens één schenking ontvangen, waarover u schenkbelasting moet betalen? Dan moet u uw aangifte schenkbelasting indienen vóór 1 maart 2022. U bent dan in ieder geval op tijd. Als u de eenmalige (bijzondere) verhoogde vrijstelling voor schenkbelasting wilt gebruiken zodat u per saldo niets betaalt, dient u eveneens tijdig uw aangifte in te dienen. Want in deze aangifte moet u verzoeken om toepassing van de eenmalige (bijzondere) verhoogde vrijstelling. Als u later dan vier maanden na afloop van het kalenderjaar van schenking de aangifte schenkbelasting indient, gaat de aanslagtermijn pas de dag na de aangifte in. U moet in zo’n geval langer wachten voordat u zekerheid heeft.

Tip

U kunt de aangifte schenkbelasting zoeken en vinden op de website van de Belastingdienst. Of doe online aangifte schenkbelasting via ‘Mijn Belastingdienst’.

88. Betaal uw alimentatie vóór de jaarwisseling

Een alimentatiebetaling aan uw ex-echtgenoot behoort tot de persoonsgebonden aftrek. In 2021 kunt u de alimentatie in aftrek brengen tegen maximaal 43%. In 2022 is de alimentatie nog maar aftrekbaar tegen hooguit 40%. Zorg er dus voor dat de alimentatie in 2021 valt. Dit betekent dat u uiterlijk op 31 december 2021 het alimentatiebedrag moet hebben overgemaakt.

Let op!

Een alimentatieverplichting is geen schuld die uw box 3-vermogen verlaagt.

89. Koop alimentatieverplichting nog in 2021 af

Het feit dat de partneralimentatie in 2022 aftrekbaar tegen maximaal 40% maakt het fiscaal aantrekkelijk om de alimentatieverplichting nog dit jaar af te kopen. Ook de afkoopsom is namelijk aftrekbaar.

90. Bundel giften zoveel mogelijk

Giften aan goede doelen kunnen aftrekbaar zijn van de belasting. Het goede doel moet dan een zogeheten algemeen nut beogende instelling (ANBI) zijn. Gewone giften zijn echter niet volledig aftrekbaar. Voor aftrek van giften geldt als voorwaarde onder meer dat de giften zijn betaald. Er is een bedrag dat niet aftrekbaar is, een drempel. In 2021 is deze drempel € 60 of, als dat meer is, 1% van het gezamenlijke (drempel)inkomen. Als u alle giften in één jaar betaalt, heeft u slechts één keer te maken met een niet aftrekbaar bedrag. Het kan daarom verstandig zijn om giften zoveel mogelijk in één keer te betalen.

Let op!

Gewone giften hebben naast een drempelbedrag ook te maken met een maximaal aftrekbaar bedrag. Maximaal is als gift 10% van het gezamenlijke drempelinkomen aftrekbaar. Denk hieraan als u giften zoveel mogelijk in één jaar wilt betalen.

91. Doneer in 2021 aan culturele instelling

Als u dit jaar nog een schenking wilt doen aan een goed doel, overweeg dan eens een donatie aan een culturele algemeen nut beogende instelling (culturele ANBI). Dat is fiscaal voordeliger dan een donatie aan een gewone ANBI. Een gift aan een culturele instelling levert u voor de inkomstenbelasting een aftrekpost op van 125% van het geschonken bedrag, in plaats van 100%. Maar de extra aftrek van 25% is gemaximeerd op € 1.250. Verder geldt evenals bij gewone giften een drempel van 1% van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek, maar minimaal € 60. De maximale aftrek bedraagt 10% van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek. Daarnaast is van belang dat in 2022 het maximale effectieve percentage waartegen u de giften kunt aftrekken, daalt van 43% naar 40%!

Tip!

Als u een eigen bv heeft, kunt u via uw bv ook schenken aan een culturele instelling. Dat levert in de vennootschapsbelasting een extra aftrek op van 50% van het bedrag dat uw bv heeft geschonken aan culturele instellingen. Deze extra aftrek bedraagt maximaal € 2.500.

92. Maak van uw gewone giften periodieke giften

Uw jaarlijkse giften aan een ANBI zijn alleen aftrekbaar als ze boven een drempel uitkomen. Voor 2021 is die drempel minstens € 60 of, als dat hoger is, 1% van uw verzamelinkomen. Heeft u een fiscale partner, dan geldt 1% van het gezamenlijke verzamelinkomen. De aftrek van giften is bovendien gemaximeerd op 10% van het (gezamenlijke) verzamelinkomen. Zijn uw giften aan goede doelen niet volledig aftrekbaar? Overweeg dan om giften om te zetten in periodieke giften. Hierbij legt u schriftelijk vast dat u gedurende vijf jaar een bepaald bedrag schenkt, tenzij u eerder komt te overlijden. U hoeft voor periodieke giften niet meer naar de notaris. Periodieke giften zijn volledig aftrekbaar. Als u dit jaar uw gift nog omzet in een periodieke gift, profiteert u dit jaar nog van volledige aftrek.

Let op!

Wanneer de periodieke gift afhankelijk is van de langstlevende van twee schenkers moet het overlijdensrisico minimaal 1% zijn. Meestal wordt hier niet aan voldaan bij een periodieke schenking op twee levens gedurende vijf jaar. Maak daarom de schenking afhankelijk van het leven van één schenker.

93. Voeg zorgkosten zoveel mogelijk samen

Sommige kosten voor zorg, zoals kosten van een tandarts, fysiotherapeut of specialist, zijn aftrekbaar van de belasting. Maar de kosten die onder het verplichte eigen risico vallen, zijn niet aftrekbaar. Überhaupt zijn de zorgkosten alleen aftrekbaar voor zover deze boven de drempel uitkomen. Moet u dit jaar een gehoorapparaat en verwacht u volgend jaar een hoge tandartsrekening? U heeft dan zowel dit jaar als volgend jaar te maken met een drempel. Als het mogelijk is, is het verstandig om zowel het gehoorapparaat als de behandeling bij de tandarts in hetzelfde jaar te laten plaatsvinden. U krijgt dan slechts een keer te maken met een drempel. Op die manier zijn meer zorgkosten voor u aftrekbaar.

94. Sluit nog in 2021 samenlevingscontract

Fiscaal partnerschap kan bepaalde voordelen bieden, bijvoorbeeld als een van de partners zijn heffingsvrij vermogen in box 3 niet volledig benut. Als u en uw partner nog niet elkaars fiscale partner zijn, kunt u nog regelen dat u voor heel 2021 als elkaars fiscale partner wordt aangemerkt. U moet dan op zijn minst ongehuwd samenwonen en per 1 januari 2021 op hetzelfde woonadres staan ingeschreven. Daarnaast moet een bepaalde situatie aan de orde zijn. De situatie die u het makkelijkst op korte termijn kunt realiseren, is het afsluiten van een notarieel samenlevingscontract. Regel dit vóór 1 januari 2022 en voldoe aan de eerdergenoemde voorwaarden. Dan kunt u alsnog voor heel 2021 als fiscale partners worden aangemerkt.

Tip

Er zijn nog vijf andere situaties waarin men fiscaal partnerschap voor het hele jaar kan verkrijgen. Namelijk als uit uw relatie een kind is geboren, een van u beiden een kind van de ander heeft erkend, een van u beiden als partner van de ander is aangemerkt in een pensioenregeling, u samen met uw partner een eigen woning bezit of op uw woonadres een minderjarig kind van een van u beiden staat ingeschreven. In dat laatste geval moeten u en uw partner beiden meerderjarig zijn.

95. Voer periodieke verrekening 2021 uit

Het komt voor dat echtgenoten die op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd, vergeten om een periodiek verrekenbeding in die voorwaarden ook echt uit te voeren. Als de verrekening achterwege is gebleven, zal bij het einde van het huwelijk door scheiding of overlijden (ook fiscaal) een afrekening plaatsvinden alsof er een gemeenschap van goederen was. Bent u ook getrouwd op huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding? Vergeet dan niet om deze afrekening ook over 2021 op te stellen.

Tip

U kunt een periodiek verrekenbeding dat jarenlang niet is uitgevoerd ‘repareren’ door de te verrekenen bedragen alsnog te berekenen. Leg daarna de uitkomst vast in een vaststellingsovereenkomst. Vervolgens moet u het beding wel jaarlijks uitvoeren of de huwelijkse voorwaarden op dit punt laten aanpassen.

96. Betaal nog in 2021 lijfrentepremie

Als u te maken heeft met een pensioengat, is het wellicht interessant om een lijfrente af te sluiten. De lijfrentepremies zijn binnen bepaalde grenzen fiscaal aftrekbaar. De aftrek van lijfrentepremie is in de eerste plaats beperkt tot de zogeheten jaarruimte. Daarnaast is de premie slechts aftrekbaar als u deze ook daadwerkelijk heeft betaald in het jaar waarin u de premie wilt aftrekken. Zorg er daarom voor dat u de lijfrentepremie uiterlijk 31 december 2021 heeft betaald.

Tip

Heeft u in de afgelopen vijf jaar lijfrentepremies betaald, maar bent u vergeten om deze op te geven in uw aangifte inkomstenbelasting? En staat de desbetreffende aanslag al onherroepelijk vast? Dan kunt u een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de Belastingdienst. U moet dan kunnen bewijzen dat u de betaalde premie niet heeft afgetrokken. Bijvoorbeeld door het overleggen van kopieën van uw aangiften en de aanslagen over de betreffende jaren. Om voor teruggave over 2016 in aanmerking te komen, moet u voor 1 januari 2022 verzoeken om een ambtshalve vermindering.

97. Verlaag uw spaargeld vóór 1 januari 2022

Hoewel de roep om aanpassing van het box 3-regime sterk is, blijft de regering vasthouden aan het forfaitaire systeem. Omdat de spaarrente nog steeds erg laag is, is box 3 misschien niet de gunstigste box voor u. Overweeg daarom om vóór de peildatum van 1 januari 2022 uw spaargeld in te brengen in een nieuwe bv, in te brengen in een open fonds voor gemene rekening, te storten als informeel kapitaal of agio in uw bv of om te zetten in een vordering op uw bv (zogeheten terbeschikkingstellingsvordering).

Let op!

Aan de genoemde voorbeelden kleven wel nadelen en risico’s. Er zijn bijvoorbeeld kosten verbonden aan de oprichting van een bv. Check wat voor u de beste optie is en of deze per saldo voordeliger is dan uw spaargeld in box 3 te laten staan.

Let op!

Er komt waarschijnlijk een wetsvoorstel waarbij de vennootschapsbelastingplicht voor het open fonds voor gemene rekening komt te vervallen. Het is dan niet meer voordelig om uw spaargeld in een open fonds voor gemene rekening onder te brengen.

98. Los kleine schulden voor jaarwisseling af

Het laten staan van kleine schulden is fiscaal nadelig, aangezien zij pas de heffingsgrondslag van box 3 verlagen voor zover zij een drempel van € 3.200 (bedrag 2021) per fiscaal partner overschrijden. Het is fiscaal voordeliger om deze schulden af te lossen. Zo zijn zij op de peildatum van 1 januari 2022 niet langer aanwezig, terwijl de box 3-heffing direct is verlaagd. Los daarom kleine schulden voor 1 januari 2022 zoveel mogelijk af.

99. Doe nog dit jaar grote uitgaven

Is uw vermogen zo hoog dat u box 3-heffing moet betalen en bezit u genoeg spaargeld om eventuele uitgaven nog in 2021 te doen? Overweeg dan om grote privéaankopen die u eigenlijk in 2022 had willen doen, zoals de aanschaf van een nieuwe auto of nieuwe meubels, vóór de jaarwisseling te doen. Zulke bezittingen behoren namelijk niet tot de grondslag voor de box 3-heffing, terwijl het spaargeld dat u voor de aankoop gebruikt dan op de peildatum van 1 januari 2022 ook niet meer meetelt voor de grondslag. Zo kunt u in box 3 flink wat belasting besparen!

100. Rond uw studie in 2021 af

Inmiddels staat vast dat in 2021 scholingskosten voor een opleiding of studie gericht op een (toekomstig) beroep voor het laatst aftrekbaar zijn in de inkomstenbelasting. In plaats daarvan komt er een soort subsidieregeling: het Stimulering ArbeidsmarktPositie-budget oftewel STAP-budget. Toch kan het vervallen van de aftrek voor scholingsuitgaven een goede reden zijn om nog een tandje bij te zetten en uw studie in 2021 in een vergevorderd stadium te krijgen. Een andere mogelijkheid is om in gesprek te gaan met uw werkgever. Hij kan namelijk onder voorwaarden uw scholingskosten belastingvrij vergoeden.

Let op!

Als u de studie volgt ten behoeve van uw onderneming, dan kunt u deze kosten ook na 31 december 2021 aftrekken als ondernemingskosten.

101. Betaal belastingaanslagen vóór 2022

Belastingschulden tellen niet als schulden voor box 3. Daarom is het raadzaam om een ontvangen belastingaanslag vóór 1 januari 2022 te betalen. Over de gelden waarmee u deze aanslag betaalt, hoeft u dan geen box 3-heffing te betalen.

Tip

De regel dat een openstaande belastingschuld niet kwalificeert als schuld in box 3 kent enkele uitzonderingen. U mag bijvoorbeeld de nog niet-betaalde erfbelasting wél als schuld aangeven in box 3.

102. Wacht met verkoop groene belegging

Wilt u de vrijstellingen in box 3 optimaal benutten? Benut dan ook de vrijstelling voor groene beleggingen. Deze beleggingen zijn namelijk vrijgesteld tot een maximum van € 60.429 (bedrag 2021) per persoon (€ 120.858 bij fiscale partners). Met de extra heffingskorting van 0,7% levert dit in box 3 een aardige belastingbesparing op. Wilt u dit belastingvoordeel ook in 2022 benutten? Dan is het van belang dat u de groene fondsen op 1 januari 2022 (peildatum) in bezit heeft. Dus als u overweegt om deze fondsen van de hand te doen, houd deze dan in elk geval aan tot na 1 januari 2022.

Tip

Als u nog geen groene beleggingen heeft maar overweegt om uw geld groen te beleggen, doe dit dan zo mogelijk al vóór 1 januari 2022. In dat geval kunt u immers al in 2022 profiteren van de vrijstelling én de heffingskorting.

103. Dien vóór 1 november 2021 uw verzoek om een voorlopige aanslag in

Als u uw box 3-vermogen per 1 januari 2022 wilt drukken, dien dan vóór 1 november 2021 een verzoek om een voorlopige aanslag in. Als de Belastingdienst u vóór 1 januari 2022 een belastingaanslag oplegt die u direct betaalt, heeft u uw box 3-vermogen al verminderd. Maar zelfs in het geval dat de Belastingdienst pas na 31 december 2021 de aanslag vaststelt, kunt u uw belaste box 3-vermogen verlagen. U mag in deze situatie namelijk het na 31 december 2021 betaalde belastingbedrag aftrekken van het box 3-vermogen van 1 januari 2022. Hetzelfde geldt trouwens ook als u vóór 1 oktober een definitieve aangifte heeft ingediend.

EIGEN WONING

104. Neem eigenwoningreserve overleden partner niet mee

Wie fiscale een woning met overwaarde verkoopt, bouwt daarmee zijn zogeheten eigenwoningreserve (EWR) op. Een EWR verlaagt de hypotheekschuld waarover de rente aftrekbaar is. Onder de huidige wet gaat een EWR bij overlijden van de ene partner over naar de andere partner. Maar vanaf 2022 wordt de regeling rond de EWR hersteld naar de situatie van vóór 2013. Dat betekent dat de EWR weer is gekoppeld aan de persoon van de belastingplichtige en bij overlijden van rechtswege komt te vervallen. Dit geldt eveneens voor de aflossingsstand. Een achterblijvende partner wordt door deze wijzigingen niet onnodig geconfronteerd met het eigenwoningverleden van zijn overleden partner.

105. Verkoop eigen woning na jaarwisseling

Heeft u het voornemen om binnenkort uw schuldenvrije woning te verkopen zonder direct een nieuwe woning aan te kopen? Misschien is het beter daarmee te wachten tot in 2022. Bij een verkoop vóór 1 januari 2022 telt de ontvangen verkoopsom immers mee in de grondslag van de vermogensrendementsheffing van het jaar 2022 (peildatum 1 januari 2022). Als u de woning bijvoorbeeld op 5 januari 2022 verkoopt, valt de koopsom in 2022 niet in box 3.

106. Vul verklaring overdrachtsbelasting ‘onvoorziene omstandigheden’ in

Als een natuurlijk persoon een woning verkrijgt die voor hem als hoofdverblijf gaat dienen, hoeft hij slechts 2% (of soms zelfs geen) overdrachtsbelasting te betalen. Bij het toetsen aan dit hoofdverblijfcriterium mag men nu rekening houden met onvoorziene omstandigheden die zich voordoen na de verkrijging, bijvoorbeeld een overlijden of schenking. Deze bepaling wordt in 2022 verder versoepeld. Men mag ook rekening houden met onvoorziene omstandigheden die zich voordoen nadat de koopovereenkomst tot stand is gekomen, maar vóór de levering. Lever daarom een ingevulde verklaring overdrachtsbelasting ‘onvoorziene omstandigheden’ in bij de notaris.

Let op!

Hierbij is van groot belang dat de verkrijger vóór het moment van de onvoorziene omstandigheid de intentie had om de woning als hoofdverblijf te gaan gebruiken, maar door deze omstandigheid hier niet meer toe in staat is.

107. Wacht tot 2022 met terugkoop woning

Vanaf 1 januari 2022 geldt (onder voorwaarden) een vrijstelling van overdrachtsbelasting (OVB) voor de terugkoop van een woning van een natuurlijk persoon. De vrijstelling geldt als de partijen daarmee uitvoering geven aan een verkoopregulerend beding. Denk daarbij aan het volgende. Een aanbieder van woningen verkoopt een woning met (kopers)korting aan een bewoner. Als de aanbieder de woning later op grond van het beding terugkoopt van de bewoner, is het onwenselijk dat de verkrijging van de woning tegen het algemene tarief van 8% is belast. Als de aanbieder de woning daarna doorverkoopt aan een starter, mag de aanbieder deze OVB namelijk niet doorbelasten. Dit zou aanbieders ontmoedigen om door te verkopen aan starters. Dit probleem kunt u omzeilen door pas in 2022 de woning terug te kopen.

108. Betaal hypotheekrente 2022 vooruit

Bereikt u in 2022 de AOW-leeftijd of valt u vanwege een andere reden in 2022 onder een lager belastingtarief? Betaal dan in 2021 nog de hypotheekrente die betrekking heeft op de periode tot 1 juli 2022. U trekt deze rente dan tegen een hoger tarief af, zodat u minder belasting betaalt. Daarnaast is het zo dat het toptarief waartegen u de hypotheekrente kunt aftrekken in 2022 daalt van 43% naar 40%.

Let op!

Voor een langere periode vooruitbetalen is zinloos. Doet u dat toch, dan weigert de inspecteur de vooruitbetaalde rente als aftrekpost voor 2021.

109. Los hypotheek in 2021 af

In bepaalde gevallen is het (fiscaal) voordelig om uw eigenwoningschuld deels of volledig af te lossen. Stel bijvoorbeeld dat u nog een gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek heeft met een vrij hoge rente. Tegelijkertijd beschikt u over belast vermogen in box 3 dat u niet liquide nodig heeft. Als het rendement op dat vermogen lager is dan wat u netto aan hypotheekrente betaalt, is aflossen waarschijnlijk voordelig. Informeer bij uw bank hoeveel u boetevrij kunt aflossen. Meestal is dat maximaal 10% van het (openstaande) hypotheekbedrag per jaar. Los vóór 1 januari 2022 af, dan behaalt u hierbij ook een box 3-voordeel.

Let op!

Als u in 2021 geen eigenwoningschuld heeft of een eigenwoningschuld die minder bedraagt dan het eigenwoningforfait, krijgt u een aftrek. Die aftrek was aanvankelijk het eigenwoningforfait of het positieve verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten eigen woning. Per saldo was het inkomen uit eigen woning dan nihil. Sinds 2019 wordt die aftrek beperkt. In 2021 is daardoor 10% van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten eigen woning belast. In de komende jaren zal steeds 3,33% extra van het saldo als inkomen worden bijgeteld. In 2022 zal daardoor 13,33% van het positieve verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten belast zijn als inkomen uit werk en woning.

110. Ga dit jaar een schuld voor verbouwing aan

Bent u van plan uw eigen woning te laten verbouwen? Ga dan de benodigde verplichtingen aan vóór 1 januari 2022. Zo verlaagt u uw grondslag voor de heffing in box 3.

Let op!

Als u slechts een deel van uw eigen woning verhuurt, gaat in principe de kwalificatie van eigen woning niet verloren. Maar u betaalt dan wel box 1-belasting over het eigenwoningforfait over het verhuurde deel en over 70% van de ontvangen huur. De betaalde hypotheekrente voor de woning blijft volledig aftrekbaar.