Selecteer een pagina
Bel ons Stuur een mail Klantenportaal Naar klantenportaal

De Hoge Raad oordeelt dat de overheid in beginsel werkgevers mag verplichten om eHerkenning
te gebruiken voor het doen van de aangifte loonheffingen.

Een bv heeft geen aangifte loonheffingen gedaan over het tijdvak maart 2020, waarna
een naheffingsaanslag is opgelegd. De bv gaat in beroep tegen de naheffingsaanslag.
Zij stelt dat geen wettelijke basis bestaat voor de verplichting om digitaal aangifte
te doen via het portaal ‘MijnBelastingdienst zakelijk’. Daarvoor is een inlogmiddel
(eHerkenning) vereist dat alleen tegen betaling verkrijgbaar is bij een commerciële
partij. Rechtbank Gelderland is het eens met de bv. De rechtbank heeft de naheffingsaanslag
dan ook vernietigd, omdat de bv wel aan haar aangifteplicht wilde voldoen, maar daartoe
zonder eHerkenning niet in staat was. Advocaat-generaal (A-G) Niessen heeft tegen
de uitspraak van de rechtbank cassatieberoep in het belang der wet ingesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat de regeling die het gebruik van eHerkening bij het doen
van aangiften verplicht, is gegrond op een wetsartikel. Dat betekent dat daarvoor
wel degelijk een wettelijke grondslag bestaat. Ook kunnen aan een bij wet opgelegde
(administratieve) verplichting kosten zijn verbonden. De mogelijkheid om aan de wettelijke
aangifteplicht te voldoen, hoeft dus niet kosteloos te zijn. Wel dient de wetgever
de evenredigheid in acht te nemen. De gevolgen van de verplichting tot het gebruik
van eHerkenning, waaronder de daaraan verbonden kosten, mogen niet onevenredig zijn
in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. De kosten voor eHerkenning bedragen
tussen € 20 en € 25 per jaar. Deze kosten zijn voor organisaties die een loonadministratie
voeren niet van een zodanige omvang dat zij onevenredig zijn in verhouding tot de
daarmee te dienen doelen.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep echter ongegrond. De bv is namelijk over
het desbetreffende tijdvak geen loonheffingen verschuldigd. De motivering van de rechtbank
is dus onjuist, maar het effect – de vernietiging van de naheffingsaanslag – is wel
correct.

Bron: Hoge Raad 02-12-2022