Bel ons Stuur een mail Klantenportaal Naar klantenportaal

​Volgens de wet mogen fiscale partners hun onderlinge verdeling van de grondslag sparen
en beleggen niet meer wijzigen als hun aanslagen onherroepelijk vaststaan. Bij achterwaartse
verliesverrekening kan een uitzondering gelden.

Twee echtgenoten hebben hun aangiften IB/PVV 2015 ingediend. Bij het opleggen van
de aanslagen volgt de Belastingdienst hun aangiftes. In 2018 lijdt een van de echtgenoten
een ondernemingsverlies van € 3.802. In de inkomstenbelasting is een verlies van een
jaar te verrekenen met winsten uit de drie voorafgaande jaren en de winsten van de
volgende negen jaren. Nadat de echtgenoten de beschikking achterwaartse verliesverrekening
hebben ontvangen, verzoeken zij gezamenlijk om een herverdeling van de grondslag sparen
en beleggen voor 2015. De inspecteur vat deze verzoeken op als twee afzonderlijke
verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen IB/PVV 2015. Hij wijst deze
verzoeken af. De aanslagen over 2015 staan al onherroepelijk vast, zodat herverdeling
van de grondslag sparen en beleggen niet mogelijk is, aldus de fiscus. Daarop stappen
de echtgenoten naar de belastingrechter. Hof Den Bosch moet onder andere de volgende
vragen beantwoorden:

Heeft de ondernemende echtgenoot recht op vermindering van de aanslag IB/PVV 2015?
En is daarbij van belang of de aanslag IB/PVV van de andere echtgenoot voor het jaar
2015 onherroepelijk vaststond op het moment dat het gezamenlijke verzoek tot wijziging
van de onderlinge verhouding voor de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen is
ingediend?

Hebben de echtgenoten als gevolg van de manier waarop de inspecteur heeft beslist
op hun verzoek tot wijziging van de onderlinge verhouding te weinig rechtsbescherming
genoten?

Hof voorziet in rechtsherstel Het hof bevestigt dat ondanks de verliesverrekening bij de niet-ondernemende partner
haar aanslag onherroepelijk is. En de wettekst is helder: als de aanslagen van beide
fiscale partners onherroepelijk vaststaan, is de verdeling van de box 3-grondslag
niet meer mogelijk. Maar de belastingrechter moet een wettelijke regeling interpreteren
met inachtneming van het doel en strekking van de wet. Dit is vooral van belang als
de letterlijke toepassing van de wet leidt tot gevolgen die de wetgever niet heeft
voorzien. Dit is hier het geval. Door een beschikking achterwaartse verliesverrekening
kan het belastbaar inkomen dusdanig wijzigen dat minder van de heffingskorting is
te benutten. Als de aanslag van de fiscale partner onherroepelijk vaststaat, kan een
herverdeling tussen fiscale partners dit effect niet wegnemen. Het hof besluit in
dit geval in rechtsherstel te voorzien en vermindert de aanslag van de ondernemende
echtgenoot conform zijn verzoek.
Voldoende rechtsbescherming Voor de situatie waarin een wijziging in de onderlinge verdeling van de grondslag
sparen en beleggen een onherroepelijk vaststaande aanslag vermindert, geldt een specifieke
beschikking. Het hof oordeelt dat de Belastingdienst deze specifieke beschikking had
moeten afgeven aan de ondernemer. Maar hoewel dit niet is gebeurd, is de rechtsbescherming
van de echtgenoten niet geschaad. De fiscus wilde het verzoek om wijziging van de
onderlinge verhouding afwijzen, zodat de aanslag IB/PVV 2015 niet verminderde. In
die situatie heeft de inspecteur het verzoek mogen behandelen als een verzoek om ambtshalve
vermindering. Ook tegen een afwijzing van zo’n verzoek staan immers rechtsmiddelen
open, die de echtgenoten ook hebben benut.
Bron: Hof Den Bosch 21-02-2024 (gepubl. 27-03-2024). 

Punt & Van de Weerdt