Bel ons Stuur een mail Klantenportaal Naar klantenportaal

​Als een ondernemer zakelijke afspraken noteert in zijn privé-agenda, is zo’n agenda
een onderdeel van zijn administratie dat onder de wettelijke bewaarplicht valt.

Een man drijft een belastingadvieskantoor in de vorm van een eenmanszaak. Tijdens
een bij hem ingesteld boekenonderzoek verklaart hij zakelijke aangelegenheden in zijn
privéagenda te hebben genoteerd. De inspecteur verzoekt de ondernemer daarom zijn
privéagenda’s over 2012 tot en met 2015 over te leggen dan wel ter inzage te verstrekken.
De man heeft hieraan niet voldaan. Hij verklaart niet meer te beschikken over deze
privé-agenda’s. Vervolgens heeft de inspecteur een informatiebeschikking gegeven.
Volgens Hof Den Bosch is dat terecht. Daarop gaat de belastingadviseur in cassatie.
Ondernemer had privé-agenda’s kunnen bewaren De Hoge Raad gaat ervan uit dat de ondernemer inderdaad niet meer over de privéagenda’s
beschikt. Maar net zoals het hof meent de Hoge Raad dat de privéagenda’s gegevensdragers
zijn die behoren tot de administratie van de belastingadviseur. Op grond van de wettelijke
bewaarplicht had de ondernemer die agenda’s daarom zeven jaar moeten bewaren. Verder
volgt uit het dossier dat de man niet in reactie op het verzoek van de inspecteur
heeft aangevoerd dat hij als gevolg van overmacht niet meer beschikt over de privéagenda’s.
Een en ander brengt mee dat de inspecteur de informatiebeschikking terecht heeft gegeven.
Daaraan doet niet af dat de belastingadviseur niet meer beschikt over de agenda’s.
De Hoge Raad verklaart daarom zijn cassatieberoep ongegrond.
Bron: Hoge Raad 05-04-2024, Hof Den Bosch 12-01-2022 (gepubl. 20-01-2022). 

Punt & Van de Weerdt